Proeven zonder apen ‘moet het streven zijn’, maar de politiek is verdeeld. Het primatenonderzoek in Rijswijk voelt de onzekerheid
De groep resusaapjes in een van de buitenverblijven van het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk komt nieuwsgierig kijken naar de bezoekers. Zo vaak is er niet iets bijzonders te zien. Bovendien is het bijna voedertijd. De allerjongste aapjes zijn het nieuwsgierigst, het oudere mannetje neemt niet eens de moeite om naar het plexiglazen raam te komen.
In het BPRC zitten bijna duizend resusapen en java-apen in een fokkolonie ten behoeve van biomedisch onderzoek. „Het lijkt hier nog het meest op een dierentuin”, zegt directeur Merel Langelaar, „maar dan zonder bezoekers.” De apen worden hier gehouden in familiegroepen met een dominant vrouwtje als matriarch, zoals dat ook in de natuur gaat. Met een prikpil als anticonceptie regelen dierenartsen de genetische samenstelling van de populatie om inteelt te voorkomen. Lang niet alle apen worden voor dierproeven gebruikt, de meesten zijn er om de fokkolonie gezond te houden.
„Proeven met apen doen we niet voor de lol”, zegt Langelaar. „Er gaat een zorgvuldige afweging aan vooraf. Een dierproef met een aap krijgt alleen een vergunning bij een onderzoeksvraag waarop je niet op een andere manier hetzelfde antwoord zou kunnen krijgen.” Het onderzoek in het BPRC richt zich vooral op infectieziekten, vaccins en hersenziekten. „Apen komen genetisch het dichtst in de buurt van de mens, met 93 procent overeenkomst in het dna. Hun immuunsysteem functioneert op een vergelijkbare manier, waardoor resultaten beter zijn te vertalen naar de mens.”
Een dierproef met een aap krijgt alleen een vergunning bij een onderzoeksvraag waarop je niet op een andere manier hetzelfde antwoord zou kunnen krijgen
Al jaren is er in Nederland discussie over de noodzaak van proeven op apen. Nog regelmatig staan dierenactivisten aan de poort in Rijswijk, al is dat wel afgenomen sinds proeven met chimpansees in 2003 wettelijk werden verboden. Niettemin wordt het onderwerp in de landelijke politiek telkens weer op de agenda gezet door de PVV en Partij voor de Dieren. Het beleid slingerde in het afgelopen decennium heen en weer, met vijf kabinetten en zeven verschillende ministers van onderwijs (die gaan over de financiering van het BPRC).
Politiek handhaaft apenonderzoek
Tien jaar geleden nam de Tweede Kamer unaniem een motie aan waarin de regering werd opgeroepen om het aantal proeven op niet-humane primaten zo snel mogelijk, en veilig, af te bouwen. Toenmalig minister Ingrid van Engelshoven (OC&W, D66) besloot om het aantal proeven met apen met 40 procent te reduceren. Voortaan moest het BPRC het stellen met een kolonie van maximaal duizend apen en maximaal honderdvijftig apenproeven per jaar. Vier jaar later nam de Kamer opnieuw een motie aan die opriep het aantal proeven zo snel mogelijk naar nul te brengen. De commissie-Bijker kreeg in december 2023 de opdracht om te onderzoeken of dat mogelijk was.
Het rapport-Bijker, dat in april 2025 uitkwam, gaf geen eenduidig advies maar presenteerde vier scenario’s (variërend van afschaffing tot opschaling). Op basis daarvan zou de politiek gefundeerde keuzes kunnen maken. De minister van Onderwijs, toen Eppo Bruins (NSC), koos voor handhaving van het apenonderzoek op hetzelfde niveau. In antwoord op Kamervragen schreef hij dat het behoud van het primatencentrum en het aantal proeven met apen in ieder geval de komende vijf jaar nog nodig zou zijn. „Gezien de geopolitieke ontwikkelingen, de geleerde lessen vanuit de Covid-periode en de noodzaak van pandemische paraatheid, vind ik het van groot belang dat we nu en in de toekomst de Europese strategische autonomie borgen.”
Vlak voor het zomerreces vorig jaar bracht Ines Kostic van de Partij voor de Dieren een amendement in op de begroting van OC&W. Haar voorstel was om een toenemend deel van de subsidie voor het BPRC „te oormerken voor proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden en de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven”. Het betekende dat de besteding van de subsidie waarmee het BPRC gefinancierd wordt, in vijf jaar tijd moest worden omgebogen naar proefdiervrije alternatieven.
