Home   2026-10-22 19:56:51

←

De vloedlijn ligt bezaaid met scheermessen, die ‘satisfying’ kraken als we eroverheen lopen

Original article

Bij de campingwinkel had ik een zak chips gekocht. Op de verpakking prijkten een chorizo en een gebakken ei met een hele dooier in de kleur van een machtige zonsondergang. Zoiets kun je natuurlijk niet laten liggen. Dit gebeurde ruim twee jaar geleden, op een Spaanse camping. Het zal me de rest van mijn leven blijven achtervolgen.

‘Weet je nog, pap’, zegt mijn oudste dochter vanaf de achterbank van de auto, ‘dat jij die eichips had gekocht?’ Aan haar weerszijden zitten twee vriendinnen; mijn jongste dochter zit naast me. Dit verhaal, van de chorizo-eichips, komt eens in de zoveel tijd weer naar boven. De geur die vrijkwam toen ik de zak opende. Het was alsof iemand met een heel ernstige maagzweer een scheet had gelaten in een plastic zak en die zak daarna snel had dichtgeseald. Zo smaakten de chips ook. Als dunne, knapperige, maagzweertjes.

We banjeren over het strand, op de mooiste herfstdag tot nu toe. Het is windstil, de Noordzee schoon en kalm, met heldere witte koppen op bescheiden golven. De lucht is zo blauw dat je je niet kunt voorstellen dat hij ooit weer grijs wordt. De vloedlijn ligt bezaaid met scheermessen, die ‘satisfying’ kraken als we eroverheen lopen. ‘Echt ASMR dit’, zegt een van de vriendinnetjes. Ze vertellen elkaar spannende verhalen, over inbrekers en drugsdealers op straat en ongelukken die ze hebben gezien. ‘O nee, nu durf ik echt niet meer te slapen vanavond.’

Boven, op de boulevard, halen we ijsjes bij de snackbar en eten we ze op in de zon. Mijn jongste dochter, die zich niet lekker voelt, legt haar hoofd op mijn schouder. In stilte kijken we naar de horizon. Op zee probeert een surfer een golf te pakken. En nog een. Een paard galoppeert door de branding. De zon is genadig, zoals ze alleen in het najaar is. Ik neem me voor dit vaker te doen – of in ieder geval deze dag een prominente plek in mijn herinneringen te geven. Ergens hoop ik dat mijn dochters dat ook doen; dat deze verloren, zonnige maandag in de herfstvakantie ze voor altijd bij zal blijven.

Weinig kans. ‘Die chips waren echt zó goor’, vertelt mijn dochter op de terugweg. ‘We hadden ze dus meegenomen naar het strand en toen hebben we m’n vader gebeld om te zeggen hoe vies ze waren’ (de vader in kwestie was destijds bezig om hun kapotte auto te laten wegslepen, ander vervoer en een extra nacht op een al volgeboekte camping te regelen, maar bel me vooral even om te vertellen hoe vies je chips zijn). Het chipstrauma heeft zich diep genesteld. Vandaag trakteer ik op ijs. Over tien jaar trakteer ik op therapie.