Potjes voor startersleningen drogen op door gestegen huizenprijzen

Potjes voor startersleningen drogen op door gestegen huizenprijzen

Economieredacteur
De hypotheekadviseurs vragen daarom om een onderzoek naar een landelijke koopsubsidie, die niet gemeentegebonden is. Een starterslening is dat wel. Terwijl huizenzoekers zich bij hun zoektocht niet tot één gemeente beperken, kunnen regelingen rondom die starterslening per gemeente verschillen.
Verder roepen zij op te kijken naar de continuïteit van startersleningen, waarmee wordt bedoeld dat er duurzame, voorspelbare en ononderbroken financiële steun moet zijn voor starters op de woningmarkt, zonder daar halverwege het jaar in te snijden.
Met een starterslening kunnen kopers het verschil tussen de prijs van hun eerste woning en het maximale leenbedrag overbruggen. Waar starters voorheen genoeg hadden aan een starterslening van zo'n 10.000 tot 15.000 euro, hebben ze nu vaak het maximale bedrag nodig. In de meeste gemeenten ligt dat maximum tussen de 30.000 en 40.000 euro.
Door de gestegen huizenprijzen is er per starter simpelweg meer geld nodig om de aankoop van een woning rond te krijgen. Daardoor kunnen gemeenten met hetzelfde budget aanzienlijk minder huishoudens helpen.
De vraag neemt alleen maar toe
Ondertussen neemt de vraag naar de regeling alleen maar toe. Volgens het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) steeg het aantal verstrekte startersleningen in 2025 met 15 procent. Daarnaast signaleren adviseurs dat starters langer in hun woning blijven wonen. Volgens hen komt hierdoor minder geld terug via volledige aflossing bij verkoop. De gedachte dat terugbetalingen ruimte bieden voor volgende kopers komt daarmee onder druk te staan.
"Een startersregeling kan formeel bestaan, terwijl een koper er niets aan heeft omdat het budget op is. Als per huishouden meer geld nodig is en terugbetalingen achterblijven, vraagt dat om een structurele oplossing. Ondersteuning moet voorspelbaar zijn op het moment dat zich een passende woning aandient", zegt Martin Hagedoorn van De Hypotheekshop.
Nederland kende in het verleden al een vergelijkbare regeling met de zogenoemde koopsubsidie. Middeninkomens en lage inkomens konden via deze regeling een maandelijkse, belastingvrije bijdrage krijgen voor hun hypotheeklasten. De hoogte van dat bedrag hing af van de financiële situatie van de koper.
Die bijdrage werd steeds voor een periode van vijf jaar vastgesteld, waarna het inkomen en het vermogen opnieuw werden gecontroleerd. De ondersteuning liep maximaal vijftien jaar. Wel golden er strikte voorwaarden; zo moesten kopers een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) afsluiten en de rente voor minstens tien jaar vastzetten.
In 2009 en begin 2010 lag de gemiddelde bijdrage op zo'n 80 euro per maand. Aan die ondersteuning kwam in het voorjaar van 2010 een einde toen het beschikbare budget volledig was uitgeput. Daarna konden er geen nieuwe aanvragen meer worden gedaan.

Economieredacteur
Eerder
Aanbevolen artikelen
NUjij-reacties
134 reactiesLog in en lees reacties
Lees reacties, stel vragen aan de redactie, geef respect en praat mee over het belangrijkste nieuws.


