Ik keek hem ongelovig aan. ‘Een grap, toch?’ Maar uit zijn blik sprak angst, pure angst
‘Ik ga voor geen goud!’ De felheid van mijn Poolse collega Tomasz herinner ik me levendig. Begin 2000 werkten we allebei voor ING in Warschau. Tomasz was gevraagd om in Moskou de commerciële kansen voor verzekeringsproducten te onderzoeken. Hij was geknipt voor de job. Financieel ijzersterk en vloeiend in Russisch.
‘Waarom niet?’ Ik begreep er niets van. Rusland was dé opkomende markt, land van ongekende mogelijkheden. De storm geluwd, het Sovjetregime voorgoed aan diggelen.
‘Dan kom ik niet meer terug’, antwoordde hij. Ik keek hem ongelovig aan. ‘Een grap, toch?’ Maar uit zijn blik sprak angst, pure angst.
Tomasz, opgegroeid in de Sovjettijd, weet wat Russische overheersing betekent. Net als zijn ouders en grootouders. Net als de Letten, Litouwers en Esten. En natuurlijk de Oekraïners. Zij kennen de wreedheden, de repressie en de martelpraktijken van het Kremlin, toen en nu. Hun angst is doorleefd, evenals hun wantrouwen.
‘Wie de oorlog niet kent, begrijpt niet eens dat dit alles bestaanbaar is. Hij begrijpt niets van de mensen, en niets van de samenleving, hij kent alleen de windstille dagen en weet niet dat het stormen en razen kan. Hij weet misschien iets van het zachte en zalvende oppervlak van een gelukkige maatschappij, maar tot de diepten, de driften, de hartstochten, de wreedheid der mensen, dringt hij niet door’, citeerde de Pools-Belgische filosoof Alicja Gescinska onlangs schrijver en Holocaust-overlevende Abel Herzberg in de naar hem vernoemde lezing.
Voor mij, een naoorlogs kind opgegroeid in decennia van windstilte, is oorlog abstract. Gruwelijk, maar iets van ver weg, van anderen, uit verhalen en films. Rusland was voor mij een interessant vakantieland waar ik per trein doorheen reisde. Tomasz’ angst kon ik begrijpen, maar me voorstellen: nee.
Tot voor kort. Ruim vierenhalf jaar oorlog in Oekraïne, beelden van ontelbare doden in vernietigde steden, gesprekken met gevluchte Oekraïners en de groeiende berichtenstroom over Russische sabotage in Europa voeden mijn onrust, samen met de onnavolgbare capriolen van een gek geworden bondgenoot. Hoe meer ik dit beklemmende gevoel wegdruk, hoe harder mijn zorgen over een op handen zijnde oorlog terugkomen. Ik voel me kwetsbaar en verward.
Daarin sta ik niet alleen, als ik de Amerikaanse generaal Alexus Grynkewich mag geloven. Maandag wilde de hoogste Navo-legerbaas in Europa, verantwoordelijk voor de militaire bescherming van 1 miljard burgers, met zijn speech ‘Theory of Victory’ de ongerustheid wegnemen. Er dreigt niet direct oorlog, benadrukte hij, maar komt er een aanval, dan is er een plan. We got this, wilde hij maar zeggen. Plek (Warschau) en boodschap waren helder: Rusland zij gewaarschuwd.
Of Grynkewichs spierballenverhaal indruk maakt op de Russen, weet ik niet. Evenmin of hij iemand heeft gerustgesteld. Dat de viersterrengeneraal het überhaupt nodig vond een toespraak te houden, heeft mijn zorgen alleen maar groter gemaakt. Wat blijft hangen: de vijand staat voor onze voordeur, of is via de achterdeur al binnen. Tegen deze opponent zonder scrupules hebben we tanden nodig. Maar jarenlange windstilte in het Oosten heeft Europa vrijwel tandeloos gemaakt, waardoor we te afhankelijk zijn van Washington. Of er daadwerkelijk Amerikaanse boots on the ground komen, is volgens de generaal ‘uiteindelijk een politieke beslissing’.
En precies daar wringt de schoen. Zeker nu vanuit het Witte Huis elke dag weer een nieuwe storm opsteekt. Niets blijkt verraderlijker dan te lang leven zonder wind.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusOpinieMerel van Vroonhoven
Achter alarm en fietsbroekje schuilt het oude idee van de man als weerloos slachtoffer van het vrouwenlichaam
- v-plusOpinieMerel van Vroonhoven
‘What the fuck!’ Hij kijkt me aan alsof ik van Mars kom. Waarin ben ik eigenlijk een hufter?
- v-plusOpinieMerel van Vroonhoven
Beschaving bestaat nog, concludeerde ik opgelucht na het zien van ‘Zoals het komt’. Des te pijnlijker voelde de confrontatie daags erna