Met blond matje: hoe Milan Sekeris in de aanloop naar musical ‘Cabaret’ transformeert tot ‘posterboy van het fascisme’
Auditie
Wanneer Milan Sekeris tijdens de tweede auditieronde in mei 2025 spontaan de pianist probeert te wurgen, kijken hoofdrolspeler Chantal Janzen (47) en regisseur Daria Bukvić (37) elkaar aan. Sekeris is geen grote naam in de musicalwereld, maar misschien is hij de acteur die ze zoeken voor de iconische rol van Emcee (mc: master of ceremonies) in hun nieuwe versie van de wereldberoemde Broadway-musical Cabaret (1966), die komend weekend in Amsterdam in première gaat.
Met haar in gin gedrenkte rol van Sally Bowles, zangeres uit de Berlijnse Kit Kat Club, viert Janzen, initiatiefnemer van de musical, na tien jaar televisiewerk haar rentree in het theater. Ze had Joop van den Ende en productiebedrijf MediaLane Theater van dochter Iris van den Ende weten te overtuigen de regie toe te vertrouwen aan de in de musicalwereld relatief onbekende Bukvić (artistiek directeur van Theater Oostpool), die vorig jaar haar musicaldebuut beleefde met het succesvolle Aletta de musical (2026).
Nu zoekt Bukvić voor haar actuele visie op het musicalverhaal, over een extravagante nachtclub in het vooroorlogse Berlijn waar nazi’s de macht grijpen, voor de rol van verleidelijke, sinistere ceremoniemeester een ‘lange, blonde, knappe heteroman, met klassieke aantrekkingskracht’, zo legt ze uit. ‘Een posterboy van het fascisme.’
‘Het is tegenwoordig bijna bon ton reclame te maken voor fascistisch gedachtengoed’, ervaart de regisseur, die als 3-jarige naar Nederland vluchtte vanwege de oorlog in voormalig Joegoslavië. ‘Populistische politici maken xenofobie en racisme openlijk aantrekkelijk. Dat doen ze zo slim en verleidelijk, dat mensen er massaal voor vallen. De Emcee verpersoonlijkt voor mij deze gevaarlijke beweging.’
Verleidingsmachine
Tijdens de selectieronde auditeren ervaren musicalacteurs met imitaties van eerdere, historisch geworden rolinvullingen. Zoals de clowneske motoriek van Oscarwinnaar Joel Grey in de originele Broadway-productie (1966) en Bob Fosses verfilming (1972). Die betekende de doorbraak van actrice Liza Minnelli als bejubelde Sally. Grey speelt de Emcee als vrolijke, griezelige marionet strak in de lak, met smoking, achterovergekamd haar en rode blos. De dreiging zit in het contrast: hij blijft grappen maken, terwijl de Duitse hoofdstad zucht onder de opmars van het nationaalsocialisme.
In de gedurfde revival door regisseur Sam Mendes, in 1993 in Londen en in 1998 en 2014 op Broadway, maakt acteur Alan Cumming met ontbloot bovenlijf, nagellak en neptatoeages van de Emcee een rauwe, geile verleidingsmachine, die openlijk met mannen en vrouwen flirt en grenzeloze seksuele vrijheid propageert. Zijn legendarisch geworden Emcee sleurt het publiek mee in een destructieve neerwaartse spiraal, totdat blijkt dat hijzelf doelwit is van de nazi’s.
Bretels en clownsneus
Sekeris lacht. Ook hij is thuis begonnen met bretels en clownsneus. De muzikale acteur, die zijn carrière begon in kleinschaliger (muziek)theater, laat een filmpje zien waarin hij zijn auditie oefent in zijn Haagse huiskamer. Geïnspireerd door de creepy clown van Eddie Redmayne, Emcee in de Broadway-versie uit 2024, danst hij met wijd gespreide, gastvrije variété-armen een speelse marionettenmotoriek.
‘Ik kende Cabaret amper. De Emcee was niet mijn droomrol, zoals voor veel musicalacteurs.’ Maar nadat Sekeris Piet Keizer had gespeeld in 14, de succesmusical over voetballer Johan Cruijff, en in de 23ste cast van Soldaat van Oranje de hoofdrol had vertolkt, kreeg hij zin in een echte musicalklassieker. ‘Ik bestudeerde Cummings cynische commentaar op hoe machtige rijken afleiding kopen in het lied Money. En ik luisterde openingsnummer Willkommen, waarin de Emcee de kosmopolitische, tolerante sfeer in de Kit Kat Club drietalig bezingt. Daarop heb ik, geschminkt als clown, een minichoreografie gemaakt.’
