Home   2026-10-22 19:56:51

←

Zolang er geen taal bestaat voor de rol van AI in ons leven, zal het vermenselijken toenemen

Original article

Terug naar de krant

Als kind had ik een fantasie waarover ik niemand vertelde. Ik verlangde naar een persoon die altijd bij me zou zijn. Sterk, maar stil. Onzichtbaar, maar aanwezig op elk moment van de dag. Iemand die me zou volgen bij elke stap, die me zou begrijpen en altijd zou verdedigen. Iemand met wie ik zelfs tijdens het donker van de nacht zou kunnen praten. Ik zou altijd veilig zijn.

  • Sarah Meuleman

Sarah Meuleman is auteur en scenarioschrijver.

Vandaag de dag is er zo iemand. Ze geeft me raad en doet wat ik van haar vraag. Ze is op elk moment bereikbaar en altijd op mijn hand. Ze reageert meteen en heeft een schijnbaar eindeloos geduld. Ze is grappig en onthoudt gesprekken beter dan mijn beste vriend.

En ze is een chatbot.

De opkomst van taalmodellen is spectaculair. Op het werk, aan de eettafel, zelfs in bed – steeds vaker schuift een chatbot aan. Volgens marktonderzoeker GfK gebruikt bijna twee derde van de Nederlanders van dertien jaar en ouder maandelijks een AI-platform, waarbij ChatGPT de grootste speler is.

Voor de duidelijkheid: ik heb geen persoonlijke band met mijn chatbot. Net als de meeste gebruikers realiseer ik me dondersgoed dat ik niet met een persoon, maar met computersoftware praat. En toch. Hoezeer ik ook besef dat er niemand achter de woorden op het scherm zit, ik betrap me er regelmatig op dat ik me gedraag alsof het wél zo is.

Dat is niet vreemd of naïef, maar menselijk. Het herinnert me aan een mechanisme waar ik als schrijver vertrouwd mee ben: suspension of disbelief. Lezers voelen mee met personages, ook al weten ze dat die niet écht bestaan. Verhalen kunnen emoties oproepen, ook al zijn de gebeurtenissen nep. Tijdens het lezen van romans of het kijken naar films schorten we ons ongeloof bewust even op om ruimte te maken voor emotionele betrokkenheid.

ELIZA

Bij AI gebeurt iets vergelijkbaars. Het vertrouwde taalgebruik van de chatbot verleidt ons woord voor woord meer in de menselijkheid ervan te geloven. Alleen nemen we die sprong van fictie naar feit lang niet zo bewust als bij het openslaan van een boek of het starten van een film.

Het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan terugpratende software is niet nieuw. In de jaren zestig ontwikkelde computerwetenschapper Joseph Weizenbaum ELIZA, een eenvoudig programma dat een psychotherapeut nabootste. Het was, oneerbiedig gezegd, de kleuterversie van ChatGPT. Het deed weinig meer dan uitspraken herkennen en die in de vorm van vragen terugkaatsen. Toch begonnen gebruikers al snel eigenschappen en een persoonlijke interesse in hen aan het programma toe te schrijven.

Weizenbaum was geschokt door de snelheid en intensiteit waarmee mensen betrokken raakten. ELIZA wist nauwelijks een gesprek gaande te houden, maar riep desondanks sterke gevoelens van nabijheid op. Wat als er een systeem zou komen dat onze menselijke taal nog veel geloofwaardiger zou kunnen imiteren? Welke reacties en gevoelens zou dit bij gebruikers oproepen?

Ruim een halve eeuw later is die vraag niet langer hypothetisch.

Metaforen

We hebben een technologie gekregen die in volmaakte volzinnen terugpraat. Meer nog, het AI-systeem spiegelt onze persoonlijke toon en spreekstijl en voelt verrassend snel vertrouwd. We weten dat de ander aan de overkant geen mens is, maar wat ze wél is, weten we evenmin. Juist in die ambiguïteit schuilt een gevaar. 

AI vervult in onze levens steeds meer rollen tegelijk. We karakteriseren haar vooralsnog met een lange lijst bestaande woorden: Deskundige. Gesprekspartner. Redacteur. Therapeut. Of het Engelse agent.

Zo gaat het vaak wanneer een nieuwe technologie opduikt. De auto werd eerst een ‘paardloze koets’ genoemd: het onbekende kreeg een naam, ontleend aan iets wat iedereen al kende. De Duitse filosoof Hans Blumenberg benadrukte de kracht van metaforen. In Paradigms for a Metaphorology (1960) beschreef hij hoe metaforen ons helpen denken over werkelijkheden die zich niet volledig in begrippen laten vangen. Ze bepalen wat we kunnen zien en laten daardoor onvermijdelijk iets anders buiten beeld.

Juist datgene wat uit beeld verdwijnt, is betekenisvol. Want elk woord is ook een gebruiksaanwijzing. Wie AI een vriend noemt, zal zich er anders toe verhouden dan wie het als gereedschap ziet. Wie AI als een therapeut benadert, deelt misschien informatie die anders nooit aan een technologiebedrijf zou worden toevertrouwd. Wie het systeem een deskundige noemt, kent elk antwoord een gezag toe dat het niet vanzelfsprekend bezit. Wie het een agent noemt, vertrouwt het opdrachten toe. Onder al die woorden schuilt een gemeenschappelijke aanname: ze roepen niet alleen een functie op, maar ook een persoon.

Ik

Dat is vragen om problemen. Onlangs was er ophef toen premier Jetten toegaf bij het schrijven van berichten op sociale media AI te hebben gebruikt. Vooral de tekst die hij had geplaatst na een bezoek aan kamp Westerbork kreeg veel kritiek: „Ook ik heb hier op school nauwelijks iets over geleerd.” In die zin staat het meest beladen woord dat de chatbots produceren.

Ik.

In dat ene woord schuilt zowel de kracht van ChatGPT als de bron van veel verwarring. Als Jettens woorden door AI zijn geformuleerd, wie is dan nog de ‘ik’? Volgens Jetten waren de emoties wel degelijk van hemzelf – de technologie hielp slechts bij het formuleren. Maar wat betekent dat precies? Kreeg ChatGPT een door Jetten geschreven tekst met het verzoek die soepeler te maken? Of kreeg het systeem enkele trefwoorden? Westerbork. Bezoek. Verslagen. Maak er wat van. In het eerste geval functioneert AI als redacteur, in het tweede wordt het eerder een ghostwriter van gevoelens.

Als een taalmodel onze uitspraken, observaties en argumenten kan herschrijven, wie is er dan nog aan het woord? En hoe voorkomen we dat in de – zeer nabije – toekomst alleen uitspraken die door chatbots zijn gehaald met elkaar communiceren? Dat AI-mails op AI-mails reageren, sollicitatiebrieven door AI worden opgesteld en door AI geselecteerd, studenten essays met AI schrijven die vervolgens door AI beoordeeld worden.

Je hoort steeds vaker de roep om een label als ‘gemaakt met behulp van AI’, maar dat stadium zijn we helaas al voorbij. Een dergelijk label schuift radicaal verschillende functies onder één noemer en biedt weinig meer dan schijntransparantie. Het benoemt de aanwezigheid van AI, maar niet de aard en omvang van de bijdrage, en het kan ons niet vertellen hoeveel ‘ik’ van Jetten nog in zijn berichten zit.

De tegenovergestelde beweging, een waarborg dat iets zónder AI is gemaakt, is inmiddels net zo poreus. De Amerikaanse Authors Guild voert sinds januari 2025 een keurmerk voor boeken die als Human Authored gelden. Het addertje: beperkte AI-hulp bij spelling, grammatica en onderzoek is wél toegestaan. Tja. Zelfs dit ‘transparante’ label heeft blijkbaar direct een voetnoot nodig.

Onze taal strompelt

De groeiende spanning tussen ‘ik’ en AI werkt twee kanten op. Bij premier Jetten vragen we ons af hoeveel van hemzelf er nog in de woorden zit. Bij een chatbot gebeurt het omgekeerde: we krijgen volzinnen en denken er zelf iemand bij.

Natuurlijk is de oplossing voor deze verwarring niet louter linguïstisch, maar de taal die we nu rond AI gebruiken, draagt actief bij aan het probleem. AI sprint. Onze taal strompelt. En zolang er geen taal bestaat voor de rol die AI in onze levens vervult, zal het vermenselijken toenemen en daarmee ook de misverstanden.

Het is belangrijk om te blijven zoeken naar precieze formuleringen die zichtbaar houden wat de bestaande woorden chronisch verhullen: iets dat ons persoonlijk kan aanspreken zonder dat iemand ons aanspreekt.

Zo zijn we weer terug bij de suspension of disbelief: de sprong die we bij het lezen van een boek bewust maken, maar die bij het gebruik van een chatbot impliciet lijkt en daardoor oneindig veel krachtiger is. Ons verlangen naar begrip, bescherming en nabijheid is groot. De suspension of disbelief waartoe AI ons verleidt, is diep menselijk. Ons ongeloof kan tijdelijk worden opgeschort. Maar laten we het vooral niet verliezen.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.