Het zijn geen ‘rotte appels’ die schandalen bij studentenverenigingen veroorzaken
De verkrachtingszaak bij Cornell University in New York, waarbij leden van het Chi Phi dispuut betrokken waren, verbaast onderzoekers van studentenclubcultuur wellicht minder dan anderen. Hoogstwaarschijnlijk zal het dispuut of de universiteit ook een vertrouwd patroon volgen na eerdere schandalen: verontwaardiging, afstand nemen en dan de belofte van verandering. Vervolgens de geruststellende gedachte dat het maar om enkele individuen gaat. Rotte appels.
Ook in Nederland en België zien we hetzelfde patroon steeds opnieuw. Na bangalijsten, dodelijke ontgroeningen, sperma-emmerspeeches, anaal ringwerpen, seksistische cantusliedjes, dierenmishandeling of andere incidenten blijven clubs volhouden dat de meeste leden zich wél correct gedragen. Het probleem ligt bij een paar ‘rotte appels’, vertellen ze tijdens de interviews voor mijn onderzoek naar studentenverenigingen, en zit dus niet in de algemene structuur van de studentenclubcultuur.
Kern van de identiteit
Dat klinkt geruststellend, tot je je begint af te vragen waarom gelijksoortige incidenten zich al decennialang blijven voordoen en waarom incidenten bijna uitsluitend voorkomen bij mannelijke leden en clubs. Misschien is de vraag niet alleen waarom er rotte appels zijn. Misschien is de vraag in wat voor mand ze liggen.
Tijdens mijn onderzoek naar traditionele studentenclubs in Nederland viel vooral het belang van tradities en geheimhouding op. Studentencorpora (zo noemen de oudste, meest traditionele studentenclubs in Nederland zich) beweren plaatsen te zijn waarin studentikoziteit en vriendschap centraal staan. Tegelijk zijn het organisaties die erg steunen op gewoonten en normen die generaties teruggaan. Hun geschiedenis is niet zomaar een achtergrondverhaal, maar misschien wel de kern van hun collectieve identiteit.
Net daarin schuilt misschien de paradox. Langdurige tradities geven betekenis aan een groep of club, maar blindelingse overname maakt verandering ook moeilijk. Wanneer normen als vanzelfsprekend beschouwd worden, kan kritiek vreemd en ongewenst aanvoelen.
‘Goed lullen’
Bovendien zitten leden midden in een belangrijke vormingsperiode van hun leven. ‘Wij vormen jongens tot mannen’, hoorde ik verschillende keren wanneer mannelijke leden over hun club vertelden. Een succesvol corpslid is luid en eloquent – ‘kan goed lullen’ – is zelfverzekerd en weet zijn plaats in de groep op te eisen. Je kunt je dan afvragen of daar iets mis mee is, maar interessanter is dat deze kwaliteiten vrijwel uitsluitend door mannen aan andere mannen worden doorgegeven, al jarenlang. De studentenclub wordt zo een omgeving waarin heel strikte ideeën omtrent mannelijkheid niet alleen worden aangeleerd, maar ook voortdurend door elkaar worden bevestigd.
Vrouwelijke leden beschrijven dezelfde clubs opvallend anders. Waar mannen spreken over vorming, hebben vrouwen het vaker over vriendschap en sisterhood. Maar ze hadden het ook vaak over de seksistische cultuur in de clubs. Anders dan mannelijke leden zagen zij incidenten minder snel als uitzonderingen, maar als deel van een seksistische cultuur die er wel degelijk heerst. Toch blijkt het moeilijk zich er fel tegen te verzetten.
‘Je wilt niet bekendstaan als een zeikwijf.’ Die opmerking zegt misschien meer dan een cultuurhervormingsreglement ooit zou kunnen. Want wie voortdurend moet kiezen tussen sociale acceptatie en kritiek, leert al snel wanneer het beter is om te zwijgen.
Onschuldig geacht
Dat maakt de zaak-Cornell ook voor Nederland en België relevant. Niet omdat alle studentenclubs hetzelfde zijn. Niet omdat elke man binnen zulke clubs zich schuldig maakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Maar omdat deze zaak nogmaals laat zien hoe weinig we weten over de structuur en cultuur die zulke incidenten in de hand werkt.
Wanneer seksuele grensoverschrijding plaatsvindt, richten we de aandacht op de dader(s). Dat is logisch, dat zie je ook bij de zaak-Cornell. Minder vaak stellen we structurele vragen. Wat voor cultuur heerst er binnen het Chi Phi-dispuut? Welke grappen worden er getolereerd in clubs? Welke tradities worden doorgegeven aan nieuwe generaties? Wat voor mannelijke karaktereigenschappen worden verheerlijkt?
Vrouwen als ‘sperma-emmers’ benoemen was deel van een jarenlang onschuldig geachte lustrumspeechtraditie. Maar waarom? Bangalijsten opstellen was deel van een ontgroeningstraditie voor nieuwe leden. Maar waarom?
Na de dood van Sanda Dia, na de Roetkapaffaire, na Dachautje spelen, na de vele kleinere en grotere incidenten die telkens weer het nieuws halen, zou je verwachten dat preventie centraal staat. Toch volgt meestal hetzelfde ritueel: verontwaardiging, excuses, ideeën omtrent hervorming, en vervolgens de terugkeer naar hoe het was.
Intussen worden de structuren waarbinnen zulke incidenten ontstaan, niet onderzocht. Wanneer er dan weer een schandaal aan het licht komt, maakt dat de ‘rotte appels’ een makkelijke verklaring.
Maar ook een gevaarlijke. Want zolang we naar de appel blijven kijken, hoeven we de mand niet te onderzoeken.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie

Protesten op Cornell University door groepsverkrachtingszaak
- v-plusOpinieMerel van Vroonhoven
Achter alarm en fietsbroekje schuilt het oude idee van de man als weerloos slachtoffer van het vrouwenlichaam
- v-plusReportage
Studenten eliteschool Cornell woedend over misbruikzaak: ‘Ze verkrachten ons en er gebeurt niets’
- v-plusvijf vragen
Wat weten we over de zaak rond de groepsverkrachting op de Cornell-universiteit?