Seksueel geweld tegen vrouwen in interneringskampen na WOII was structureel; getuigenissen belandden in een la
In de gevangenis van Scheveningen kwamen bewakers ’s ochtends al langs om te kiezen wie ze ’s nachts zouden meenemen. De vrouwen deden alsof ze ziek waren, of oud, om te voorkomen dat ze zouden worden uitgekozen. Wie werd aangewezen, durfde er achteraf niets over te vertellen. ‘Nooit heeft een vrouw mij verteld wat er dan met hen gebeurde’, verklaarde een van de gedetineerden later.
Het is een van de talloze getuigenissen die zijn terug te vinden in de verhoren van zo’n tweehonderd vrouwen die na de Tweede Wereldoorlog waren opgepakt omdat ze van collaboratie met de nazi’s werden verdacht. Hun verklaringen waren onderdeel van een parlementaire enquête naar het Nederlandse regeringsbeleid tijdens en vlak na de oorlog, en de conclusies waren verontrustend: duizenden vrouwen kregen in de interneringskampen te maken met seksueel geweld. Ze werden verkracht, aangerand, zonder medische noodzaak ruw inwendig onderzocht, kaalgeschoren in de schaamstreek, of moesten naakt langs bewakers paraderen.
Die conclusies zijn echter niet meegenomen in het eindrapport. Tien maanden lang had de gepensioneerde vrouwelijke politie-inspecteur Johanna van Schilfgaarde met vrouwen gesproken. Maar baron Arnaud van Tuyll van Serooskerken, onderzoeksleider van de enquête, schreef in oktober 1950 dat het niet was gelukt getuigen te vinden. De verhoren kwamen ongebruikt terecht in Haagse archieven, waar ze decennialang lagen te verstoffen.
‘Verbijsterend’, zegt historicus Ewoud Kieft, verbonden aan het Niod, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Hij stuitte op de getuigenverklaringen tijdens een eerder onderzoek en nam ze de afgelopen maanden systematisch door. In een vergaderkamer op het Niod houdt hij zijn hand hoog boven de tafel: ‘Zo’n pak documenten.’
Dat er seksueel geweld plaatsvond in de naoorlogse kampen, is al langer bekend. In 1949 schreef NSB-dominee Hendrik van der Vaart Smit er al anekdotisch over in zijn brochure Kamptoestanden. Nederlandse kranten besteedden er destijds ook aandacht aan. Enkele slachtoffers vertelden veel later, op hoge leeftijd, hun verhaal, bijvoorbeeld in het boek Wie geschoren wordt moet stil zitten (2006) van Monika Diederichs.
Kieft zet als eerste op een rij hoe structureel en ernstig dat geweld was. Woensdag publiceert hij zijn bevindingen in een onderzoeksartikel op de website van het Niod.
Emeritus hoogleraar Holocaust- en genocidestudies Johannes Houwink ten Cate, niet betrokken bij het onderzoek, laat weten onder de indruk te zijn van wat Kieft in kaart heeft gebracht: ‘Hij brengt een nieuwe en tot nadenken stemmende waarheid aan het licht, hoe onaangenaam ook.’
Kieft vindt dat de betekenis van zijn onderzoeksartikel verder reikt dan alleen een stuk ontbrekende geschiedschrijving. ‘In oorlogen komt seksueel geweld vaak aan de oppervlakte, maar het is iets van alle tijden. Een op de acht vrouwen is ooit verkracht, en vaak praten ze daar niet over. Hier hebben we opeens heel veel getuigenissen die de mechanismen van seksueel geweld blootleggen, getuigenissen die ook laten zien hoe het patroon van stilzwijgen werkt. Dat is een belangrijk verhaal, dat verteld moet worden.’
Hoe zijn die bijna tweehonderd vrouwen destijds geselecteerd?
‘Dat weet ik niet precies. Af en toe zit er een logica in, dan verwijzen vrouwen naar elkaar door. Ik kwam wel een opvallend patroon tegen: een aantal getuigen verklaarde dat een vrouw was verkracht, daar waren ze heel duidelijk over. Maar als die vrouw dan zelf werd ondervraagd, ontkende ze dat. Dan zei ze dat het een ander was overkomen. Ik denk dat het voor veel vrouwen veiliger voelde om te zeggen: het is gebeurd, maar het was iemand anders.’
Waarom deden ze dat?
‘Omdat ze absoluut niet wilden getuigen als de daders zouden worden vervolgd. Ze waren doodsbang, dat staat letterlijk in de verslagen, bang voor hun leven, bang voor sociale uitsluiting, bang dat ze niet geloofd zouden worden en de daders in bescherming zouden worden genomen.’
