Paul Seixas jongste winnaar ooit van Ronde van Lombardije
Het is wennen. Op 30 kilometer van de finish in de Ronde van Lombardije is het nog niet duidelijk wie er als eerste zal binnenkomen in Como. De favorieten houden elkaar in de gaten. Ze voelen dat ze een kans hebben om na vijf jaar, waarin Tadej Pogacar telkens won, hun eigen naam naar de bovenste positie op het uitslagenblad te fietsen. Maar ze weten ook dat ze die kans kunnen verspelen met een te vroege uitval.
Net als de koers op slot lijkt te zitten, wurmt een renner zich uit de wurggreep waarin de topfavorieten elkaar vasthouden: Paul Seixas. Hij neemt tijdens de beklimming van de Civiglio de kop en gaat zijn eigen verschroeiende tempo rijden. Een voor een moeten de mannen achter hem toegeven aan de pijn in hun benen, aan het gebrek aan adem.
In zijn eentje rijdt de pas 20-jarige Fransman verder, over de San Fermo della Battaglia, en in zijn eentje naar de finish, ruim voor Enric Mas en Giulio Ciccone. Seixas is de jongste winnaar van deze iconische klassieker. Hij slaat de handen voor zijn gezicht. ‘Het is bizar, ik kan het nauwelijks geloven’, zegt hij in het flashinterview. ‘Ik had geweldige benen vandaag. Ik kon het verschil maken waar ik wilde.’
Solosprint
Een solo naar de finish in Lombardije, dat past in een traditie. De eerste twee keer dat Pogacar de herfstklassieker won, deed hij dat in een sprint à deux. In theorie konden Fausto Masnada (in 2021) en Enric Mas (in 2022) de Sloveen nog dwarszitten. In de praktijk gebeurde dat niet. Maar de drie edities daarna liet Pogacar die papieren situatie, een hypothetisch verlies in een sprintje, überhaupt niet ontstaan: hij ging er telkens ruim voor de finish in zijn eentje vandoor. Vorig jaar en in 2023 duurden zijn solo’s ruim 30 kilometer, in 2024 was het zelfs bijna 50 kilometer.
Zonder zo’n allesbepalende renner in het peloton wordt de koerstactiek van mannen met ambitie ingewikkelder. Dus vanaf het moment dat Pogacar na een zware val in de Vuelta uit de running was, werden de wedstrijden onvoorspelbaarder. De vorm van de dag, die deels door toeval wordt bepaald, gaf veel meer de doorslag.
En alle renners wisten het. Ze merkten het bij het WK in Montréal, waar Mathieu van der Poel alle mannen die in de schaduw van Pogacar hadden staan trappelen om in het licht te stappen, aan gort fietste, zichzelf incluis. Daar kwam tot veler verrassing Brandon McNulty als eerste binnen, na een perfect getimede aanval vanuit een leeggereden kopgroep en een solo die tot op een paar kilometer van de regenboogtrui nog bijna onschadelijk werd gemaakt.
In Lombardije probeerde McNulty in zijn regenboogtrui ook te laten schitteren. Toen zijn landgenoot Matteo Jorgenson op de Madonna del Ghisallo een aanval inzette, op 50 kilometer van de finish, reageerde McNulty attent. Maar ondanks bijval van Quinn Simmons, nog een Amerikaan, kwam die groep niet weg. Het was te vroeg. Hetzelfde gold voor het knechtenwerk dat Giulio Pellizzari op de eerste passage van de San Fermo voor Remco Evenepoel deed.
Evenepoel was na McNulty de andere renner die profiteerde van de afwezigheid van Pogacar in de laatste grote koersen van dit wielerjaar. Zijn Europese kampioenstrui – wit en blauw met gele sterren – getuigt daarvan in Lombardije. Ook die koers, in Slovenië, was veel minder vanzelfsprekend verlopen dan vorig jaar, toen Pogacar er een solo van 75 kilometer uitperste. Dit jaar leek Evenepoel op het EK met een val en een matige laatste bocht zichzelf te ondergraven en mocht hij gelukkig zijn met een finishfoto die net in zijn voordeel uitviel.
De uitverkorene
In deze Pogacarloze periode werd ook veel van Seixas verwacht. Hij was vorig jaar al derde op het EK en liet dit jaar zien dat hij als het moet heel lang bij Pogacar kan aanhaken. Toen de Sloveen in Luik-Bastenaken-Luik aanzette op La Redoute, kreeg hij alleen Seixas er niet af. En toen Pogacar de Waalse Pijl oversloeg, wist Seixas de afgrijselijke sprint op de Muur van Huy in zijn voordeel te beslissen.
In Frankrijk wordt hij zonder terughoudendheid ‘de uitverkorene’ genoemd, de man die na Bernard Hinault de Fransen weer eens een Tour de France-zege zou moeten schenken. Zover kwam het dit jaar niet. Hij reed met de besten mee, streed voor het podium maar moest met de vierde plaats genoegen nemen. Bepaald geen schande voor een tiener.
Maar op het WK ontbeerde Seixas de brille van het voorjaar en ook het uithoudingsvermogen dat hij in de Tour had laten zien. Drie dagen na zijn 20ste verjaardag, droomde hij in Montréal van goud, maar hij kreeg in plaats daarvan kramp en de vijftiende plaats.
Seixas moest nog even geduld hebben om zijn plaats op te eisen in dit wielerjaar. Hij sloeg bewust het Europees kampioenschap over om in Lombardije frisser en sterker aan de start te kunnen komen. En die beslissing betaalde zich uit. Seixas schreef een schitterend laatste hoofdstuk van dit seizoen. Net 20 jaar oud en nu al winnaar van een van de vijf monumenten. ‘Het voelt als een droom.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie