Ik laat mannen niet meer door me heen praten, ik ben aan het woord
Met drie zware tassen loop ik door Amsterdam als ik ineens een pets op mijn linkerbil voel. Even sta ik versteld. Ik herinner mij een potloodventer die me voorbijfietste en een viezerik in de trein die opzichtig aan zijn kruis zat. Bij hen had ik de politie gebeld, maar die kon toen niks betekenen, omdat de potloodventer al uit het zicht was en de treinviezerik op het eerste beste station uitstapte.
Sindsdien heb ik met mezelf afgesproken dat ik de dader probeer te pakken door bij hem te blijven, dus ik draai me om en roep: ‘Blijf staan!’
De man kijkt me glimlachend aan en blijft staan. Terwijl ik snel mijn tassen neerleg, een foto van hem maak (voor het geval hij wegrent) en de politie bel, leunt hij tegen de brugleuning en probeert nonchalant een gesprek aan te knopen: ‘What’s your name? Don’t you like me?’
Ik krijg een vrouw aan de lijn en leg haar mijn situatie voor. ‘O, wat vervelend voor u’, zegt ze. ‘Hij staat er nog steeds? Klopt het dat ik hem nu hoor praten? De politie is onderweg. We kunnen nu ophangen.’
Boos
De man blijft tijdens het tien minuten durende telefoongesprek staan. Ik vraag twee jongens die voorbijlopen of ze bij me willen blijven tot de politie komt. Zodra de man het woord ‘police’ hoort, wordt hij boos en roept hij tegen mij: ‘Are you sick in your head?’
Voordat het kan escaleren, rijdt de politie de stoep op – twee mannelijke agenten stappen uit. De ene agent pakt de man, trekt hem om de hoek, uit mijn zicht en boeit hem aan een fietsenrek. De andere agent gaat het gesprek aan met mij. Ik recapituleer. Hij vraagt of ik aangifte wil doen en mijn antwoord is een volmondig ‘ja’.
De aangifte wordt ter plekke gedaan. Ik vertel, de agent noteert alles op een telefoon. Er komt een tweede politiebusje aanrijden en de dader wordt meegenomen naar het politiebureau, waar hij de volgende dag wordt verhoord. De agent die de dader had geboeid, komt naar me toe en probeert sussend uit te leggen wat de gedachtegang van deze man was: ‘Hij is niet helemaal goed in zijn hoofd hoor, hij zei dat hij het gedaan heeft, omdat hij op zoek is naar een vrouw en een praatje met jou wilde maken, hij vond je gewoon een hele mooie dame.’
Zijn geruststelling werkt averechts. Ik reageer mild, maar word boos door deze onwetende opmerking. Ik weet heus het verschil tussen een praatje willen maken en seksuele intimidatie. De intentie van de potloodventer, treinviezerik en deze bilpetser is macht, controle en dominantie uitoefenen. De ruimte innemen waarvan ze denken dat die hun toebehoort. En daarmee de ruimte van vrouwen afpakken.
Als de aangifte is afgerond, zet de agent mijn zware tassen achter in de auto en rijden ze me naar huis.
Slachtofferhulp
In de week na de aangifte krijg ik een telefoontje van Slachtofferhulp Nederland. De vrouw aan de lijn heeft mijn aangifte gelezen en vraagt hoe het nu met me gaat. Ik leg haar uit dat het niet zozeer de pets is waarvan ik ben geschrokken, maar vooral het grote verschil in hoe mannen en vrouwen reageren als ik vertel over mijn aangifte. Vrouwen vertellen over soortgelijke incidenten die ze hebben meegemaakt. Nadat een vriendin op Amsterdam Zuid in haar bil was geknepen, besloot ze nooit meer korte rokjes te dragen.
Deze verhalen die vrouwen met mij delen, maken mij woedend. De gevolgen liggen uiteindelijk bij het slachtoffer, omdat zij zich gaat aanpassen door bijvoorbeeld nooit meer korte rokjes te dragen. Zijn wereld blijft hetzelfde, maar haar wereld wordt kleiner.
Woedender word ik als ik dit verhaal deel op een familiefeest en een man reageert met: ‘Maar onze wereld wordt ook kleiner, omdat steeds minder vrouwen korte rokjes dragen.’ Vervolgens vraagt hij of ik ‘niet zoiets had van: het mag wel harder, die pets’.
