Franse scholieren krijgen steun uit onverwachte hoeken, ‘deze kinderen zijn patriotten, geen tuig’
Adrian Cossic heft plots zijn vinger op. ‘Hoor je dat? De Marseillaise! Dit is belangrijk.’ Al vijftien jaar geeft hij les op de middelbare school Paul-Eluard in de Parijse voorstad Saint-Denis. Sinds eind september is ‘zijn’ school een van de voorlopers in het Franse scholierenprotest. Enkele meters verderop zingen tientallen tieners naast een brandende vuilnisbak uit volle borst het Franse volkslied, zwaaiend met de Franse vlag.
‘Deze kinderen zijn patriotten, en niet het tuig waarvoor ze vaak worden uitgemaakt’, zegt Cossic, docent economische en sociale wetenschappen. ‘Saint-Denis is een arbeidersstad, en veel van de inwoners zijn elders vandaan gekomen op zoek naar een beter bestaan. Dat voel je. Leerlingen willen slagen, en de strijd voor goed onderwijs is hier belangrijk.’
Daaraan dankt de school zelfs haar bestaan, vertelt Cossic. In 1965 werd het lycée (vergelijkbaar met de bovenbouw van de middelbare school) opgericht na decennia van sociale strijd om voortgezet onderwijs in Saint-Denis, een van de armste gemeenten van Frankrijk.
Steun uit onverwachte hoek
Na ruim drie weken van protest is de stemming voor het lycée Paul-Eluard dinsdag vrolijk. Er zijn zakken vol croissants om uit te delen, trompettisten en saxofonisten zorgen voor muziek, en plots verschijnt steun uit onverwachte hoek. De Zweedse klimaatactivist Greta Thunberg heeft zich, gehuld in keffiyeh, bij de scholieren gevoegd.
‘Hun strijd is meer dan gerechtvaardigd, en die zouden ze niet in hun eentje hoeven leveren’, zegt Thunberg. ‘We willen laten zien dat de hele wereld volgt wat hier gebeurt. Dit gaat over sociale ongelijkheid, en daarom is het belangrijk om de scholieren te steunen die het hardst worden geraakt.’
Twintigtal advocaten in toga
Ook opvallend is het twintigtal advocaten in toga dat zich dinsdagochtend bij de scholieren heeft gevoegd om aandacht te vragen voor de veiligheid van de demonstranten. Sinds het begin van de protestbeweging zijn bijna 7 duizend arrestaties verricht, waarbij zo’n 86 procent van de arrestanten minderjarig is. Dat is ongekend, vergeleken met ander sociaal protest.
Meerdere advocaten waarschuwen voor de manier waarop de aangehouden jongeren worden behandeld. Ze vertellen over cliënten die te maken krijgen met verbaal geweld en racisme, en zeggen dat ze soms gehinderd worden in het spreken met hun cliënten die in voorlopige hechtenis worden gehouden.
Slechts een derde van de arrestaties leidt tot strafrechtelijke vervolging. Dat toont volgens critici dat de politie de jongeren massaal oppakt als vorm van waarschuwing, zonder dat er bewijs is van geweld. In de linkse krant Libération waarschuwden advocaten dat daarmee het recht op demonstreren wordt geraakt. Ook Unicef, de kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties, uitte publiekelijk zorgen over het politieoptreden tegenover de scholieren.
De stempel van president Macron
De Franse socioloog Sebastian Roché ziet in het optreden de stempel van president Emmanuel Macron. In dagblad Le Monde beschreef hij hoe het politieoptreden de nieuwe doctrine toont voor het handhaven van de orde: ‘Massale arrestaties om af te schrikken, en het gebruik van wapens als spil van het politieoptreden.’ Al sinds het gelehesjesprotest in 2018 en 2019, waarbij veel gewonden vielen, vragen demonstranten bij straatprotest ook aandacht voor het optreden van de politie dat in hun ogen te repressief is.
Voor de 17-jarige Malak, die net als de andere leerlingen niet met haar achternaam in de krant wil, was het de reden om een protestpauze in te lassen. ‘Veel van mijn vrienden zijn gewond of gearresteerd’, laat ze via WhatsApp weten. ‘Het was erg intens, de politie reageert steeds gewelddadiger.’ Wel neemt ze deel aan de protestmars die dinsdagmiddag met steun van de vakbonden in Parijs wordt georganiseerd.
Ook docent Cossic zegt bij veel leerlingen twijfels te horen of demonstreren nog wel veilig is vanwege het politieoptreden. Sinds het begin van de protesten zijn 36 gerechtelijke onderzoeken geopend naar geweldsincidenten door de politie. In Parijs deelde een agent een knietje uit in het gezicht van een demonstrant, in Tours is een scholier een oog verloren door een rubberkogel en in een voorstad van Parijs kreeg een demonstrant een flitsgranaat in het gezicht geschoten die tot een dubbele kaakbreuk leidde.
Het leidt in Frankrijk tot een debat over de manier waarop de regering de protesten probeert te beheersen. Gruwelijk was het ongeluk van een jongen die in Lens zijn hand verloor toen hij een achtergelaten knalgranaat oppakte. Zo’n granaat maakt dusdanig hard lawaai dat die omstanders tijdelijk desoriënteert. Naar aanleiding van het ongeluk besloot de minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez de inzet van de knalgranaten bij scholierenprotesten op te schorten. Maar dat er van excessief geweld sprake zou zijn, ontkent hij nadrukkelijk.
Petitie tegen omstreden wapens
Een petitie om het gebruik van omstreden wapens en arrestatietechnieken te verbieden bij de scholierenprotesten, zoals inzet van rubberkogels en tasers, heeft intussen ruim 123 duizend handtekeningen opgeleverd. Het initiatief komt van een docent en vader van een middelbare scholier, die ziet hoe leerlingen ‘gecriminaliseerd’ worden. Bij 500 duizend handtekeningen kan de petitie in het Franse parlement worden behandeld.
Donderdag ontvangt onderwijsminister Édouard Geffray opnieuw de bonden die de middelbare scholieren vertegenwoordigen. Ondanks de protesten zijn bij het lycée in Saint-Denis de schooldeuren weer geopend. Maar een gewone schooldag blijft voorlopig uit.
‘Sinds maandag is er officieel weer les’, zegt Khadija die met haar vriendin Jeanne toekijkt hoe het laatste stukje van een vuilnisbak onder de vlammen wegsmelt. ‘Maar de opkomst was zo laag dat het alsnog niet doorging.’ Een beetje zenuwachtig worden ze wel, geven de meiden toe – ze doen dit jaar eindexamen. Maar vandaag staan ze nog hier – ook dat is een kwestie van de toekomst.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie