Daar was de bezoeker van wie je had kunnen weten dat ze er zou zijn: de Fridavrouw met bloementooi op haar hoofd
Een van de vriendinnen met wie ik in Londen was, had weinig zin om mee te gaan naar de tentoonstelling van Frida Kahlo. ‘Frida Kahlo vind ik saai’, zei ze, en ik begreep wat ze bedoelde.
Als een kunstenaar met haar doorgegroeide wenkbrauw en bloementooi op elke Xenos-mok, sok, boodschappentas, poster, oorbelhanger, trui, geurstokhouder en handcrèmetube staat, kun je een beetje genoeg van die persoon krijgen.
Maar ik heb een Frida Kahlo-kernherinnering, van toen ik een jaar of 23 was en door een Mexicaanse vriendin werd meegenomen naar het blauwe huis waar Frida met haar oervervelende man Diego Rivera woonde. Dat tripje maakte zoveel indruk op me – en al die oorbellen bestonden ook nog niet – dat ik er de rest van mijn leven een liefde voor Frida aan heb overgehouden.
Ik ben niet de enige. Op de tentoonstelling in Tate Modern wemelde het van de Fridafanaten. Er was bewegend beeld van Frida en Diego in hun tuin in Mexico-Stad. Er waren ook naaktfoto’s van Frida, gemaakt door een kunstenaar met wie ze waarschijnlijk een affaire had gehad, en dat luchtte me op: dat ze niet haar hele leven aan vervelende Diego had gehangen. En dat ze haar door polio, een ernstig verkeersongeluk en andere narigheid geteisterde lichaam dus blijkbaar zelf mooi had gevonden. Het was ook mooi.
En ja, kijk. Daar was, in het museum, de bezoeker van wie je had kunnen weten dat ze er zou zijn: de middelbare Fridavrouw met bloementooi op haar hoofd. Ik botste tegen de vrouw aan terwijl ik gebogen stond over een vitrine met Fridadingetjes. De vrouw zag er Brits uit, droeg een verder erg alledaagse outfit van grijs op grijs, en had dus die uitbundige bloementooi op haar hoofd. Niet met mooie bloemen, zoals Frida, maar met lelijke kunststof bloemen.
Blij liep de vrouw van zaal naar zaal, zich er niet van bewust dat mensen (ik) van achteren foto’s van haar maakten. Even later zag ik nóg een Fridavrouw, ook uitgedost met tooi en in kantoorkledij.
Ze deden me denken aan de volwassen mensen die ik in groten getale in Disneyland had gezien: mensen met Mickey Mouse-oren op, met een rugzak vol buttons van al hun bezoeken aan Disneyland, mensen die de gehele dans van de parade door Main Street U.S.A., de hoofdstraat in Disneyland, konden meedansen omdat ze minstens drie keer per jaar naar Disneyland gingen.
Je kunt natuurlijk om die mensen lachen of met afschuw naar ze kijken (deed ik allebei), maar je kunt je ook afvragen wat er nou zo erg aan is om je hele leven een tragische Mexicaanse kunstenares of een geanimeerde muis te aanbidden.