Ook ogenschijnlijk simpele, vrolijke rubrieken vergen noeste arbeid
‘Your easy reading is our damn hard writing’, was het motto van de vorige hoofdredacteur. Een fijne, toegankelijke krant vergt noeste arbeid. Toen hij in 2019 vertrok bij de Volkskrant vertelde hij in zijn afscheidsinterview dat hij de redactie ermee had doodgegooid, en dat klopt.
Deze week moest ik weer aan dat zinnetje denken. Want voor ogenschijnlijk simpele, vrolijke rubrieken geldt hetzelfde.
Drie mails kwamen er afgelopen maand binnen over de rubriek Dit ben ik, waarin kinderen in hun slaapkamer vertellen over hun leven. De lezers waarderen de portretten, maar vinden de selectie van kinderen behoorlijk eenzijdig. Gezinnen met een moeder en een vader, ogenschijnlijk welvarend en veelal wit.
‘Ik krijg sterk het idee dat de bubbel van medewerkers de vijver is waarin wordt gevist’, schrijft een lezer. ‘Heel jammer, als je bedenkt hoe zinvol het is om verschillende leefsituaties van kinderen te leren kennen.’
‘Zouden jullie met het selecteren van optimistische, grappige en unieke kinderen, ook willen letten op een beetje meer diversiteit?’, vraagt een ander.
De kritiek is niet van vandaag of gisteren. Eind vorig jaar ontving ik ook al een mail over ‘kinderen uit hogere milieus die hockey spelen’ en in 2021 publiceerde de krant een lezersbrief waarin werd opgeroepen in de rubriek meer oog te hebben voor ‘de dromende kinderen uit minder welgestelde kringen’.
Overigens benadrukten vrijwel alle lezers ook hoe ontwapenend de portretten zijn. De kanttekeningen worden dus gemaakt uit liefde voor de rubriek, die al sinds 2010 in de krant staat en vrijwel altijd door stagiairs geschreven wordt.
Laat ik met het zoet beginnen: dat er elke dinsdag een vermakelijk en leesbaar interview wordt gepubliceerd met een kind tussen de 6 en 11 jaar oud is een prestatie van jewelste. Kinderen, en dan vooral hun korte antwoorden, zijn ware angstgegners in medialand. Ook de fotografie is een feest, de beelden geven een inkijkje in de jeugdige levens.
Zo is de rubriek ook bedoeld, zegt de fotograaf die een van de bedenkers was en de portretten maakte tussen 2010 en 2023. ‘Als kinderen in de krant staan, heeft dat vaak een vervelende aanleiding. Hier is er geen aanleiding, ze vertellen gewoon.’
Spontaniteit is de kracht van de portrettenreeks, maar spontaniteit bestaat niet in de krant. Want de kinderen moeten eerst gevonden worden. Ouders moeten akkoord zijn, al helemaal met een foto op een intieme plek als de slaapkamer. De paradox: hoe spontaner en soepeler de selectie gaat, hoe minder diversiteit er in de krant komt.
Want ja, de kritische lezers lijken wel degelijk een punt te hebben. Ik googelde de ouders van de laatste tien kinderen die geïnterviewd werden, vooral de vaders, omdat die meestal dezelfde achternaam dragen. Een van de achternamen komt zo vaak voor dat ik de ouders niet kon herleiden.
Bij de overige negen kinderen is minimaal één ouder theoretisch opgeleid en veelal werkzaam in de culturele sector, de ambtenarij, de zorg of het onderwijs. Volkskrant-milieus, vermoedelijk. Alle kinderen zijn wit, slechts bij één kind zijn de ouders gescheiden.
Leuke meisjes en jongens, daar niet van. Maar van een krant met de slogan ‘Open je wereld’ mag je meer variatie verwachten. Ook, nee júíst, in vrolijke rubrieken.
Nu kan dit een momentopname zijn. Afhankelijk van de kinderen die zichzelf aanmelden (Volkskrant-milieu: check), die de fotograaf vindt of de wijze waarop stagiairs hun interviewkandidaten zoeken. Als ze dat vooral in hun eigen omgeving doen, lijken de kinderen al snel op henzelf.
Het gebrek aan diversiteit op redacties (en in opleidingen journalistiek) is en blijft een probleem. De auteurs krijgen wel de instructie om met minder voor de hand liggende kandidaten te komen, maar de leidinggevenden erkennen dat er weinig tijd is om ze daar echt bij te begeleiden.