Het proefdieronderzoek zou hiermee niet volledig beëindigd worden, argumenteerde Kostic, want het niet-geoormerkte geld zou daar tot 2030 voor gebruikt kunnen worden en het BPRC zou externe financiering kunnen ophalen voor noodzakelijke apenproeven. Kostic, aan de telefoon: „Hiermee wilden we voorkomen dat we belastinggeld blijven pompen in achterhaalde onderzoeksmodellen die nauwelijks resultaten opleveren. Terwijl je juist heel veel potentie hebt in mensgerichte, proefdiervrije modellen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12081758/141026WET_2037238002_rijswijk3.jpg)
Resusapen in het fokverblijf van het Biomedical Primate Research Centre (BPRC).
Foto BART MAATLangelaar noemt het „een handigheidje van Kostic”, dat in het amendement niet staat dat apenproeven moeten stoppen. De 12 miljoen subsidie die het BPRC jaarlijks ontvangt, gaat grotendeels op aan exploitatiekosten; huisvesting, salarissen van de medewerkers en de verzorging van de apen. Als dat allemaal geoormerkt geld zou worden, zou het BPRC de facto niet meer verder kunnen.
Het amendement-Kostic werd met een kleine meerderheid aangenomen. De schrik in Rijswijk was groot toen in januari de nieuwe subsidiebeschikking binnenkwam, „met precies de tekst van het amendement”. Toen is er „van alles in gang gezet”, zegt directeur Langelaar van het BPRC. „Er is heel veel actie ondernomen rondom het amendement-Kostic. Door onszelf, maar zeker ook door mensen om ons heen. Er kwamen brandbrieven en gesprekken met Kamerleden.”
Onderzoeksfinancier NWO hield een enquête onder wetenschappers over de noodzaak van apenproeven. Een grote meerderheid, 87 procent, gaf aan dat er nog steeds relevante onderzoeksvragen bestaan die apenproeven vergen. Negen op de tien gaf aan niet te verwachten dat er binnen vijf jaar goede alternatieve methodes zouden zijn om alle apenproeven te kunnen vervangen.
Uiteindelijk is er dit voorjaar, „eigenlijk met hetzelfde geintje, maar nu door de VVD”, een nieuw amendement ingediend op de begroting van dit jaar, die het oormerken weer terugdraait, vertelt Langelaar. „Het verplicht oormerken van middelen voor uitsluitend proefdiervrije methoden kan de voortgang van essentieel medisch onderzoek belemmeren”, was het argument van indiener Queeny Rajkowski (VVD) . Ook hiervoor was een Kamermeerderheid. En ook de nieuwe minister van onderwijs wil dit beleid voortzetten. „Het liefst had ik u gemeld dat we het onderzoek met apen niet meer nodig hebben”, schreef minister Rianne Letschert (OC&W, D66) in juli aan de Tweede Kamer. „De realiteit is echter dat we nog niet zonder kunnen.”
Het amendement van Kostic was „niet realistisch”, zegt Langelaar achteraf. „Als we helemaal zouden moeten overschakelen op alternatieven, zouden we niet meer voldoen aan de subsidievoorwaarden. Dan zouden we ons werk niet meer kunnen doen.”
Pandemisch paraat
Volgens Langelaar heeft het BPRC zijn bestaansrecht laten zien aan het begin van de coronapandemie. „Ons onderzoek met apen bleek heel waardevol voor het begrijpen met wat voor nieuw virus de wereld opeens te maken had. Wij hadden een heleboel apen, en veel ervaring met het bestuderen van ernstige infectieziekten en met onderzoek onder veilige laboratoriumomstandigheden. We lieten alles uit handen vallen om dat onderzoek te kunnen doen. Met terugwerkende kracht kun je zeggen: ja, toen waren we pandemisch paraat.”
Dat was ook te danken aan de eigen fokkolonie, waardoor de dieren snel beschikbaar zijn voor onderzoek. Er is geen transport nodig, en er is tijd om de apen te trainen om allerlei medische handelingen te ondergaan, waardoor de dieren minder stress hebben. Alleen in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn soortgelijke centra en dat maakt BPRC ook op Europees niveau belangrijk, zegt directeur Langelaar.
Ze krijgt daarin bijval van viroloog Marion Koopmans, wetenschappelijk directeur van het Pandemic Disaster Preparedness Centre (PDPC) bij het Erasmus MC in Rotterdam. Volgens Koopmans moet je „terughoudend zijn in het doen van apenproeven maar wel de mogelijkheden openhouden”. Ook zij verwijst daarbij naar de recente pandemie, en zegt: „Zeker met de noodzaak om de Europese onafhankelijkheid te versterken moeten we mijn inziens een instituut met deze expertise koesteren.”
Switch naar nieuwe methoden
De claim dat alternatieven als celkweek, complexere kweeksystemen en organoïden dierproeven kunnen vervangen is volgens de viroloog „niet gerechtvaardigd”. En aan fundamentele studies direct in de mens, zitten volgens haar ook „allerlei haken en ogen”. „Experimenten met apen zijn ingewikkeld en heel duur dus die doe je niet zomaar”, zegt Koopmans.
Nederland heeft de ambitie om wereldwijd leidend te zijn met alternatieven voor dierproeven, maar het kabinet stelt geen concrete doelen
Maar andere wetenschappers willen wel van de apenproeven af. Zo noemt Merel Ritskes-Hoitinga het „visieloos” dat de minister het beleid voor het BPRC ongemoeid wil laten. Ritskes-Hoitinga is hoogleraar Evidence-based transitie proefdiervrije innovaties aan de Universiteit Utrecht en stond in het verleden zelf aan het hoofd van een proefdierlaboratorium, maar heeft een omslag gemaakt. „Nederland heeft de ambitie om wereldwijd leidend te zijn met alternatieven voor dierproeven”, zegt ze, „maar tegelijk stelt het kabinet geen concrete doelen. Dat vind ik vreemd. In de economie formuleren we toch ook altijd duidelijk een streven? Als je dat niet haalt, dan wordt het doel bijgesteld, maar het streven moet er wel zijn.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12081811/141026WET_2037238002_rijswijk2.jpg)
Onderzoek zonder apen is nog niet mogelijk, zegt de minister van Onderwijs.
Foto BART MAATRitskes-Hoitinga denkt dat het nu niet gebeurt „omdat de belangen te groot zijn” en de wetenschap „te conservatief” is. „Een instituut als het BPRC houdt zichzelf in stand, om de banen van mensen die ermee gemoeid zijn en vanwege het collectieve geloof in de oude methodes, namelijk dat je medicijnen eerst moet testen in een dier. Terwijl de wetenschap intussen enorm is veranderd. De switch maken naar nieuwe methoden is hard nodig.”
Ze krijgt bijval van Debby Weijers, directeur van Stichting Proefdiervrij, die het „te makkelijk” vindt om op apen terug te vallen. „Dat voor de ontwikkeling van vaccins tijdens de pandemie primaten werden gebruikt, komt omdat we in die tijd terugvielen op bekende systemen. Vaccinonderzoek liep en loopt nog via primaten. Maar om te zeggen dat het dankzij apenonderzoek gelukt is, vind ik te sterk. Het zijn juist de onderzoeksmethoden direct gericht op de mens die de versnelling in vaccinontwikkeling mogelijk maakten.”
Donderdag, tijdens het commissiedebat over dieren buiten de veehouderij en dierproeven, wil Ines Kostic opnieuw een amendement inbrengen op de begroting van OC&W, in een poging om de subsidie van het BPRC alsnog te oormerken naar een toenemend aandeel proefdiervrij onderzoek. Het is een compromis: de einddatum is verschoven naar 2032 en het voorstel is om in 2029 te evalueren of het budget voor apenproeven veilig verder kan worden afgebouwd.
Of hier een Kamermeerderheid voor is, zal blijken. „Ik vind dat serieus spannend”, zegt Langelaar. „Ik weet niet precies welke richting het op zal gaan. Het stelt me een beetje gerust dat de minister heeft gezegd dat het BPRC essentiële kennisinfrastructuur is, ook vanwege de geopolitieke verhoudingen. We willen dit soort onderzoek graag in Nederland en Europa hebben. Maar je weet nooit waar mensen mee komen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/12081855/141026WET_2037238002_rijswijk4.jpg)
Merel Langelaar, directeur van het Biomedical Primate Research Centre (BPRC).
Foto BART MAAT
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.