Europese landen maakten zichzelf afhankelijk van China, nu is de stemming omgeslagen
Niet zo gek lang geleden, in 2012, werd Portugal stevig onder druk gezet allerlei bezittingen in de uitverkoop te doen. En Lissabon gaf daar gehoor aan. De regering verkocht zijn gehele belang in het Portugese hoogspanningsnet aan een Chinees staatsbedrijf. Ook het aandeel van de staat in het nationale elektriciteitsbedrijf kwam in Chinese handen.
Dit was niet ongebruikelijk, in het Zuid-Europa van de schuldencrisis. Als de Portugese regering noodsteun wilde ontvangen, moest ze van de Europese Commissie en het IMF veel van haar bezittingen privatiseren. Het waren dezelfde jaren waarin de Griekse regering de haven van Athene aan een Chinees staatsbedrijf verkocht. Het was crisis, en China was een welkome klant.
Anno 2026 hebben de acute geldzorgen van toen plaatsgemaakt voor hele andere zorgen. Net als heel Europa denkt Portugal nu hard na over zijn kwetsbaarheden in geopolitiek onstuimige tijden. In zo’n tijdperk wil je liever niet dat je helemaal niets te zeggen hebt over je eigen hoogspanningsnet. En dus kocht de Portugese regering zich in augustus weer in, met een aandeel van bijna 14 procent. Het Chinese bedrijf had en houdt 25 procent. Dat mag zo blijven, zegt Lissabon. Maar het is goed om zelf ook weer een stoel in de bestuurskamer te hebben.
Deze relatief kleine episode zegt veel over de bekoelde verhoudingen tussen de Europese Unie en China. Elke Europese regering krabt zich inmiddels achter de oren. Wat betekent China’s opmars voor de eigen soevereiniteit? En voor de economie? De risico’s wegen steeds zwaarder.
Hardere koers
Voor het eerst in lange tijd is daardoor iets van consensus zichtbaar in het Chinadebat. Als premier Rob Jetten en zijn collega’s elkaar deze donderdag en vrijdag treffen op een EU-top in Brussel, zullen de meesten aandringen op een hardere koers tegenover China.
Dankzij die overeenstemming kon Eurocommissaris Maros Sefcovic (Handel) afgelopen week in Beijing een aantal concessies van de Chinese regering losweken, onder meer om de snel groeiende instroom van Chinese hybride auto’s in te dammen. Zijn eigen ambtenaren zinspelen intussen al op méér maatregelen.
Maar dat het zo lang kon duren voordat het zover kwam – ook daar komt dat Portugese voorbeeld van pas. De meeste Europese regeringen, ook de meest kritische stemmen, hebben zelf de deur opengezet voor China. En dat deden ze allemaal op een eigen manier, net weer anders.
Portugal moest zijn kroonjuwelen in crisistijd in de verkoop doen om kredietverleners gunstig te stemmen. Spanje, Hongarije en Slowakije verwelkomden de bouw van Chinese batterij- en autofabrieken in hun land, die als geroepen kwamen toen de economie en de werkgelegenheid in het slop zaten. In Nederland kregen Chinese busbouwers de ene na de andere opdracht van vervoersmaatschappijen, die tegen een lage prijs elektrische bussen moesten aanschaffen.
Nu de twijfel toeslaat, over de afhankelijkheid die dit creëerde en de subsidies en andere voordelen waarmee de nieuwe Chinese spelers over de Europese concurrentie heen walsen, betekent dat ook dat hun belangen en risico’s sterk uiteenlopen. En dat het nieuwe Chinabeleid zich nog niet gemakkelijk laat uittekenen.
Het sprookje is voorbij
Er is één land dat deze spagaat het beste belichaamt, en dat nu ook de Europese koerswijziging in gang zet: Duitsland.
Nergens is de kluwen van belangen zo verknoopt als in Europa’s grootste economie. De kopstukken van de Duitse industrie vlogen twintig jaar lang af en aan naar China. Daar vonden ze alles wat ze zochten: een gigantische groep nieuwe consumenten aan wie ze hun auto’s en hun apparatuur konden verkopen, bedrijven die hun machines kochten om ter plekke fabrieken te bouwen en goedkope leveranciers om hun productie, thuis in Duitsland, betaalbaar te houden.
