Home   2026-10-22 19:56:51

←

Kaj Brens bevraagt het al dan niet gewelddadige fundament van de Thora, de Bijbel en de Koran

Original article

Terug naar de krant

Bij God en geweld denk je vanzelf aan de aanslagen van de afgelopen decennia. Aan Charlie Hebdo, aan Bataclan, aan de moord op Theo van Gogh en – voor wie wat interreligieuzer is ingesteld – aan de moorden op abortusartsen in Amerika uit naam van de hemelse levensgever. Niet het Opperwezen en zijn leer, maar doorgeslagen fundamentalisten zijn het probleem. Met het heilige boek in de ene en geweer of mes in de andere hand stellen zij hun daad, dikwijls tegen hun inmiddels humaan geëmancipeerde geloof in. Want zowel de Joods-christelijke godsdiensten als de nog wat vaker verkeerd begrepen islam zouden een heel eind richting menselijkheid zijn opgeschoven. Dat godheden als onze christelijke opperherder nogal onhebbelijke agressieve types zijn, we waren het haast vergeten, maar dankzij Netanyahu’s oproep de Palestijnen te behandelen als de goddeloze Amalekieten herinneren we ons de oude vertrouwde gramstorige God uit het Oude Testament weer.

Hij moet in elk geval in gedachten zijn geweest van de jonge godsdiensthistoricus Kaj Brens wiens eersteling, Heilige huisjes, weinig heel laat van de verbraafde kijk op religie die vooral het christendom eigen is. God is niet zomaar goed en zijn kerken en zijn instituten zijn dat ook niet. Dat is de boodschap die je uit dit onverbiddelijke debuut tegemoet komt. De auteur – zijn biografie is onbekend, maar hij zou zomaar uit een hardleers gelovig nest kunnen komen, gezien zijn gevoeligheid voor de intrinsieke religieuze genadeloosheid – heeft het aangedurfd de zogeheten drie godsdiensten van het Boek (Thora, Bijbel, Koran) op hun al dan niet gewelddadige fundament te bevragen. En de conclusie is, dat er iets helemaal verkeerd is in the state of God en zijn bedienaren.

Terreuraanslagen

Wat zijn boek bijzonder maakt, is dat de auteur geen genoegen neemt met het excuus dat terreuraanslagen incidenten zijn en hij op zoek gaat naar de aard van de godsdienst die in de letter en in de omgang ermee te vinden zouden zijn. Uiteraard staan er ook vredelievende teksten in de boeken, maar daar staan evenzovele krijgslustige en mensvijandige passages tegenover. Zo beroepen de terreurplegers zich even makkelijk — vooraf of achteraf – op het heilige woord als de vredelievende gelovigen dat doen op net een ander woord van het Opperwezen. Maar het boek gaat ook een stap verder: het vat geweld niet op als een aberratie, maar als inherent logische eigenschap van godsdienst. Oorlogen tegen de afgoden vererende bezetters van het Heilig Land zoals de eerste kruistocht waartoe paus Urbanus II in 1095 opriep met de kreet „God wil het”, en vernedering en vervolging van Joden en christenen in Arabische rijken, waar de Jodenster werd uitgevonden. Het hoort er allemaal bij en is vaak terug te voeren op religieuze teksten als „O moslim, dienaar van Allah, er is een Jood achter mij; kom en dood hem” (een overlevering die in 1988 nog werd geciteerd in het handvest van Hamas). In de lange praktijk van de monotheïstische godsdiensten legt verdraagzaamheid het meestal af tegen onverdraagzaamheid. Er is één waarheid, die doorgaans nogal prikkelbaar wordt bewaakt en afgedwongen.

In de praktijk van de monotheïstische godsdiensten legt verdraagzaamheid het meestal af tegen onverdraagzaamheid

Het boek beschrijft vooral de eeuwenlange christelijke en islamitische gewelddadige geschiedenis (het heel lang onderdrukte Jodendom komt met Israël als het ware pas kijken op het toneel van de gelovig gefundeerde repressie, en erger). Er blijken twee soorten agressie te bestaan: een naar buiten en een naar binnen gekeerde. De veroveringsoorlogen van Mohammed en zijn opvolgers en de kruistochten zijn voorbeelden van het eerste – hoewel die ook tegen eigen gelovigen als de ketterse katharen werden gehouden, waarover een pauselijke functionaris bij de inname van het stadje Béziers in 1209 zei, „doodt ze allen, God zal de zijnen wel herkennen”. En uiteraard is ook de geïnstitutionaliseerde en deels spontane Jodenhaat onderdeel van de externe repressie. De auteur laat helder zien hoe het zogenoemde christelijke anti-judaïsme overliep in antisemitisme. En ook hier is het woord doorslaggevend. „Zijn bloed zal over ons en onze kinderen komen”, lazen de gelovigen in Matteüs 27:24-25 over de Joodse Christusmoordenaars, nadat Pontius Pilatus zijn handen in onschuld had gewassen. De Joden waren daardoor, citeert hij de beroemde Franse historicus en antisemitismekenner Léon Poliakov, in de ogen van de christenen biologisch tot in talloze volgende generaties gecorrumpeerd, het kwaadaardige was in hun bloed gekropen. Religieus onderscheid werd zogezegd etnisch onderscheid, met alle gevolgen van dien.

Interne agressie

En dan de interne agressie. Als ergens duidelijk wordt dat intolerantie in de poriën en zweetklieren van de grote monotheïstische godsdiensten en zijn zaakwaarnemers zit, dan is het hier. Afvalligen en andersgelovigen werden tijdenlang tot ketters verklaard en bij hardnekkige dwaling vakkundig en onder geestelijke begeleiding om het leven gebracht. De beschuldiging van Godslastering en blasfemie is in ons deel van de wereld tegenwoordig, behalve voor partijen als de SGP, een kleinigheid. Maar in andere werelddelen kan het executie door de overheid, en vaker nog door woedende menigtes, tot gevolg hebben. De vloek van Sodom (Genesis 19:24-25) – waar Lot zijn dochters uitbesteedt aan verkrachters om te voorkomen dat mannen het met mannen doen – leidt tot eeuwenlange georganiseerde homovervolging en tot homohaat tot op heden en tot een afkerige reflex van alles dat anders, en niet ‘natuurlijk’, van God-gegeven zou zijn. Eva’s hap van de appel legitimeerde heksenvervolging, wantrouwen tegen de zogenaamde wispelturige en zwakke sekse en misogynie in het algemeen, dat als een patroon in de samenleving is ingesleten (in het Westen en meer nog in Islamitische landen waar het heilige boek doorgaans nog altijd helemaal letterlijk wordt genomen, inclusief de vrouwvijandige teksten).

God mag dan een god van liefde heten, Hij is vooral ook een God van geweld. En zoals dit boek duidelijk maakt is dat endemisch. In een beetje rapport over ernstige maatschappelijke misstanden, bestaat er voor zoiets een predicaat: het heet dan structureel geweld.

Lees ook
Hollandse jongens in een heilige oorlog
De bestorming van Porte Pia.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.