Sergej Eisenstein was een snel slijtend radertje in Stalins propagandamachine
Een hysterische, megalomane fanaticus voor wie het maken van films het enige was dat telde. Een man die van niemand kon houden en geen liefde of seks kende, al werd hij door cohorten vrouwen bemind. Een kunstenaar die door de kneveling van zijn talent door Stalin, ’s lands filmliefhebber en -censor nummer 1, op 49-jarige leeftijd aan een hartinfarct zou overlijden. Als je Guzel Jachina’s nieuwe roman Op de trappen van Odessa na ruim 500 bladzijden dichtslaat, is dat het beeld dat je van de Russische cineast Sergej Eisenstein (1898-1948) hebt.
Tot die tijd wist ik relatief weinig van hem af, behalve dat hij in Riga was geboren als zoon van een joodse, tot het orthodoxe christendom bekeerde architect en een overspelige actrice. Ook was hij de maker van beroemde films zoals Pantserkruiser Potjomkin (1925) over de volksopstand in de stad Odessa in 1905. Een onvergetelijke scène daarin is die van de menigte opstandelingen die door kozakken van de monumentale trappenpartij in de haven wordt verjaagd, met een cinematografische hoofdrol voor een naar beneden rollende kinderwagen. Die film dankte zijn reputatie aan de revolutionaire montagetechniek, die Eisenstein in 1924 met zijn film Staking wereldberoemd had gemaakt en die zowel zijn handelsmerk als zijn ondergang zou worden.
De Tataars-Russische Jachina, die met Zulajka opent haar ogen in 2015 een indrukwekkende debuutroman publiceerde over de deportatie van Tataarse koelakken tijdens Stalins collectivisatie van de landbouw in 1930 en daarna met Wolgakinderen en De trein naar Samarkand nog twee andere historische romans publiceerde, betreedt met Op de trappen van Odessa opnieuw het pad van de geschiedenis van de Sovjet-Unie tijdens het terreurbewind van Stalin. Maar deed ze dat in haar eerdere boeken aan de hand van de lotgevallen van een onbekende groep, deze keer heeft ze gekozen voor die van een beroemde enkeling. En dat is tegelijkertijd de valstrik waarin ze is beland. Want ondanks haar rijke stijl, die door Arthur Langeveld bekwaam in mooi Nederlands is vertaald, en de knappe compositie van haar boek aan de hand van Eisensteins acht films, ontstijgt haar verhaal zelden het niveau van een met dialogen en veronderstellingen aangevulde biografie. Een overtuigend, menselijk romanpersonage wil haar Eisenstein dan ook niet worden.
Dwangneuroot
Als kenner van het dagelijks leven onder Stalin weet Jachina wel de angst van die tijd levensecht weer te geven. Maar voor een geslaagde roman is dat niet genoeg. En ook al baseert ze zich op een grote hoeveelheid egodocumenten van de regisseur en analyseert ze zijn films en techniek – ze is zelf filmmaker van opleiding – Eisenstein komt maar niet tot leven. Daarentegen zet ze hem vooral neer als een dwangneuroot die dag en nacht aan het werk is en het liefst op de montagetafel zou slapen met een filmrol in zijn armen. Terwijl je uit zijn fotobiografie In the Master’s Home. The World of Sergei Eisenstein ook weet dat hij een vrij normaal en evenwichtig leven heeft geleid.
Jachina’s Eisenstein is hoogstens een radertje in de gigantische productiemachine die de jonge Sovjet-Unie wilde zijn. Dat hij in 1948 kort voor zijn vijftigste aan een hartaanval overleed is in dat opzicht niet opmerkelijk. Zeker als je daarbij het element voegt van de permanente angst om door de geheime politie te worden opgepakt en geëxecuteerd, zoals veel van zijn kunstbroeders, de toneelregisseur Vjatsjeslav Meyerhold en de schrijver Isaak Babel voorop, in de jaren 1937-1941 was overkomen.
Eisensteins lot werd echter pas na de Tweede Wereldoorlog bezegeld. Dat was vooral te danken aan de kans die Stalin hem in 1941 gaf om nog een paar patriottische films te maken, waarin het door vijanden omringde, onverslaanbare Rusland met zijn krachtige leiders centraal stond. In 1948 viel Eisenstein in ongenade vanwege zijn film Ivan de Verschrikkelijke, nadat Stalin zich in deze wrede tiran herkende. Voor de dictator, die al eerder enkele films van Eisenstein had verboden, was hiermee de grens bereikt.
Toch is Jachina’s boek geen straf om te lezen, al word je soms doodmoe van de jachtige manier waarop ze het leven van haar hoofdpersoon neerzet. Het begint al meteen met zijn moeder, die hem als kind in de steek heeft gelaten, maar zich als hij eenmaal beroemd is, weer bij hem voegt en hem als haar grote liefde behandelt. De twee hebben een ziekelijke, bijna incestueuze relatie waarin schuld en boete een belangrijke rol spelen. Dat blijkt op de eerste bladzijden van de roman als Eisenstein, of ‘Eisen’ zoals zijn omgeving hem noemt, in 1948 zijn eerste hartinfarct krijgt en zij hem uit zijn knipselmap de recensies van zijn vroegere succesfilms komt voorlezen. Het herinnert hem aan de tijd waarin hij bezig was met de afwerking van zijn film Oktober, die hij in 1927 maakte ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de revolutie. Hij werd toen ineens blind van inspanning en het was zijn moeder die uit Leningrad overkwam om hem drie dagen voor te lezen en hem te kalmeren.
Vrouwen
Als het over de vrouwen in Eisensteins leven gaat, krijgt Jachina’s boek ineens wel de kracht van een roman. Zo zet ze de regisseur neer als een man die zich achter maskers verschuilt. Op feestjes speelt hij de vrolijke rokkenjager, die vrouwen de dansvloer opsleurt en verleidt. Maar als het erop aankomt is hij impotent en kan hij zich niet aan een serieuze relatie overgeven. Hij constateert zelfs dat hij van niemand kan houden. Om de geruchten over zijn vermeende homoseksualiteit de kop in te drukken, trouwt hij alsnog met een van zijn bewonderaarsters, om haar vervolgens ver van zijn huis te parkeren.
Zijn enige echte liefdes zijn zijn films, zowel de in de bioscoop vertoonde als de op last van Stalin vernietigde. Zijn hartstocht is in celluloid gesublimeerd. Als Jachina dat element had uitgewerkt was er misschien alsnog een goede roman uit dit biografische verhaal gekropen. Nu rest slechts een uitgebreid en van opgeklopte emoties voorzien encyclopedisch lemma, dat desondanks de moeite van het lezen waard is. Al was het maar omdat Jachina halverwege haar boek opmerkt dat historie en hysterie de twee vleugels van de jonge Sovjetstaat zijn. Dat die beide elementen in haar hoofdpersonage samenvloeien kan dan ook geen toeval zijn. Maar ook dat is te weinig brandstof om van Eisenstein een mens van vlees en bloed te maken.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.