‘Doe die rode neus en bretels maar af’, zegt Bukvić tijdens zijn eerste auditie. Ze blijkt geen fan van Redmaynes versie, maar wel van de choreografische souplesse waarmee Sekeris speelt met zijn sensuele, viriele verschijning. Hij mag door. Wanneer hij tijdens de tweede auditieronde in een opwelling de pianist van achteren durft te wurgen met een rondslingerend sjaaltje, is Bukvić om. Deze Emcee is even aantrekkelijk als gevaarlijk.
Repetitie
Bij de eerste repetities in augustus blijkt hoe lastig het is de ongrijpbare rol van de Emcee te repeteren zonder publiek. Als charmante gastheer van de Club entertaint hij de toeschouwers. Hij maakt geen deel uit van het hoofdverhaal maar levert muzikaal commentaar op de breekbare relatie tussen Sally en de homoseksuele Amerikaanse schrijver Clifford Bradshaw (Freek Bartels) en, in een subplot, op de gedoemde romance tussen de Duitse pensioneigenaar Fräulein Schneider (Sylvia Poorta) en haar bejaarde geliefde Herr Schultz (Hajo Bruins), een Joodse fruitverkoper.
Zelf is de ceremoniemeester geen realistisch personage met een psychologische ontwikkeling. Hij is symbolisch én dubbelzinnig: hij wil dat de toeschouwers hun zorgen binnen vergeten, maar echoot ook de dramatische gevolgen van het opkomende nazisme buiten. Bukvić legt in haar interpretatie meer nadruk op deze serieuze, donkere kant: de geest van het (neo)fascisme sijpelt openlijk door de Club-kieren. Deze Emcee hint naar leugenachtige politici als Donald Trump, maar niet expliciet.
‘Ik voel soms dat ik tegen een blinde muur praat’, erkent Sekeris tijdens deze beginfase. ‘We zoeken naar een spannende vorm.’ Dat Bukvić zijn rol als ‘posterboy van het fascisme’ afficheert, vindt hij geen belediging voor zijn verschijning. ‘Ik ben nu eenmaal lang en blond. Het lijkt mij wel wat om voor deze rol mijn haar af te scheren, maar misschien wordt dat too much.’
Uiterlijk
In de voorstelling George & Eran worden racisten (2018), volgens de Volkskrant een van de beste producties van dat seizoen, wordt Sekeris door medespelers George Tobal, Eran Ben-Michaël en Myrthe Huber ook aangesproken op zijn uiterlijk. In een vlijmscherpe analyse van het racismedebat rekenen ze hem aan dat hij als blonde Viking boven aan de maatschappelijke ladder staat.
Sekeris begrijpt niet wat hij verkeerd doet, hij staat toch te zingen en te spelen met mensen van kleur, een Jood en een Syriër? Ondertussen maakt hij als uitvergrote versie van zichzelf verbale uitglijders. Iedereen discrimineert elkaar op kleur en achtergrond. ‘We durfden het mijnenveld rond typecasting, discriminatie en racisme met harde grappen en zelfspot aan te pakken, omdat we elkaar goed kennen.’
Tijdens deze voorstelling van George & Eran Producties zingt hij met Huber zelfgeschreven liedjes. Sinds de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie vormen ze het singer-songwriters-duo Nordgrond. Sekeris maakt al vanaf de basisschool liedjes op piano en gitaar. Die muzikale achtergrond komt hem nu van pas. De Emcee is een vocale kameleon, soepel in de hoogte, theatraal in de diepte, met dreigende borststem, en hij mixt spreken en zingen in Sprechgesang. Pittig.
Sitzprobe
Dat blijkt begin september bij de zogeheten Sitzprobe in de theaterstudio van MediaLane in Amsterdam-West. Tijdens deze zittende repetitie komen de musicalzangers en het orkest voor het eerst samen om nummer voor nummer door te nemen. Muzikaal leider Jeroen Sleyfer illustreert met acht musici de onverwachte accenten, ritmes, versnellingen en vertragingen: ‘Voordat jullie denken dat we er niets van bakken, de fluit blaast in andere toonsoort door het nummer Morgen behoort aan mij. Daarin hoor je dreiging.’ Sekeris luistert hypergeconcentreerd. Hij noteert waar hij de vrijheid van een rubato krijgt en het strikte tempo mag loslaten.
‘Waar zijn al uw zorgen nu?’, bast Sekeris grimmig wanneer hij voor de microfoon wordt uitgenodigd. Met Willkommen, bienvenue, welcome. Fremde, étranger, stranger nodigt de Emcee iedereen uit voor een losbandig feestje met vrije moraal. Maar wanneer het fascistisch regime binnendringt, vertraagt het ritme met zware, gewichtige klanken.
De actualiteit trilt mee: een paar dagen eerder heeft de radicaal-rechtse partij Alternative für Deutschland (AfD) een historische overwinning behaald bij deelstaatverkiezingen. ‘Eins, zwei, drei’, schetteren de blazers, die stampende laarzen in Berlijnse straten aankondigen. Dansers en zangers roffelen mee. ‘Weten we al of we hier lopen of marcheren?’, vraagt Sekeris, die als balletjongen begon aan de vooropleiding van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Kunstzinnige ambities
Tot zijn 17de wilde hij danser worden, vertelt hij na de Sitzprobe. ‘Ik had Billy Elliot gezien en vroeg voor verjaardagen videobanden van dansfilms als Mary Poppins, Grease en West Side Story. Ik trok net als Tony in West Side Story bloesjes aan, met opgestroopte mouwen. Vriendjes vroegen of ik naar een begrafenis ging. Beschaamd zei ik ja. Ik wilde dolgraag leren tappen zoals in Singin’ in the rain.’
Dit tot groot genoegen van zijn oma, Annemarie Verhoeven, die als professioneel danseres het Nederlands Dans Theater mede heeft opgericht. Zijn opa, Just Gerretsen, was altviolist bij het Haagse Residentieorkest. ‘Ik heb vaak geluisterd naar een opname uit 1978, waarin hij een Alfred J. Kwak-voorstelling van Herman van Veen begeleidt.’
Zijn ouders zijn verpleegkundigen. Ze stimuleerden alle kunstzinnige ambities van hun enige zoon – later kreeg hij twee zussen uit hun nieuwe relaties. ‘Toen Van Veen op het conservatorium een project met dansers en musici kwam doen, mocht ik verteller zijn. Geweldig. Mijn echte helden waren kleinkunstenaars, Acda en De Munnik, Maarten van Roozendaal, Van Veen, Ramses Shaffy.’
Sekeris werd twee keer afgewezen voor de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. ‘Ze vonden mij ijdel en arrogant. Ik dacht ook dat ik alles kon, ik vond mijzelf best geweldig. En bij ballet leer je kaarsrecht staan. Je showt buitenkant, zweeft over het podium.’
Na die teleurstellingen liet hij het er bij zitten. Gelukkig nam Van Veen hem op sleeptouw, als manusje-van-alles tijdens een onemanshow door België. Later deed Sekeris met hem mee bij een schoolvoorstelling, Eend grote terts, toevallig gebaseerd op de vertelvoorstelling die zijn opa ooit begeleidde.
Tijdens zijn tweede studiejaar Docent Muziek waagde hij toch een derde poging bij de Toneelschool & Kleinkunstacademie. Bingo. ‘Ik had dat pedante afgeleerd. En zij prikten door die buitenkant heen. Eindelijk les van mijn helden!’
Schminkles
Medio september repeteert Sekeris voor het eerst met theatermake-up. In het gebouw van MediaLane opent hij zachtjes een kleedkamerdeur. Daarachter wordt druk geoefend met grime, foundation en fixeerpoeder. ‘De meeste acteurs leren zichzelf te schminken. De hoofdrollen krijgen visagie. Bij mij testen ze of donkerpaarse of witte glitters op mijn oogleden het beste bij mijn Emcee passen, en donkerrode of paarse lippen. En hoe vet de zwarte lijnen worden.’
Terwijl hij een rijstwafel eet met cottage cheese, avocado en ei, zegt Sekeris tot nu redelijk tevreden te zijn over de zoektocht naar zijn rolinvulling. ‘Je kunt met de Emcee veel kanten op. Als pleitbezorger van het hedonisme laat hij soms zijn masker zakken. Ik denk nu aan een vampier. Geen fladderige bloedzuiger, maar iemand die je niet kunt peilen en plots met griezellach achter je opduikt. Ik onderzoek hoe ik in deze ongrijpbare vorm het kamp van fascisten aantrekkelijk kan maken en tegelijk laat doorschemeren wat er gebeurt als mensen toekijken en meelopen.’
Spannend
De overige hoofdrollen in het verhaal (dat is gebaseerd op de roman Goodbye to Berlin van Christopher Isherwood) staan voor uiteenlopende reacties op de roerige politieke verschuivingen. Sally weigert de maatschappelijke realiteit onder ogen te zien en steekt haar kop in het zand (‘Blindeer de ruiten, sluit de wereld buiten, het leven is louter show, schat’). Buitenstaander Cliff – schrijver – raakt verblind door de seksuele vrijheid, maar volgt toch zijn morele kompas.
