Het Israëlische leger sloopt, de kolonisten vallen aan – zo verdwijnen de dorpjes van <i>No Other Land</i>. ‘Ze willen dat we hier weggaan, zodat ze het land kunnen afpakken’
Het huis is grotendeels veranderd in een hoop stenen. Op die hoop staat Anwar Musa Muhammad (55), neerkijkend op het puin: dat was de badkamer, dat was de slaapkamer van zijn kinderen, in dat gebouwtje maakten ze thee, daar was het ommuurde erf voor zijn schapen, en daar liggen de verwoeste watertank en het beschadigde zonnepaneel.
Op 23 september vielen Israëlische soldaten ’s ochtends het historische Palestijnse dorpje Jinba binnen, in de regio Masafer Yatta in het uiterste zuiden van de bezette Westelijke Jordaanoever. Met bulldozers werden tientallen gebouwen gesloopt.
Volgens burgemeester Nidal Younis van de regio zijn 26 gezinnen in het dorp dakloos geraakt door de recente sloop. Een deel van hen verblijft in de historische woongrotten in het dorp, die vooral als opslagplaats gebruikt worden.
Jinba was vorige maand het derde dorp op rij waarin gesloopt werd, alle in Masafer Yatta. Dat gebied is al jaren het toneel van kolonistengeweld, legerinvallen en verdrijvingen, maar verwierf internationale bekendheid door de Oscarwinnende documentaire No Other Land.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/14105048/141026BUI_2037058773_4.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/14110804/141026BUI_2037058773_3-2.jpg)
Een deel van de bewoners die dakloos zijn geraakt, verblijft in de historische woongrotten in het dorp, die vooral als opslagplaats gebruikt worden.
foto’s Kobi Wolf„Dit is ons land. Als ze verwoesten, bouwen wij weer opnieuw op”, zegt Muhammad, terwijl zijn achttienjarige zoon thee maakt in het overgebleven stenen gebouwtje van het huis, waar de vijftienkoppige familie nu moet verblijven. Verderop in het dorp zijn twee jongens bezig om met kruiwagens stenen te verzamelen van een ander verwoest gebouw.
‘Vuurzone’
Jinba is een van twaalf Palestijnse gemeenschappen – met in totaal circa 1.200 inwoners – binnen een gebied dat Israël in 1981 heeft bestempeld als „vuurzone”, een militair oefenterrein. De toenmalige minister van Landbouw, en latere premier, Ariel Sharon had het leger verzocht om die zones te creëren, met als doel de Palestijnen daar te verdrijven, zo bleek uit een later onthuld document.
Het Israëlische Hooggerechtshof bepaalde in 2022 dat de Palestijnse bewoners van het gebied niet konden bewijzen dat zij daar al woonden toen het door Israël tot „vuurzone” werd uitgeroepen. Sindsdien hangen Jinba en zeven andere dorpen sloopbevelen boven het hoofd.
Midden in het dorp ligt een door de Europese Unie gefinancierde school. „De docent heeft gezegd dat hij alle spullen daaruit wil verwijderen, omdat de school mogelijk ook wordt verwoest”, zegt de burgemeester.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/14105029/141026BUI_2037058773_school.jpg)
Midden in het dorp Jinba ligt een door de Europese Unie gefinancierde school, die mogelijk ook zal worden verwoest.
foto Kobi WolfOp een simpel betonnen gebouwtje bij de school hangt een plakkaat van de EU, met in vervaagde letters de tekst: „Humanitaire steun om Palestijnen te beschermen op de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) tegen gedwongen ontheemding.”
Het Israëlische burgerbestuur op de bezette Westelijke Jordaanoever, dat onder het Israëlische ministerie van Defensie valt, erkende de recente verwoestingen in Jinba te hebben uitgevoerd en zei dat het ging om „illegale gebouwen”. Met dat argument worden zowel op de bezette Westelijke Jordaanoever als in Oost-Jeruzalem systematisch Palestijnse huizen gesloopt.