Voor een algemeen beeld analyseerde ik de laatste 165 afleveringen van de reeks op diversiteit, zowel geografisch als op het gebied van gezinssamenstelling en migratieachtergrond. Vanwege het grote aantal deed ik dat met Gemini Notebook, een AI-onderzoekstool, waarop ik de resultaten bij grote aantallen steekproefsgewijs en vaker volledig controleerde.
De meeste geïnterviewden zijn afkomstig uit Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. Daar wonen ook de meeste mensen. Als je de resultaten vergelijkt met het inwonertal per provincie, dan zijn Noord-Holland en Groningen oververtegenwoordigd. Drenthe, Overijssel en Limburg juist ondervertegenwoordigd.
De lezers merkten het al op: de kinderen groeien vaak op in traditionele gezinnen, met een vader en moeder die nog samen zijn. In de rubriek woont één op de acht kinderen niet bij beide ouders in hetzelfde huis, terwijl dat in Nederland ongeveer één op de vijf is (bij 8-jarigen).
Slechts een van de geïnterviewden groeit op met twee moeders. Dat is ongeveer in lijn met CBS-cijfers, hoewel het een krant als de Volkskrant ook zou passen om hier verder te reiken dan de sociale norm. Eveneens zeer zeldzaam in de rubriek: kinderen met een ziekte of beperking.
Een opvallend resultaat vond ik dat het aandeel geïnterviewden met een niet-westerse migratieachtergrond ongeveer overeenkwam met wat je in Nederland zou verwachten: 1 op de 5. De rubriek is dus minder ‘wit’ dan gedacht, al zijn er verschillen tussen periodes.
De sociaal-economische situatie van de kinderen is lastig in te schatten zonder de honderden ouders te googelen. De enkele keer dat een beroep van de ouders wordt genoemd, is dat bijna altijd werk voor theoretisch opgeleiden.
Ook geven de hobby’s, vakanties en slaapkamers een indicatie. Op dat laatste moet je je niet blindstaren, zegt de fotograaf die de portretten tussen 2010 en 2023 maakte. ‘De kracht van Ikea’, noemt hij dat. ‘Ik kwam soms thuis bij gezinnen die het niet breed hadden. Maar dan zag de slaapkamer er heel goed uit.’ Toch denk ik als lezer wel dat kinderen van praktisch opgeleiden en minima er bekaaid van afkomen in de rubriek, evenals plattelandsjeugd.
Dit ben ik is niet de enige portrettenserie in de krant. Zo zijn er ook interviews met 100-jarigen en met 25-jarigen. Die geportretteerden zijn duidelijk diverser. En ja, zeggen de betrokken auteurs, ‘dat is heel hard werken’.
Ik vroeg om tips. Het begint met overzicht, benadrukken ze. Weet welke groepen er ontbreken en ga daar heel gericht naar op zoek. Een zoon van Syrische statushouders, een kind met twee vaders, een dochter die ervan droomt de boerderij van haar ouders over te nemen, een kind van wie een ouder is overleden.
Hoe specifieker je weet wie je zoekt, hoe makkelijker het is om mensen te vinden. Een verslaggever was bijvoorbeeld vastbesloten om een 25-jarige pakketbezorger te interviewen. En dus vroeg ze de baliemedewerker van het pakketpunt bij hij haar in de buurt om te bemiddelen.
Dit alles betekent natuurlijk niet dat de kinderen die hun dagen slijten op het hockeyveld niet meer in de krant mogen. Juist in de variatie schuilt de aantrekkingskracht. Een 11-jarige die ervan droomt om notaris te worden, is immers ook intrigerend.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- DIT BEN IKPieter Boonstra (7)
‘Het liefst eet ik elke dag marshmallows’
- v-plusDit ben ik
‘Ik heb het weleens met mama over de oerknal. Ik zou wel willen weten wat er daarvóór was’
- v-plusInterview25 in '25
‘Als ik een hele zaterdag thuis zou zitten, verveel ik me helemaal kapot. Dan ga ik liever iets verdienen’
- v-plusinterview25 in '25
‘Mijn moeder zegt: Thijs wist op zijn vijfde al dat hij boer wilde worden’
- 100 jaar
‘President Soekarno noemde ons futloos. Ik stond op en zei: dat neem ik niet!’
- 100 jaar
‘Een balletdanseres die verliefd wordt, is verloren’