Dit Duits-Chinese sprookje is zo langzamerhand voorbij. De Chinese consumentenmarkt voor Duitse bedrijven stort in – niemand in Shanghai koopt nog een Audi. Nu dreigen Chinese bedrijven hen ook van hun thuismarkt Europa te verdrijven, met auto’s, wasmachines en tal van andere producten die kwalitatief hoogstaand en veel goedkoper zijn. De fabrieken die mede met Duitse input in China werden opgebouwd, verpulveren nu de Duitse en Europese concurrentie.
Het gevolg: Duitsland, dat als industrie- en handelsland aanvankelijk een van een van de grote winnaars van de opmars van China was, dreigt vanwege diezelfde status nu te eindigen als de grote verliezer van de tweede China-schok.
De afgelopen jaren introduceerde de EU al importtarieven op elektrische auto’s uit China, en op staal. Af en toe werd er een onderzoek ingesteld. Maar Duitsland bleef de meeste ingrepen dwarsbomen. Dat is veranderd.
In Brussel en Berlijn zien ze dat bondskanselier Friedrich Merz al sinds het begin van de zomer een andere toon aanslaat. Dat Merz geen blokkades opwierp tijdens een EU-top in juni, en zo de ruimte gaf aan de Europese Commissie om nieuwe handelsmaatregelen tegen China te ontwikkelen, was een voorteken. Tijdens een mini-top die Merz en de Franse president Emmanuel Macron – die al langer pleit voor een agressievere koers – in juli belegden in Noordrijn-Westfalen zou de bondskanselier verder zijn bijgedraaid.
Het meest zichtbare resultaat van die samenwerking was de brief die Merz en Macron begin oktober aan Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen stuurden. Zonder een land te noemen beklaagden ze zich over de ontwrichting van de wereldwijde vrijhandel „doordat handel als wapen wordt ingezet, en door systematische marktverstoringen en macro-economische onevenwichtigheden.” Dat ze hier op China doelden, hoefden ze er niet bij te zeggen.
Deze „ongekende uitdagingen” hebben volgens Merz en Macron een tweeledig antwoord nodig. Eén: veel meer mensen en middelen om oneerlijke concurrentie te onderzoeken en te bestraffen. Nu gebeurt dat op basis van losse bedrijven in plaats van hele bedrijfstakken. Dat is bureaucratisch en tijdrovend. En twee: er moet een „geloofwaardig instrument” klaarliggen als China niet bereid is zijn exportgolf in te perken, desnoods door de toegang tot de Europese markt te blokkeren.
Dat vergde nogal een omslag in het denken in Berlijn. Lang dachten Duitse politici dat het grootste gevaar uit China bestond uit vergelding in reactie op Europese handelsmaatregelen. Als Beijing de toegang tot Chinese consumenten of tot Chinese leveranciers voor Europa zou afknijpen, zouden al die Duitse bedrijven met hun verknoopte verdienmodel in de problemen komen.
Nu draaien veel politici het om. Het is juist de overweldigende concurrentie uit China die, bij gebrek aan beschermende Europese maatregelen, de industrie de nek kan omdraaien.
China wil zijn klant niet kwijt
De nieuwe consensus betaalde zich direct uit. Eurocommissaris Sefcovic kreeg afgelopen week bij zijn bezoek aan Beijing meerdere toezeggingen. Niet alleen gaat Beijing de export van hybride auto’s terugdringen, het wil ook de importtarieven op Europese goederen herzien en afspraken maken over de uitvoer van essentiële grondstoffen naar Europa.
Veel is onduidelijk over de details, vooral rond de exportbeperkingen. Bovendien zijn hybride auto’s maar een deel van het verhaal. Er zijn bijvoorbeeld geen nieuwe afspraken gemaakt over elektrische auto’s op batterijen, farmaceutische middelen of chemicaliën. Toch waren veel diplomaten enthousiast, en positief verrast, over het resultaat van de reis. Het vergroot de overtuiging dat met China valt te praten, zolang de EU laat zien dat het als blok eensgezind is, en bereid tot ingrijpen.
„Het lijkt erop dat Sefcovic sterk heeft geprofiteerd van het feit dat Duitsland en Frankrijk tanden hebben getoond”, zegt Sander Tordoir, hoofdeconoom van denktank Centre for European Reform. Ze maakten bovendien gebruik van wat hij beschouwt als het krachtigste wapen dat de EU in huis heeft: de toegang tot de uiterst lucratieve Europese markt.
Chinese bedrijven kunnen zich het verlies van Europa als afzetmarkt eigenlijk niet permitteren. Dat sterkt Europa’s onderhandelingspositie, zei een EU-functionaris die betrokken was bij de onderhandelingen deze week. „De klant heeft altijd gelijk. En als klant hebben we aan China duidelijk gemaakt dat we pijn lijden.”
Sefcovic gaf in kleine kring de afgelopen week dezelfde verklaring voor de Chinese bereidheid om afspraken te maken: China realiseert zich dat het zijn beste klant aan het ombrengen is.
Op hun beurt willen de Europeanen ook niet alle banden doorsnijden. China is in veel sectoren een belangrijke, of ronduit onmisbare partner. EU-ambtenaren spreken graag over derisking als alternatief voor decoupling: de risico’s afbouwen zonder de handelsrelatie op te geven.
„De vraag na dit bezoek en deze concessies is: is de relatie tussen de EU en China in rustiger vaarwater gekomen, of maakt Brussel juist gebruik van dit momentum om de druk op te voeren?” zegt Sense Hofstede, China-analist in Brussel voor de Midden-Europese denktank AMO.
Dat laatste, als het aan de lidstaten ligt. In de slotverklaring van de EU-top zullen ze vrijdag de Commissie oproepen „de gereedschapskist van de EU te verbeteren” met nieuwe handelswapens, zo staat in de concepttekst. Ook de ambtenaren van Sefcovic benadrukten, direct na zijn terugkeer uit Beijing, dat praten niet genoeg zou zijn.
De EU heeft al regels en tarieven om subsidies en dumping aan te pakken. Daarnaast werkt Brussel aan een nieuw instrument waarmee het Europese bedrijven kan dwingen hun leveringsketen te verbreden, om de afhankelijkheid van China in te perken. Dat wordt in december verwacht.
In die categorie past ook de ontwikkeling van de Industrial Accelerator Act. Die wet is niet specifiek gericht tegen China, maar moet Europese bedrijven verplichten een groot deel van hun productie in Europa te organiseren, aangevuld met een nog onbekend aantal partnerlanden.
Nu gaat het bij deze wet nog om bedrijven die in aanmerking willen komen voor overheidssubsidies en publieke aanbestedingen, maar lobbyisten en ambtenaren houden er rekening mee dat dit soort programma’s breder zouden kunnen worden opgetuigd.
Tordoir verwacht veel van zulke Europese industriepolitiek. „En interessant genoeg zien we in de modellen van de Industrial Accelerator Act dat de grootste positieve effecten juist bij Duitsland zitten, het land dat zich zo lang zo kritisch heeft opgesteld in deze discussies.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/14164802/141026ECO_2036215071_china6.jpg)
Bezoekers bekijken elektrische auto’s van het Chinese merk BYD op een autobeurs in München, september 2023.
Foto Leonhard Simon/Getty ImagesDe storm overleven
Misschien komen Europa en China snel tot meer afspraken. Misschien ook niet. De overgangsperiode zal hoe dan ook soms pijnlijk zijn. Maar dat moet geen reden zijn voor Brussel en de nationale regeringen om terug te deinzen voor confrontaties, vindt Sense Hofstede.
Als voorbeeld noemt hij Nexperia: de Nederlandse chipmaker die vorig jaar in tweeën brak temidden van een diplomatieke crisis tussen Den Haag en Beijing. Pijnlijk of niet, zegt Hofstede, soms is hard ingrijpen simpelweg nodig: „Succes ziet er vaak niet mooi uit.”
Hoe lang de handelsspanningen zullen aanhouden, weet niemand. Maar zowel in China als in Europa leeft de vraag hoe houdbaar het Chinese economische model is. Grote aantallen Chinese bedrijven dreigen zelf ten onder te gaan aan de onderlinge concurrentie. Ook Beijing weet niet met die situatie om te gaan. Als de stofdampen eenmaal optrekken, is het de vraag of het exportoverschot nog zo hoog is als nu.
„Dit model kan niet eeuwig duren”, zegt Hofstede. „De kans bestaat dat we naar een overgangsperiode kijken. Maar juist dan moeten we alles in het werk stellen om te voorkomen dat Europa kapot gaat aan een tijdelijke golf van overproductie. Het is een storm die je moet zien te overleven.”
SerieChina-schok 2.0
Hoe industrieland Duitsland siddert door Chinese concurrentie
Wat is de China-schok en waarom heeft die Europa zo verrast?
Nederlandse industrie ergert zich aan Chinese concurrenten en vreest voor sluiting meer fabrieken
Ook China heeft last van de eigen industriële sprong voorwaarts
In de fabriek van grootste autoproducent BYD
Wat kan Europa doen om zich te beschermen?
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.