Home   2026-10-22 19:56:51

←

Efia (25): ‘Mijn moeder en de andere vrouwen in mijn leven lieten me zien dat je als vrouw alles kunt, ook zonder man’

Original article

Waar ben je opgegroeid?

‘Ik ben geboren in Hillegom, in de bollenstreek. Mijn moeder is bevallen bij mijn opa en oma thuis. Een paar maanden na mijn geboorte ben ik met mijn moeder naar Kenia verhuisd, waar ze al woonde. Sinds haar 24ste werkt ze in de ontwikkelingssamenwerking, voornamelijk in West-Afrika. Daar ontmoette ze mijn Burkinese vader.

‘Ik groeide op in Kenia, Niger en Mali, en heb van mijn zevende tot tiende in Nederland gewoond. Toen ik 3 jaar was, is mijn vader uit beeld geraakt. Dus mijn moeder stond er alleen voor.

‘Mensen zeggen weleens: it takes a village to raise a child. In Afrika werd dat nageleefd. Daar kreeg mijn moeder veel steun. Ik grap altijd dat ons huis een hotel was: familie en vriendinnen van mijn moeder waren altijd welkom. Hierdoor groeiden mijn zusje en ik op in een soort matriarchaat.’

Hoe heeft dat jou gevormd?

‘Ik had weinig mannen om me heen. Alle vrouwen die ik kende waren sterk: van professoren en directeuren tot vrouwen die thuis bleven voor hun kinderen. Mijn moeder en de andere vrouwen in mijn leven lieten me zien dat je als vrouw alles kunt, ook zonder man.’

En de afwezigheid van je vader?

‘Nu ik ouder word, zie ik steeds meer hoe dit me heeft beïnvloed. Als grote zus nam ik een ouderrol op me en droeg ik de emotionele lading van het gezin. Emoties en kwetsbaarheid tonen vind ik moeilijk. Vrienden grappen weleens dat ik me gedraag als een man.’

Efia Sawadogo: ‘Als je een slim en assertief meisje bent, word je toch sneller neergezet als te veel of irritant.’Bron Alicia Karsonopoero

Wat voor kind was je?

‘Toen ik 7 was, verhuisden we terug naar Nederland. Daar zagen mijn basisschooldocenten me als een probleemkind: te aanwezig en te druk. Mijn moeder was altijd mijn grootste steun. Zij herkende dat beeld niet.

‘Op mijn tiende verhuisden we voor mijn moeders werk naar Niger. Later vertelde ze dat haar keuze ook werd beïnvloed doordat ik niet echt lekker ging in Nederland.’

Ging het in Niger beter op school?

‘Absoluut. In Niger zat ik op een Amerikaanse school. We hadden kleine klassen en kregen veel persoonlijke aandacht. Ik had een goede band met alle docenten en ben nooit meer een probleemkind genoemd.

‘Ik vraag me weleens af of ik als jongen ook dezelfde kritiek had gekregen. Als je een slim en assertief meisje bent, word je toch sneller neergezet als te veel of irritant. Maar ik ben dit altijd als mijn kracht blijven zien. Vind je mij niet leuk? Boeien.’

Wat voor puber was je?

‘Behoorlijk uitgesproken. Toen ik 16 was en in Mali woonde, zei een aantal jongens tijdens de les dat werkende vrouwen slechte moeders zijn. Met een medestudent organiseerde ik een bijeenkomst over hoe meisjes seksisme ervaren op school. De voorbeelden raakten de jongens. Sommigen kwamen ons achteraf bedanken.’

Bron Alicia Karsonopoero

Ondertussen woon je weer in Nederland, hoe is dat gegaan?

‘Toen ik klaar was met school in Mali ben ik op mijn achttiende in mijn eentje naar Nederland verhuisd. Ik kwam hier al elke zomer en dacht: wonen in Amsterdam met al haar diversiteit wordt zó cool.

‘Maar de verhuizing was echt een slap in the face. Eerlijk gezegd geloofde ik vroeger niet echt in depressie. Ik heb echt wel nare dingen meegemaakt. Ik ben opgegroeid in landen met oorlog en terrorisme. Toen ik nog in Niger woonde, kregen we elk weekend wel een waarschuwing voor een mogelijke terroristische aanslag. Maar ik bleef het leven romantiseren. In Nederland lukte dat in het begin niet.’

Wat maakte het leven in Nederland zwaar?

‘Voor het eerst werd ik geconfronteerd met zwart zijn. In Afrika zijn natuurlijk ook verschillen en colorisme (huidskleur-hiërarchie, red.). Maar in Nederland merkte ik snel hoe verraderlijk en systematisch het racisme hier is.

‘Tijdens een festival op de laatste dag van de Intreeweek (de introductieweek van de universiteit, red.) liep iedereen zo naar binnen. Maar mijn tas werd als enige gecontroleerd. De beveiliger zei: ‘Jij hebt zeker drugs bij je.’

‘Ik studeerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ironisch genoeg leer je bij sociologie veel over ras en racisme, waar ik tijdens de lessen juist hard mee werd geconfronteerd. Een docent gebruikte bijvoorbeeld het n-woord toen we les kregen over trauma’s van zwarte mensen, terwijl juist dat woord zo pijnlijk kan zijn.’

Hoe ging je hiermee om?

‘Het voelde alsof ik elke dag een harnas moest aantrekken om mijn eigen zijn te verdedigen. Ik was vaak de enige zwarte persoon in de klas en ook de enige die zich uitsprak. Ik kreeg appjes van medestudenten die zeiden: ‘O, dit is gebeurd, kan jij er wat van zeggen?’

‘In mijn eerste jaar dacht ik: ik ga dit veranderen en met hoogleraren in gesprek. Er waren trouwens nul hoogleraren van kleur. Het was erg vermoeiend. Later ben ik mijn mond gaan houden. Nu ik erop terugkijk, was deze tijd heel isolerend en behoorlijk eenzaam.’

Hoe was het leven buiten de universiteit?

‘In Nederland is het een stuk lastiger om een gemeenschapsgevoel te vinden. In West-Afrika zijn overal ontmoetingsplekken en is community heel belangrijk. Daar zag ik mijn vrienden elke dag.

‘Gelukkig heb ik in Nederland een heel fijne bubbel gecreëerd, met mooie, coole vrienden op wie ik trots ben en die mij volledig snappen en zien. Mijn huisgenoten zijn familie geworden. We staan altijd voor elkaar klaar.

‘Buiten de universiteit maak ik ook alledaags racisme mee. Achtervolgd worden in een supermarkt, of mensen die zeggen dat ik goed Nederlands spreek, terwijl ik gewoon half-Nederlands ben.

‘Maar ik ben zoveel meer dan deze ervaringen. Ik wil gewoon Efia zijn. Ik wil niet eerst zwart zijn. Of eerst vrouw zijn. Al die labels die op mensen worden gezet zijn verstikkend.’

Heeft deze tijd je veranderd?

‘Nederland heeft me een realiteit laten zien die anders misschien verborgen was gebleven. Dit alles heeft me veel geleerd over mezelf. Ik weet nu waar ik mijn energie, focus en stem aan wil besteden. Ik hoef me aan niemand te bewijzen en werk liever bij een grassrootsorganisatie (groep of beweging geleid door burgers, red.) dan te strijden op de universiteit.

‘Ik ben er juist voor gaan zorgen dat mijn leven heel leuk is geworden. Ook heb ik geleerd dat je overal je eigen plek en mensen kan vinden. Ik kies er bewust voor om bij organisaties te werken die bij me passen. Ik deed onderzoek naar queer jongeren van kleur in Nederland, volgde het talententraject van Omroep Zwart en werk bij het Bijlmer Parktheater.’

Bron Alicia Karsonopoero

Hoe kijk je naar de toekomst?

‘Professioneel gezien probeer ik me niet te veel zorgen te maken, want stressen over het vinden van een baan verandert niks. Ik vertrouw erop dat het wel goed komt.

‘Maar ik blijf een chronische piekeraar. Als ik over mijn toekomst denk, maak ik me het meeste zorgen over geld. Niet dat ik veel geld wil hebben, maar ik wil gewoon een fijn leven kunnen leiden. Ik pieker er ook over of ik een goede vriendin, dochter en zus ben. En of ik genoeg doe voor de maatschappij.

‘Tegelijkertijd voelt het soms ook verkeerd om te klagen, omdat ik het relatief heel goed heb.’

Maak je je zorgen over de wereld?

‘Ik probeer niet nihilistisch te worden, maar maak me zeker zorgen. Mijn hele regio, de Sahel, valt uit elkaar. Door droogte en overstromingen verliezen mensen hun inkomen en levensonderhoud, waardoor conflicten en extremisme toenemen. Afrika heeft wereldwijd de laagste CO2-uitstoot, maar voelt de effecten van klimaatverandering, die wordt aangewakkerd door het Westen en grote bedrijven zoals Shell, het sterkst.

‘Ik droom van een wereld waar kapitaal niet het belangrijkste is wat een persoon kan hebben. Ik geloof dat we de realiteit die we willen zelf moeten creëren: een wereld met meer liefde, kunst en zorgzaamheid. Ik probeer hoop niet alleen te voelen als emotie, maar ook te verbinden aan daden. Ik wil de wereld beter achterlaten, op een kleine of grote manier.’