Home   2026-10-22 19:56:51

←

Vliegen zijn ingewikkelde beesten: ze brengen ziektes over, maar ze ruimen óók troep op. Hoe vies is de vlieg?

Original article

Sommige dieren hebben een lagere aaibaarheidsfactor dan andere. Zo vind ik kleine vliegjes beduidend minder sympathiek dan kleine katjes, zeker nu honderdduizendmiljoen Thaumatomyia notata, oftewel grasvliegjes, ons hooggelegen appartement bestormen met de kennelijke bedoeling er de winter door te brengen. Ze klampen zich vastberaden vast aan ramen en kozijnen en persen hun miezerige lijfjes tevens door elk gaatje dat ze kunnen vinden, dom en onnozel, want binnen staat de stofzuiger alweer grimmig warm te draaien.

Mijn vriend begint angstig over de plagen van Egypte (nr. 3: luizen en muggen, nr. 4: steekvliegen). Ik brul boven de stofzuiger uit dat, als we de Bijbel er dan toch bijhalen, de begrippen ‘rein’ en ‘onrein’ wellicht interessanter zijn. Zijn vliegen geen uiterst gore beesten? Ze gaan op drollen zitten en banjeren vervolgens over je voedsel. Aan de pootjes die ze zo schijnheilig zitten ‘schoon te poetsen’ hangen bacteriën waarmee ze buikgriep, diarree en tal van engere ziektes overbrengen. Anderzijds: vliegen ruimen óók op. Rottend afval, hele kadavers, ze werken het moeiteloos weg.

Dus ja, hoe vies is de vlieg?

Gezoem en gefladder

Voor het antwoord reis ik af naar Dick Belgers, ecoloog bij Wageningen Environmental Research en gespecialiseerd in insecten. Hij wacht me op in zijn weelderige achtertuin vol water en groen, een bijenhotel en een indrukwekkende composthoop waar duizenden schepsels het organische afval verwerken dat zijn kleine huishouden produceert.

Overal wordt gezoemd en gefladderd. Boven het terras hangen drie glazen koepeltjes die Belgers heeft aangebracht om insecten in te vangen (‘ze komen op licht af en herkennen geen glas’), waarna hij ze levend fotografeert. Een minuscuul rupsje marcheert nieuwsgierig mijn telefoon op, de bioloog kijkt er vertederd naar.

Als ik hem vraag of hij van vliegen houdt, beginnen Belgers’ ogen te stralen. ‘Ja, ik hou van niet-aaibare insecten en dus ook van diptera, de tweevleugeligen, oftewel vliegen en muggen. In deze tuin zitten ongeveer 900 soorten, van de 5.500 soorten diptera die Nederland telt. Ik denk dat er door het klimaat de komende jaren meer insecten naar Nederland komen dan we er kwijtraken. Sommige van die soorten brengen problemen met zich mee, zoals de tijgermug, maar dan gaat het meestal om exoten.’

Zijn favoriete vlieg? ‘Wauw, dat is moeilijk. Ik vind de citroenzweefvlieg heel mooi, maar er zijn ook grote roofvliegen waar ik graag naar kijk, en sluipvliegen… Goh, echt moeilijk.’

De schoonheid van een vlieg, zegt Belgers, wordt niet alleen bepaald door de habitus, dat wil zeggen zijn verschijningsvorm – kleur, beharing – maar ook door de ecologie. ‘Mensen vragen me vaak wat het nut van de vlieg is. Dat vind ik een rare vraag want ieder beest heeft een intrinsieke waarde, maar als je toch in die termen praat, dan zijn vliegen beslist nuttig. Sluipvliegen leggen eitjes bij wantsen en als die uitkomen eten de larven de wantsen op. De larven van zweefvliegen zijn nuttig omdat die heel veel luizen opeten. Sommige roofvliegen vangen andere vliegen. Het houdt elkaar allemaal in stand.’

Bacteriën

En de viesheid van de vlieg, hoe zit het daarmee? Belgers: ‘Als jij een visje zit te eten en zo’n groene vlieg landt op je bord, is dat behalve irritant zeker ook smerig, want die vlieg kan overal hebben gezeten. Het zijn vooral vrouwtjes die dat doen, ze komen op de eiwitten af en willen daar hun eitjes leggen, daarom worden ze aangetrokken door de lucht van vis of vlees, of van kadavers.’ Genietend: ‘Er bestaat ook een lijkenvlieg, zo’n grote dikke bromvlieg, die is echt heel mooi. Maar je ziet hem niet zo vaak.’

De viesheid van de vlieg zit dus inderdaad vooral in de bacteriën die hij overdraagt. Berucht is het ‘oogvliegje’, dat traanvocht van bijvoorbeeld honden drinkt en zo oogworm kan overbrengen. De strontvlieg heeft ook een slechte naam, maar dat is niet helemaal terecht. Belgers: ‘Een strontvlieg eet geen stront en legt er ook zijn eitjes niet. Het is een roofvlieg die daar alleen rondhangt om andere vliegen te vangen, vliegen die er wel hun eitjes leggen.’

Zelf schijten vliegen er natuurlijk ook op los, net als luizen, en daar komen weer schimmels op af. Ook dat maakt ze vies: ‘Schimmels wil je in je huis niet hebben.’

Maar niet álle 5.500 soorten vliegen zijn potentiële overbrengers van ziekte. Dat doen alleen bepaalde soorten, zegt Belgers, zoals de bromvlieg, dambordvlieg of stalvlieg. ‘En niet te vergeten de huisvlieg, de Musca domestica die tot de familie van Muscidae behoort, de echte vliegen. Mensen kennen vooral de negatieve beesten, alles wat steekt en bijt en ziek maakt.’

Viespeuken

Tegelijk zijn die negatieve beesten dus óók schoon, want ze eten troep op. Alleen doen ze dat niet als vlieg maar als larve, de tweede fase van hun bestaan. Vliegen gaan van ei naar larve naar pop naar volwassen vlieg, een metamorfose die schrijver Jaap Robben en illustrator Paul Faassen mooi vastlegden in hun Biografie van een vlieg (Loopvis, 2021). ‘Volwassen vliegen eten vooral nectar’, zegt Belgers. ‘Maar de larven eten kadavers en afval en zo. Dát zijn de opruimers.’

Oftewel: de vliegen die we in het dagelijks leven om ons heen zien, waren in de vorige fase van hun bestaan vlijtige afvalverwerkers, maar zijn nu vooral viespeuken? ‘Zo zou je het kunnen zeggen.’

Dus wat doe je als zo’n vlieg begerig naar je bord loert? Dick Belgers: ‘Van mij mag je die gewoon doodslaan, hoor.’ En de negenennegentigduizendmiljoen nog niet opgezogen grasvliegen die ons appartement zo hardnekkig proberen te kraken? ‘Vooral blijven afvangen en verwijderen. Ik wens je sterkte.’

Thuis gaat de stofzuiger op standje max. Bij wijze van grafrede lees ik voor uit de bundel Vliegen van Judith Herzberg (De Harmonie): ‘Iedere vlieg lijkt wel iets / op een andere maar is toch weer / iets nieuws’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie