Langs een massagraf wagen Ethiopische migranten de oversteek naar Jemen voor de droom van werk
Op de stranden boven de havenstad Obock in Djibouti is de dood zichtbaar aanwezig. In de nacht van vorige week donderdag op vrijdag verdronken bij een scheepsramp, waarschijnlijk de ergste ooit op deze route, 139 Ethiopische migranten, onder wie vijftien kinderen. Met weinig hoop wordt gezocht naar nog eens ruim tachtig vermisten. Niet ver van de plek waar de lichamen aanspoelen, bevindt zich al twee jaar een massagraf.
Het graf is in het zand gemarkeerd door een cirkel van stenen en hout. Hier liggen tientallen slachtoffers begraven van eerdere dodelijke scheepsrampen met migranten voor de kust van Djibouti. Medewerkers van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) leggen de stenen recht als ze langsrijden. Ook de slachtoffers van de huidige scheepsramp worden door het IOM op waardige wijze begraven.
Levensgevaarlijk
Waarom blijven Ethiopiërs de levensgevaarlijke oversteek wagen naar Jemen? Als gevolg van de oorlog en luchtaanvallen op Houthi-strijders die delen van de Jemenitische kust controleren, is die tocht gevaarlijker dan ooit. Jemenieten zelf vluchten massaal voor dit geweld: duizenden zijn de afgelopen weken gearriveerd in Djibouti.
Desondanks blijven Ethiopische migranten naar Jemen reizen. Alleen al de afgelopen maand telde het IOM maar liefst twintigduizend bewegingen van migranten door Djibouti. Velen van hen zullen ergens onderweg afhaken. Vorig jaar bereikten uiteindelijk zo’n 37 duizend migranten daadwerkelijk Jemen.
Vijf dagen vóór de dodelijke scheepsramp was de Volkskrant op bezoek bij een opvangcentrum van het IOM in Obock, waar nu de overlevende drenkelingen van de scheepsramp worden opgevangen. De krant sprak met drie Ethiopiërs die onlangs terugkeerden uit Jemen. Eentje vertrok vrijwillig. Twee anderen werden gedeporteerd. Ondanks de oorlog is in Jemen nog altijd een kustwacht actief – gelieerd aan de regering – die migranten uitzet naar Djibouti.
Tussenstation
Jemen is voor de migranten niet een eindstation, maar een tussenhalte onderweg naar een ander land: Saoedi-Arabië. Wanhopige Ethiopische families steken zich in de schulden om hun zoons en dochters hiernaartoe te sturen, in de hoop dat ze daar werk vinden en het overzee verdiende salaris uiteindelijk alles goed zal maken.
‘Mijn familie heeft het moeilijk’, vertelt Lydia Alabe (22). ‘Ik dacht: ik kan als dienstmeisje gaan werken in Saoedi-Arabië.’ Na een lange tocht lukte het haar inderdaad om Saoedi-Arabië te bereiken. Ze stak de grens over waar regelmatig migranten worden doodgeschoten door Saoedische grenswachters en vond werk in een restaurant.
Even leek haar leven dat waar alle migranten van dromen: ze had Ethiopische collega’s, verdiende niet slecht en kon haar mensensmokkelaar deels terugbetalen. Helaas: na vier maanden viel de Saoedische politie het restaurant binnen. ‘We werden gearresteerd en teruggestuurd naar Jemen.’ Na vijf dagen in een Jemenitisch detentiekamp werd ze gedeporteerd naar Djibouti. Binnenkort zal het IOM haar terugbrengen naar Ethiopië. ‘Ik ga niet nog eens proberen naar Saoedi-Arabië te komen, maar elke baan grijp ik aan.’
Gevangene van mensensmokkelaars
Abdi (26, om veiligheidsredenen wil hij niet met zijn echte naam in de krant) besloot de gevaarlijke reis te maken om geld te verdienen voor zijn gezin. Bij aankomst in Jemen kon hij zijn mensensmokkelaar niet betalen. Hij werd met andere migranten door de smokkelaarsbende gevangen gezet – een praktijk waarvan het IOM stelt dat die veel voorkomt.
‘Het was heel moeilijk, ze martelden ons. Zo dwongen ze onze families om te betalen.’ Na een week wist hij te ontsnappen. Maar in Jemen bleek er geen werk te zijn. Verder reizen naar Saoedi-Arabië kon hij ook niet betalen. Uiteindelijk zag hij geen andere uitweg dan zijn familie te smeken om meer geld. ‘Zodat ik in elk geval terug naar Djibouti kon.’
Moulo Gibre (45), die uit Jemen werd gedeporteerd ‘op een schip van het leger’ voordat Saoedi-Arabië in zicht kwam, kan niet meer terug naar huis. Net als veel andere migranten komt hij uit de Ethiopische regio Tigray. Vorige maand laaide hier een burgeroorlog op. ‘Mannen worden gerekruteerd om te vechten in de oorlog.’
Het IOM brengt momenteel geen migranten terug naar Tigray. Gibre zal worden overgebracht naar Addis Abbeba, de hoofdstad van Ethiopië, ver weg van zijn gezin. Hij hoopt dat hij daar werk kan vinden. Want niet alleen moet hij zijn familie onderhouden: ook is er de rekening van het mislukte Jemen-avontuur. ‘Ik heb nu allemaal schuldeisers die moeten worden terugbetaald.’
Sterven in de hitte
Onderweg van Ethiopië naar Jemen telde het IOM vorig jaar meer dan negenhonderd dode en vermiste migranten. Schipbreuken zoals die van vorige week zijn een uitzondering. De meeste Ethiopiërs sterven niet op zee, maar op het land, in de allesverzengende hitte van Djibouti.
Het leger van Djibouti controleert steeds strenger aan de grens met Ethiopië, zeker nu het weer oorlog is in Tigray. ‘Ethiopiërs zeggen dat ze vluchten om economische redenen, maar we zien dat ze ook vluchten voor het conflict in eigen land’, zegt Safiya Ibrahim, coördinator van het IOM in Obock. Om de grenscontroles te ontlopen, nemen ze noodgedwongen een omweg. ‘Hun reis wordt daardoor moeilijker, langer en gevaarlijker.’
Wanneer migranten – al dan niet gedwongen – terugkomen vanuit Jemen, ontstaan gevaarlijke situaties. ‘Ze komen aan op het strand en hebben geen idee waar ze zijn.’ Sommigen lopen de bergen in, op zoek naar water. Helaas zijn de bergen in Djibouti kurkdroog. Wie de kust verlaat, is verloren.
Tot slot wijst Ibrahim richting de witte vuurtoren van Ras Bir, die zo’n beetje de ingang markeert van de felbevochten zeestraat Bab el Mandeb (‘Poort der Tranen’). Wie ’s nachts op het strand staat, ziet van veraf dit lichtbaken. Het suggereert veiligheid. Maar in werkelijkheid staat de vuurtoren in een uithoek, ver van de bewoonde wereld. Er is geen water. Onderweg naar de vuurtoren toe treft het IOM soms omgekomen migranten aan.