Home   2026-10-22 19:56:51

←

Wat zegt het AI-gebruik van dit kabinet eigenlijk over zijn politieke filosofie?

Original article

Iedereen die geen boomer is, ruikt de rottende geur van AI-gebruik van grote afstand. Dat Rob Jetten AI gebruikt, net als zijn ministers, nota bene in speeches en tweets over Ketikoti en de Holocaust, is niet alleen maar cringe, maar toch vooral heel smerig. Alle AI-teksten, hoe goed ook, druipen van gedachteloosheid en schaamteloosheid.

Daarom besloot Rob JetGPT om de Kamer foutief te informeren over zijn AI-gebruik en, na de backlash, het uiteindelijk te bagatelliseren: ach, ‘driekwart van de Nederlanders gebruikt tegenwoordig elke dag AI’.

Desondanks was de toon van het nieuws vrij mild. Heel veel meer dan een vermanend ‘stoute Rob’ werd het niet. In talkshow Eva waarschuwde Ron Fresen dat Jetten zijn authenticiteit riskeert, het allerbelangrijkste wat een politicus heeft.

Aan diezelfde tafel vond VVD’er Bart Groothuis, die hélemaal uit Straatsburg was komen rijden, het marginaal gelul. In Europa zijn ze al zóveel verder. Daar hebben ze het over AI als voldongen feit, als race waarin we niet achterop mogen raken. En dus moedigt Groothuis zijn dochters aan om zo veel mogelijk AI te gebruiken.

Nu ik geen televisierecensent meer ben en niet meer in de draaikolk van talkshows mijn kop verlies, moet ik steeds vaker denken aan een zin van filosoof Walter Benjamin: ‘Dat het zo verder gaat, ís de catastrofe.’

Twee dagen eerder was ik in Nieuwspoort, waar het uitstekende rapport Herover de Publieke Sfeer van de Raad voor het Openbaar Bestuur werd besproken. Tijdens de avond werd meermaals gepleit voor het beschermen van onze gedeelde werkelijkheid. Dat zou de kerntaak van journalisten zijn.

Maar over welke werkelijkheid hebben we het dan? Die waarin, na de publieke sfeer, nu ook het openbaar bestuur in handen is gekomen van een paar Amerikaanse algo-sukkels met wezenloze techbedrijven? Moeten we die beschermen? Of zouden we die juist aan stukken moeten willen rijten?

We lijken vergeten dat die werkelijkheid niet neutraal is, maar een politiek-economisch project, ten diepste kapitalistisch, met een neoliberale grondslag. Alleen hebben we daarover jarenlang geen wezenlijk ideologisch conflict gevoerd. Daardoor kon het heilige kapitalisme, met de aartsengelen eigendom, competitie en efficiëntie, zich gaan verschuilen als gezond verstand. Als normaal, als die gedeelde werkelijkheid.

Binnen dat paradigma is het logisch dat de premier en zijn ministers naar AI grijpen zonder zich de fundamentele vraag te stellen waarom. De urgente taak van journalisten is niet om die gedeelde werkelijkheid te beschermen, maar om die radicaal ter discussie te stellen door het ideologische conflict zichtbaar te maken: wat zegt het AI-gebruik van dit kabinet over zijn politieke filosofie? Welk wereldbeeld schuilt hierachter? Welk mensbeeld? Welk idee over vrijheid, bezit, macht en verantwoordelijkheid? Welk wereldbeeld staat hier tegenover? Had het ook anders gekund? Alles is een politieke keuze.

Dat geldt dan ook op alle thema’s: meer dan de helft van Nederland is landbouwgrond. Goed, waarom? Niet goed, waarom niet? Geef daar eens een coherent wereldbeeld bij, een filosofie, alstublieft. En een huis: levensbehoefte of beleggingsobject? En hoe kijken partijen überhaupt naar bezit? En wat vinden ze er dan van dat zeven Amerikaanse techbro’s ons publieke debat bezitten? Goed, geachte liberaal? Of slecht, geachte socialist?

Ron Fresen noemde dit soort vragen laatst op LinkedIn ‘links-rechts gedoe’, waar we voorbij zouden moeten kijken. Dat hebben we jarenlang gedaan en zie waar het ons heeft gebracht: een publieke sfeer waarin bijna alles controversieel is, behalve de ideologische fundamenten waarop die gebouwd is. De komst van AI is een race die we niet mogen verliezen, huizen zijn nu eenmaal beleggingsobjecten en ons publieke debat is Amerikaans privé-eigendom.

De toekomst ligt al vast omdat het ons niet lukt erover te debatteren als politiek project. In plaats van de toekomst als horizon aan mogelijkheden die we kunnen overzien, zitten we op een veranda, aldus de Indiase denker Gayatri Spivak, tevreden en gedachteloos uitkijkend op de enige werkelijkheid die we ons kunnen voorstellen.

Gevaarlijk, want dan is de verdediging van de democratie en de rechtsstaat dezelfde als de verdediging van de status quo en krijgt de extreemrechtse aanval daarop het aanstekelijke elan van verzet. ‘Zij doen tenminste iets.’

We zouden de publieke sfeer dus niet alleen moeten willen heroveren, maar haar onder stroom zetten, tot leven wekken, bezielen. Als we dat niet doen, gaat het ‘zo verder’. Dat kan prima met behulp van AI. Maar dat is wel de catastrofe.