Niemand krijgt de Brusselse patstelling over de begroting in beweging
Geen discussie leidt in Brussel tot zoveel vuurwerk als die over de Europese begroting. En de munitie is altijd voorspelbaar. De groep die opdraait voor het merendeel van de begroting vindt de plannen te duur en te gedateerd. Minder rijke landen, die het sterkst profiteren van Europese potjes geld, willen alles bij het oude houden.
Maar achter gesloten deuren? Daar, zei de Ierse minister Thomas Byrne (Europese Zaken) zaterdag, was het front van de zuinige landen – die zeggen dat er geschrapt moet worden in de subsidies voor boeren en arme regio’s – niet zo hecht als ze naar buiten toe deden voorkomen. „Een van hen, ik zal niet zeggen uit welk land, zei: als dit een biecht is, ben ik een zondaar.”
Dit, zei Byrne, was belangrijke context bij het compromisvoorstel voor de meerjarenbegroting dat Ierland zaterdag op tafel legde. Het verklaarde volgens hem ten dele waarom het nieuwste voorstel nog altijd groter is dan onder meer Nederland en Duitsland accepteren. En waarom de bezuinigingen die er wél in staan voornamelijk ten koste gaan van nieuwe prioriteiten, zoals innovatie en defensie.
De belangrijkste verklaring is veel simpeler. De landen die het hardst aandringen op een kleinere, flink herziene begroting zijn simpelweg in de minderheid. Ze trekken ten strijde tegen een groep van zeventien landen, waaronder Italië, Polen en Spanje, die zich heeft georganiseerd onder de naam Vrienden van Cohesie. Zij voelen er niets voor om hun grote landbouw- en regiosubsidies op te geven.
Ook het Europees Parlement zit op die behoudende lijn. De EU-landen moeten geen gehoor geven aan een „bekrompen boekhoudersmentaliteit”, zei de Roemeense christendemocraat Siegfried Muresan, die het parlement zal vertegenwoordigen in onderhandelingen met de 27 EU-landen en de Commissie.
Zo komt de begrotingsdiscussie ogenschijnlijk geen meter verder.
Nieuwe prioriteiten
De inhoud en omvang van de nieuwe begroting, die vanaf 2028 voor zeven jaar gaat gelden, wordt al meer dan een jaar publiekelijk bevochten. Vorig jaar zomer deed de Europese Commissie het openingsbod, met een voorstel van circa 285 miljard euro per jaar (bijna 2.000 miljard euro voor zeven jaar, gecorrigeerd voor inflatie). De vorige begroting bedroeg circa 170 miljard euro per jaar. De hoop in Brussel is dat alle EU-landen het nog dit jaar over de som en de verdeling eens worden, maar de verdeeldheid is groot.
Ierland had, als land dat de EU-vergaderingen dit halfjaar voorzit, de herculestaak gekregen zich te buigen over een compromis. Gezien alle uiteenlopende belangen sprak Byrne, de Ierse minister, zaterdag bij de presentatie van een „evenwichtig” resultaat dat erin was geslaagd „de verschillen tussen de lidstaten te overbruggen”.
Daar denken de nettobetalers anders over. De harde kern van die groep bestaat, naast Nederland en Duitsland, uit Denemarken, Finland, Oostenrijk en Zweden. „Nederland wil met andere landen een veel grotere reductie van de begroting zien”, zei minister Eelco Heinen (Financiën, VVD). „We sturen het voorstel dus per ommegaande retour.”
Het bezwaar van de nettobetalers is tweedelig. Het Ierse voorstel haalt 159 miljard euro af van de 2.000 miljard die de Commissie beoogde, ongeveer 8 procent, en dat is voor hen te weinig. Bovendien snijdt Ierland veel meer in de nieuwe prioriteiten die de Europese Commissie voorstelde, bedoeld om bijvoorbeeld de economie van de EU aan te jagen en de samenwerking op defensie- en migratiegebied in Europa te verbeteren, dan in de oude subsidiestromen.
„Ze snijden te weinig, en op de verkeerde plekken”, aldus een ontstemde diplomaat.
Niemand wil concessies doen
Het probleem is dat de Cohesievrienden even weinig zin hebben in concessies. De Europese Commissie hoopte in haar openingsbod een evenwicht te vinden door een gemoderniseerd budget met nieuwe prioriteiten en strengere subsidievoorwaarden te combineren met beperkte bezuinigingen op de oude potjes. Zo zou iedereen wat krijgen.
Maar de ene groep wil niet te veel van die oude subsidies opgeven, terwijl de andere groep niets wil weten van een begroting die 30 tot 40 procent duurder uitpakt dan de huidige. Het is de vraag hoeveel verder premier Rob Jetten en zijn Europese collega’s komen als ze elkaar volgende week in Brussel treffen voor een top. Een deal wordt daar nog niet bereikt. Later dit jaar komen de leiders opnieuw bijeen.
Een mogelijk scenario, dat door verschillende diplomaten wordt genoemd, is dat de begroting weliswaar verder wordt ingekrompen, maar dat die krimp nog verder ten koste zal gaan van de gewenste modernisering die de nettobetalers voor ogen hebben.
De onderhandelingen hoeven niet per se dit jaar te worden afgerond. Dat zou echter betekenen dat de discussie verweven raakt met de verkiezingscampagnes in Italië, Polen en bovenal Frankrijk. Het risico is dat de discussie dan kan ontsporen.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.