Hoe betrouwbaar zijn de verslagen, als de vrouwen ontkenden dat ze waren verkracht?
‘Hun verklaringen zijn uitgebreid en zeer gedetailleerd. Dat ze getuigden zonder dat het onderzoek tot strafvervolging zou leiden, maakt hun getuigenissen misschien juist wel betrouwbaarder. Het was geen wraakactie.
‘Bovendien worden de verhalen van de vrouwen vaak ondersteund door andere, onafhankelijke bronnen. Zo was er een kamparts, ook een gedetineerde, die verklaarde dat bewakers in kamp De Valkhof in Nijmegen elke nacht vrouwen en meisjes uit de vrouwenzaal mee naar buiten namen. Aan het geschreeuw hoorde hij wat er vervolgens gebeurde. Na een paar nachten kwamen er twee bewakers voor een consult: ze hadden gonorroe.’
U heeft het over duizenden vrouwen, hoe weet u dat zo zeker?
‘Er zijn kampen waar honderden vrouwen vastzaten en waar maandenlang structureel aanrandingen en verkrachtingen voorkwamen. Er zijn tientallen getuigenissen van vrouwen die vertellen dat ze in kamp Westerbork bij binnenkomst groepsgewijs sadistisch werden behandeld, inwendig werden onderzocht. Ze noemen andere kampen waar ze zich met honderden tegelijk gedwongen naakt moesten presenteren, en intern onderzocht werden, vaak zonder enige noodzaak. We weten hoeveel vrouwen in al die kampen hebben vastgezeten, dan durf ik wel te spreken van duizenden vrouwen.’
Ging het in alle kampen fout?
‘Er waren na de bevrijding zo’n tweehonderd interneringskampen. Uit de verklaringen blijkt dat er zo’n veertig à vijftig kampen waren waar seksueel geweld voorkwam. De vrouwen noemden ook voorbeelden van kampen waar de kampcommandant ingreep en bewakers werden weggestuurd. Maar dat zeg ik op basis van deze eerste inventarisatie. Ik zou er graag structureel onderzoek naar doen. Er moeten veel meer getuigenissen zijn, in provinciale archieven bijvoorbeeld.’
De constante dreiging veroorzaakte ‘een zenuwachtige stemming’, vertelde een van de vrouwen aan de politie-inspecteur. Vrouwen hadden ‘angst voor de avond’: in een interneringskamp in Scheemdermeer drongen zich ’s nachts bewakers op aan de meisjes, in een kamp in Gouda kwamen de commandant en de ondercommandant in dronken toestand de vrouwen onder dreiging van een wapen wakker maken. En nergens een mogelijkheid om aan het geweld te ontkomen. Wie klaagde of weerstand bood, werd zwaar gestraft.
Kieft is in zijn artikel terughoudend met details. ‘Het allerergste heb ik niet opgeschreven’, zegt hij. ‘Ik ben beducht voor het gevaar van overschreeuwen. Er zitten afschuwelijke verhalen bij over sadistisch geweld, over de verlustiging van de bewakers. Maar als de voorbeelden te gruwelijk worden, werkt dat averechts, dan keren mensen zich ervan af.’
Wat is het indrukwekkendste dat u heeft gelezen in al die verklaringen?
‘Dan denk ik niet eens aan al die vreselijke details van sadistisch geweld, maar aan het beeld van een jong meisje dat door een bewaker uit een barak werd gehaald. Een getuige vertelde later dat ze met betraande ogen was teruggekomen en dat ze er daarna nooit meer iets over wilde zeggen. Dat bleef lang bij mij hangen. Hoe is het dat meisje daarna vergaan?’
U schrijft dat de volksgerichten na de bevrijding opvallend vaak gericht waren tegen vrouwen en dat zij vaak als eerste werden opgepakt. Hoe verklaart u dat?
‘Historicus Loe de Jong opperde ooit dat het misschien te maken had met het feit dat de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten, gevormd door de samenwerkende verzetsorganisaties, aanvankelijk geen wapens mochten dragen, en dat vrouwen dus een makkelijk doelwit waren.
‘Maar dat lijkt me niet het hele verhaal. Onderzoek naar seksueel geweld laat zien dat dit vaak met tribaal gedrag te maken heeft. Kijk naar de schandstraffen in de middeleeuwen. Die waren ook altijd tegen vrouwen gericht, en daar ging het ook altijd over overspeligheid. Zoiets zie je hier ook: mannen hadden het gevoel dat ze zich na de oorlog weer moesten laten gelden, er ontstond een overheersingsdrang, die resulteerde in een soort nationale toe-eigening van vrouwenlichamen.’