Fräulein Schneider staat voor de zwijgende meerderheid. Als pragmatisch burger probeert ze te overleven, haar angst overschreeuwt haar geweten. De verliefde Herr Schultz is een tragische optimist (‘Het waait wel over’). En de charmante Ernst Ludwig (Valentijn Benard) lijkt gul en behulpzaam maar maakt het kwaad alledaags onder het mom van vriendschap. Ook deze nieuwe versie van Cabaret kent geen happy end.
Op weg naar huis stuurt Sekeris een berichtje: ‘Ik lijk misschien niet zenuwachtig, maar gisternacht verscheen in mijn droom Joop van den Ende als mijn overleden opa. Blijkbaar vind ik het toch spannend en wil ik ze niet teleurstellen.’
Try-out
Een week voor de première daalt Sekeris in DeLaMar tijdens een try-out de hoge trappen af. Een Haags blond matje glanst in zijn nek. ‘Willkommen, bienvenue, welkom. Fremde, étranger, vreemde. Glücklich zu sehen, je suis enchanté, blij dat u hier bent. (...) Hier is het leven verrukkelijk, de artiesten zijn verrukkelijk, zelfs het orkest is verrukkelijk!’, zo begint hij als grijnzende sfeermaker.
‘Vanavond proberen we uit of het werkt als ik echt contact maak met het publiek’, licht hij na afloop toe. ‘Pas met toeschouwers erbij vind ik mijn definitieve vorm.’ Dus vlijt hij zich tijdens het onthaal neer bij iemand op de eerste rij: ‘Valt het leven haar tegen?’ Haar antwoord herinnert hij zich niet meer, wel dat het werkt. ‘Ik heb gelukkig veel vrijheid om onvoorspelbaar te bewegen. We werken met een ingenieus systeem van tags op ons lichaam, zodat digitale volgspots ons overal vinden.’
Uit zijn brede mond glijdt zijn lenige tong naar buiten. Soms van erotische opwinding, soms om demagogisch te likkebaarden. Wanneer Herr Schultz zich verlooft met Fräulein Schneider, bijt Sekeris hem provocatief in zijn hals. ‘De nazi’s hijgen hem al in zijn nek’, fluistert een meisje achter in de zaal.
Machtige machinerie
Toevallig spiekt de Nederlands-Duitse zanger en performer Sven Ratzke (49) vanuit de artiestenfoyer mee naar het slot van de try-out. Hij heeft in de grote zaal van DeLaMar net de première gespeeld van zijn voorstelling Kopfkino en is nieuwsgierig naar deze Cabaret. De musical wordt in Nederland niet vaak opgevoerd. Tien jaar geleden maakte Ratzke met ravissante outfits van de Emcee een ‘androgyne, niet te bevatten figuur, omdat het opkomend fascisme in de jaren twintig en dertig ook niet te bevatten was’.
Heeft hij nog tips voor Sekeris? ‘Doe vooral geen voorgangers na. Die rol werkt alleen als je veel van jezelf laat zien en je eigen persoonlijkheid meekleurt met alle bonte kanten van het verhaal. Maar, vergis je niet. Het lijkt of je veel vrijheid hebt, maar je bent ook middelpunt van een machtige machinerie die Cabaret tot iconisch muziektheater maakt.’
Of het net zo’n belangrijk moment in de carrière van Sekeris gaat worden, als bij Ratzke – ‘Iedereen wist plots van mijn bestaan’ – zal na de première blijken. Voorlopig is de nuchter ingestelde Sekeris daar niet mee bezig. ‘Ik heb geen rituelen of geluksbrengers in mijn kleedkamer. Ik ben niet bijgelovig. En we doen het toch echt met z’n allen.’
Dan snelt ‘de posterboy van het fascisme’ op zijn racefiets naar het station, op weg naar vrouw en kind in Den Haag. Zijn laarzen hebben nog een week om richting première te marcheren.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- theater★★★★☆
In vlammend muziektheater toont Maarten Heijmans opnieuw zijn veelzijdigheid
- Musical★★★★☆
De razendsnel schakelende jukebox-musical ‘&Juliet’ krijgt na de pauze met hilariteit en zelfspot meer flow
- InterviewMusical
En ze leefde nog lang en gelukkig in Parijs: schrijver David West Read laat Julia van Romeo er een stuk beter vanaf komen dan in het oeroude verhaal
- Musical ★★★☆☆
De campy musicalhit ‘Titanique’ persifleert de film ‘Titanic’ op de muziek van Céline Dion (zij vaart mee, duh)
v-plusZeer politieke ?Cabaret?