Enkele caravans op heuveltoppen
In de „vuurzone” krijgen Palestijnen vrijwel geen bouwvergunningen, terwijl Israëlische kolonisten er diverse buitenposten mogen aanleggen, die doorgaans de opmaat vormen naar volwaardige nederzettingen. Beide zijn illegaal onder het internationaal recht. Officieel zijn buitenposten ook onder de Israëlische wet illegaal, maar deze worden doorgaans alsnog met terugwerkende kracht gelegaliseerd.
Israël maakt mensen hier het leven zuur. Tegelijkertijd zijn er meer dan dertien buitenposten gebouwd in de afgelopen drie jaar
Het rotsachtige landschap van Masafer Yatta is bezaaid met zulke buitenposten, vaak bestaande uit enkele caravans, die doorgaans strategisch op heuveltoppen worden aangelegd – Palestijnse herdergemeenschappen wonen er in de dalen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/14105206/141026BUI_2037058773_caravans-1.jpg)
Het rotsachtige landschap van Masafer Yatta is bezaaid met buitenposten van kolonisten, vaak bestaande uit enkele caravans, die doorgaans strategisch op heuveltoppen worden aangelegd.
Foto Kobi WolfToen NRC het dorp Jinba in april 2025 bezocht, was er net een gewelddadige aanval geweest van kolonisten uit omliggende buitenposten die, zo was op videobeelden terug te zien, gewapend met stokken het dorp aanvielen. Verschillende inwoners raakten zwaargewond, de school werd zwaar beschadigd. Het leger, dat op steenworp afstand van het dorp een basis heeft, greep niet in, maar deed zelf een inval in het dorp. Daarbij werden de mannelijke inwoners van het dorp opgepakt. Een groot deel van hen werd kort daarna weer vrijgelaten.
„Israël maakt mensen hier het leven zuur en verwoest gebouwen om hen te doen vertrekken. Tegelijkertijd zijn er meer dan dertien buitenposten gebouwd in de afgelopen drie jaar”, zegt burgemeester Younis.
Geweld in een stroomversnelling
De kolonistenaanvallen in Jinba en recenter de sloop van huizen door het leger lijken wellicht losstaande incidenten, maar zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zegt Yair Dvir, woordvoerder van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem. De internationale reflex is nog steeds om dat los van elkaar te bekijken, zegt Dvir. Maar het geweld van de staat, het leger en de kolonisten is onderdeel van één systeem, gericht op de uitwissing van Palestijnen.
Afgelopen september publiceerde B’Tselem het rapport The Elimination Project. Volgens de organisatie heeft Israël de afgelopen drie jaar 65 Palestijnse gemeenschappen op de bezette Westelijke Jordaanoever volledig verdreven en achttien gedeeltelijk.
Sinds het aantreden van de extreemrechtse Israëlische regering eind 2022, en zeker sinds 7 oktober 2023, is het geweld in een stroomversnelling gekomen. Er is sprake van een grootschalige aanval op de Westelijke Jordaanoever die parallel loopt aan Gaza, en „die systematisch en in een steeds sneller tempo de fundamenten van het Palestijnse bestaan ondermijnt”, aldus de organisatie.
B’Tselem beschrijft vijf mechanismen die gelijktijdig plaatsvinden: geweld door het leger en de kolonisten, bewegingsbeperkingen, economische verstikking, landjepik, en aanvallen op politieke en sociale Palestijnse organisaties.
Dvir: „Dat systeem ontmantelt openlijk en bewust het Palestijnse collectief en verankert de Joods-Israëlische aanwezigheid en controle over het hele gebied. In Jinba zien we verschillende elementen van die uitwissing.”
Voor Anwar Musa Muhammad is het doel van de sloop duidelijk: „Ze willen dat we hier weggaan, zodat ze het land kunnen afpakken. Ze zeggen: ga naar [de nabijgelegen stad] Yatta . Maar ik ga mijn land niet verlaten.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/14110738/141026BUI_2037058773_6-1.jpg)
Een zoon van Anwar Musa Muhammad loopt over een verwoest deel van hun huis.
Kobi Wolf/NRCMaak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.