Was het voor mannen ook een manier om op de valreep nog te laten zien dat ze aan de goede kant van de geschiedenis stonden?
‘Ja. Sommige jongeren waren gefrustreerd dat ze aan het begin van de oorlog nog te jong waren om zich te verzetten. Op de foto’s zien we vaak jongens van 17, 18 jaar die de schaar hanteren om vrouwen kaal te knippen. Je ziet de geldingsdrang op hun gezicht.
‘Ook in de kampen waren de bewakers vaak jonge jongens. Ze kwamen terecht in een vrijzone, moreel en juridisch. Bewakers konden met almacht regeren over een groep vernederde arrestanten en hoefden niet te vrezen voor de consequenties van hun gedrag. Dat lijkt de meest bepalende factor te zijn geweest. Maar we weten nog lang niet alles, ik zou meer over die bewakers te weten willen komen. Al is dat lastig, omdat er na de oorlog maar een paar voor hun wangedrag zijn veroordeeld.’
Politie-inspecteur Johanna van Schilfgaarde heeft maandenlang met de vrouwen gesproken. Wat gebeurde er met al die verklaringen?
‘Ze stuurde ze steeds tussentijds op naar Den Haag, naar Arnaud van Tuyll van Serooskerken, die de parlementaire enquête leidde. In zijn eindverslag nam hij er één zin over op: ‘Van verkrachtingen is niets gebleken.’ Dat valt niet te rijmen met wat er in al die verhoorverslagen staat.
‘Van een achternicht van Van Schilfgaarde kreeg ik een notitie die ze had gemaakt van een telefoongesprek met Van Tuyll, twee dagen voordat hij zijn eindverslag inleverde. Ze schreef dat ze de indruk had dat hij haar processen-verbaal niet had gelezen.’
Je krijgt toch het idee dat zij voor een karretje is gespannen.
‘Het was voor de overheid onwelgevallig nieuws. Ze voelden zich verplicht om onderzoek te doen, maar ze hadden er geen enkel belang bij dat dit groot zou worden.’
Een doofpot?
‘Dat overwoog ik aanvankelijk ook, maar een doofpot vereist een intentie en daarvoor heb ik geen bewijs. Pas later realiseerde ik me dat we rekening moeten houden met de bestuurscultuur van toen, de onverschilligheid over dit onderwerp.’
Waarom heeft de politie-inspecteur zelf nooit meer aan de bel getrokken?
‘Zij was begonnen als maatschappelijk werker, raakte betrokken bij de jeugdzorg, de kinderpolitie zoals dat toen heette, en toen daar politiek gesteggel over ontstond, stapte ze ook terug. Kennelijk had zij niet het temperament om de knuppel in het hoenderhok te gooien, dat is het enige wat ik me erbij kan voorstellen. Van Tuyll van Serooskerken was van adel, een hoge pief met belangrijke functies. Die man was onbenaderbaar voor haar.
‘Ze worstelde waarschijnlijk ook met het probleem dat de vrouwen die ze had gesproken niet in de openbaarheid wilden komen. Dat maakte het lastig om hun verhalen te delen.’
De regering heeft nooit verantwoording afgelegd, schrijft u. Zou dat alsnog moeten gebeuren?
‘Deze verhoren waren onderdeel van een parlementaire enquête, het zwaarste instrument dat het parlement tot zijn beschikking heeft, bedoeld om de regering ter verantwoording te kunnen roepen. En dat hebben ze destijds dus niet kunnen doen. Of er nu nog een excuus moet komen, dat is aan de politiek. Waar het mij vooral om gaat, is dat seksueel geweld een maatschappelijk thema blijft.’
Waarom is dat van belang?
‘Seksueel geweld, dat blijkt uit alle cijfers, is structureel en de mechanismen daarachter zorgen ervoor dat het onder de oppervlakte blijft. Het stigma, de schaamte, het herbeleven van het trauma, het risico dat je loopt als je naar voren stapt. De overheid doet er te weinig aan om dat tegen te gaan.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusNieuws
Onderzoek onthult grootschalig geweld tegen verdachten van collaboratie na WOII: ‘Je wordt er misselijk van’
- v-plusinterview
Na zijn ‘Volkskrant’-serie over de ‘kampbeul van Amersfoort’ was Rik Kuiper wel klaar met zijn onderwerp. Dacht hij.
- v-plusreportage
Vernieuwingsplan Kamp Westerbork: ‘We moeten veel meer afdwingen dat mensen zich afvragen: waar ben ik?’
- InterviewJeroen Saris
Nabestaanden van foute Nederlanders vrezen ‘dat de pleuris uitbreekt’ en pleiten voor langzame openbaarmaking van dossiers