Niet serieus genomen
Een andere man lacht. Mijn aangifte, alle vrouwen en ik worden niet serieus genomen. Maar dan verandert er iets in mij. Ik verhard. Ik laat mannen niet meer door me heen praten, ik ben aan het woord. Ook na het familiefeest neem ik stelliger en misschien zelfs agressief mijn ruimte in. Op straat kijk ik mannen boos aan, in sommige gevallen spuug ik zelfs op de grond om ze af te schrikken.
Elke man en elke telefoon die mij misschien ongevraagd filmt, vertrouw ik niet. Gek genoeg weerhoudt mijn agressieve houding mannen er niet van om me lastig te vallen. In de weken na de aangifte word ik nagefloten en hoor ik seksuele opmerkingen als ik op straat loop.
Aan het eind van het gesprek met Slachtofferhulp vraagt de medewerkster of ik behoefte heb aan een vervolgafspraak. Ik probeer mijn zaak weg te wuiven en zeg haar dat er vast genoeg mensen zijn die iets ergers hebben meegemaakt en haar harder nodig hebben dan ik. Hierop reageert ze fel: ‘Als je slaapt terwijl je fiets wordt gestolen, heb je ook recht op slachtofferhulp.’
Ik stem in met een vervolgafspraak.
Een maand later wordt mij per post meegedeeld dat de officier van justitie heeft besloten dat de verdachte voor de rechter moet komen. Er komt dus een rechtszaak. Slachtofferhulp legt me uit dat ik langs kan komen bij hen op kantoor om mijn verhaal te doen en dat zij dan een schadeonderbouwingsformulier voor me kunnen opstellen. Ik blijk een immateriële schadevergoeding van 1.000 euro aan te mogen vragen.
Zitting
Na de zomervakantie is de zitting bij de rechtbank in Amsterdam. Ik neem twee vriendinnen mee. De teensandalen hebben plaatsgemaakt voor loafers, de spijkerbroeken zijn vervangen door pantalons. Als ik hier alleen naartoe was gegaan, had ik me fragiel gevoeld tussen al het marmer. Met zijn drieën en een vrouw van Slachtofferhulp wachten we en onze stemmen vullen de galerijen. Ze legt ons uit wat de protocollen zijn: opstaan als de rechter opstaat en geen camerabeelden maken.
We mogen de rechtszaal binnen. De vrouw van Slachtofferhulp en ik nemen plaats aan een groot bureau met microfoons. Mijn vriendinnen zitten achter me. De rechter, de officier van justitie en de griffier zitten aan een verhoogde tafel tegenover ons. Een paar dagen voor de zitting kreeg ik te horen dat de man een tweede slachtoffer heeft.
Ze is er niet en ook hij is niet komen opdagen. Er is wel een advocaat aanwezig voor de dader, maar omdat hij niet gemachtigd is, mag hij niks zeggen tijdens de zitting. De rechter begint feiten op te noemen van wat er mij en het andere slachtoffer is gebeurd. Ik kom erachter dat zij twee weken voor mij is aangerand in een supermarkt bij een zelfscankassa. De dader sloeg haar ook op de bil. Daarna haalde zij naar hem uit en liep hij licht letsel op.
Ook daar kwam de politie ter plaatse. Deze feiten verbazen me. Blijkbaar weerhield haar reactie en het letsel dat hij daarbij opliep hem er niet van om het nog een keer te doen.
Overleg
Uit het verhoor van de dader komt naar voren wat voor een getroebleerde man hij is. Hij heeft geen geldige identiteitsdocumenten en is dus onvindbaar. De officier van justitie stelt een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken voor en het uitbetalen van schadevergoedingen aan mij en het andere slachtoffer. De rechter staat op en wij dus ook. Ze loopt naar achteren met de griffier om te overleggen.
Ik draai me even om naar mijn vriendinnen. Vuur staat in hun ogen. Alles wat ze hier horen maakt grote indruk.
De rechter komt terug en benoemt dat het gepleegde strafbare feit onderdeel is van een groter geheel in het leven van een vrouw. Ik voel me door deze opmerking gezien. De straf luidt als volgt: vier weken voorwaardelijke gevangenisstraf en het uitbetalen van een schadevergoeding van 750 euro aan mij en aan het andere slachtoffer.
Deze straf voelt goed voor mij. Mijn vriendinnen en de vrouw van Slachtofferhulp lopen voor me de rechtszaal uit. Ik draai me nog even om en bedank de rechter. Zij bedankt mij ook. En ze zegt dat het goed was dat we aanwezig waren.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie