Hoe de techbro's de nieuwe schurken van Hollywood zijn geworden: 'The Social Reckoning' is een duister portret van Facebook
Er kan veel gebeuren in zestien jaar. In 2010 schreef Aaron Sorkin de film The Social Network, over ‘de uitvinding’ van Facebook. Deze week komt hij met een film over ‘wat ervan geworden’ is. En The Social Reckoning is een totaal andere film dan zijn voorganger.
In de afgelopen jaren is de maatschappelijke houding ten opzichte van sociale media drastisch veranderd: van optimisme naar wantrouwen en pessimisme. „The Social Reckoning dramatiseert dat gevoel van pessimisme”, zegt Sorkin via een video-verbinding vanuit de Verenigde Staten, een paar dagen dagen voor de première van de film. „Als Facebook alleen uit foto’s van teckels zou bestaan, zou dat fantastisch zijn. Maar zoals we in de film zeggen: voor 43 procent van de mensen in de wereld is Facebook het platform waar ze hun nieuws ontvangen. En er is een enorme hoeveelheid desinformatie op het platform, dat ontworpen is om provocatief te zijn.”
The Social Reckoning is niet de enige techpessimistische film die de laatste tijd uit Hollywood komt. De techbaas is verworden tot schurk. Maar is Hollywood wel in staat dat gevoel van techpessimisme te vertalen, nu het zelf onderdeel van de techindustrie is geworden?
De underdog
Tot voor kort werden techbazen gevierd in de westerse cultuur. Boeken als Fire in the Valley (1984) en The Innovators (2014) bewierookten vroege computerinnovators als excentrieke genieën. Bill Gates van Microsoft, Steve Jobs en Steve Wozniak van Apple – ze waren obsessievelingen die tegen de klippen op een toekomst bouwden die alleen zij voorzagen.
Er hing iets mythologisch omheen: een update van de American Dream voor outsiders en computernerds. Een mythologie die techbedrijven zelf ook wel aantrekkelijk vonden. Apple verbond zichzelf in advertenties aan counter culture-iconen als John Lennon en Bob Dylan, zelfs burgerrechtenheld Martin Luther King kwam de computer verkopen.
Nu zou men dat niet meer pikken. Maar lang was er veel optimisme rondom tech, vertelt hoogleraar Claes de Vreese, die de relatie tussen AI, digitale technologie en democratie onderzoekt aan de Universiteit van Amsterdam. „Er was in de techjournalistiek een bepaalde mate van ceo-verheerlijking. De leiders van dit soort bedrijven werden gevierd, omdat ze voor winsten zorgden en innovatie brachten.”
Dat gold ook voor de leiders van socialemediabedrijven. Platforms als Facebook werden in het begin gezien als democratiserende kracht, zegt De Vreese. „Sociale media zouden ertoe leiden dat iedereen kon deelnemen aan het publieke debat. Autoritaire regimes werden ermee uitgedaagd: tijdens de Arabische Lente in 2010 werden sociale media gebruikt door demonstranten.”
Digitale technologieën beloofden vrijheid. Zoals Bill Clinton het eind jaren negentig zei: het internet beteugelen is als pudding aan de muur spijkeren.
In het staartje van dat optimisme kwam The Social Network (2010) uit, geschreven door Aaron Sorkin, geregisseerd door David Fincher. De film was een verschroeiend portret van Mark Zuckerberg. Een egoïst die in ‘het echte leven’ niet tot menselijk contact in staat was, en daarom maar een digitale samenleving bouwde – waarover hij zelf de baas kon zijn. Tegelijkertijd had de film ook ontzag voor Zuckerberg. Hij was monomaan, maar geniaal. En zijn Facebook begon dan wel als een soort digitale bangalijst; uiteindelijk groeide het uit tot een miljardenbedrijf.
Het ‘onuitstaanbare genie’ bestaat al sinds Sherlock Holmes, maar werd met The Social Network de basis voor ons beeld van de techbaas in Hollywood. Er volgden talloze films en series. In 2014 kwam de komedieserie Silicon Valley uit, over een groepje idiots savants en hun techstartup. Hetzelfde jaar dramatiseerde de serie Halt and Catch Fire de computerrevolutie. Biofilm Jobs (2013) liet Steve Jobs zien als lsd-trippend tegencultuuricoon. En ook het kritische Steve Jobs (2015, geschreven door Sorkin) gaf de Apple-baas de Social Network-behandeling: Jobs was onuitstaanbaar, maar onnavolgbaar.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07094408/071026CUL_2037141344_-socialnetwork.jpg)
Jesse Eisenberg in The Social Network (2010).
Foto Columbia/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07094703/071026CUL_2037141344_-stevejobs.jpg)
Michael Fassbender als Steve Jobs in de gelijknamige film uit 2015.
Foto ANP / Allpix Press SARLDe omslag
Buiten Hollywood sleet dat optimisme ondertussen snel. Al vroeg schreven wetenschappers over filterbubbels – algoritmes die gebruikers in cocons van hun eigen waarheid spinnen – over eetstoornissen, cyberpesten, nepnieuws en wraakporno: allemaal problemen die dankzij sociale media online konden woekeren.
Buiten de academische wereld werd men zich daar in 2018 van bewust. Het databedrijf Cambridge Analytica bleek een groot Facebook-datalek misbruikt te hebben om Donald Trump het Witte Huis in te helpen. En in 2021 onthulde klokkenluider Frances Haugen aan The Wall Street Journal dat Facebook zélf wist dat zijn producten (Facebook, Instagram) bijdroegen aan radicalisering, polarisatie, etnisch geweld en verslechterende mentale gezondheid. Dat verhaal vertelt The Social Reckoning.
In 2021 veranderde moederbedrijf Facebook zijn naam in Meta – het oude jasje zat vol vlekken – maar of het hielp? Topman Mark Zuckerberg is nu allesbehalve geliefd. Al tien jaar noemt men hem online een „reptiel” of „robot” – nota bene op zijn eigen platforms.
Uit onderzoek van Claes de Vreese en collega’s blijkt dat men in het Westen steeds negatiever wordt over zaken als AI en sociale media. Mensen vinden sociale media negatief voor het publieke debat, maar ze voelen zich opgesloten: ervan afstappen is te moeilijk, te kostbaar of er zijn geen geschikte alternatieven.
De onvrede richt zich niet alleen op sociale media, maar op de hele techsector. „We hebben eerder Berlusconi en Murdoch gehad, maar zo’n grote vermenging van geld, macht en media als nu hebben we nooit eerder gezien”, zegt De Vreese. „Techbedrijven zijn niet alleen meer socialemediabedrijven, maar ook AI-bedrijven en opkopers van traditionele media. En dan heb je nog de bouw van datacenters, en de klimaatimpact daarvan. Dat leidt tot een kantelpunt.”
De macht van techbedrijven is momenteel zo groot dat onderzoekers en een oud-Eurocommisaris een inreisverbod voor de VS kregen vanwege hun kritiek op sociale media. De Vreese: „Mijn naam wordt ook genoemd in een rapport van het Congres van de VS, dus ik ga ook niet meer.”
De tech-kritische film
In Hollywood is men dol op schurken. Er zijn altijd nazi’s of Russen nodig om op te blazen. En bij voorkeur kiest men een gemeenschappelijke vijand, iemand voor wie het publiek al bang is.
Met het toenemend techpessimisme dient zich een ideaal nieuw mikpunt aan: Silicon Valley. In het Westen ziet men de techbaas immers niet meer als sjofele underdog, maar juist als gevestigde orde, een nieuwe, allesverterende kapitalistische kracht. Ook Hollywood heeft dat opgemerkt.
Een erbarmelijke verfilming van Dave Eggers’ roman The Circle markeerde in 2017 het begin van een stroom techpessimistische films en series. In navolging van The Circle, over een kwaadwillend Google-achtig internetbedrijf, verschenen er bioseries over de fraude bij gezondheidsbedrijf Theranos, misstanden bij kantoorverhuurder WeWork en Uber. Kwaadaardige techbro’s doken op in Succession, Glass Onion: A Knives Out Mystery, Don’t Look Up, Mountainhead. Excentriek zijn de techbazen in deze films nog wel, geniaal niet meer – nu zijn het yogakapitalisten met grootheidswaan.
Het is hoogtij voor techpessimisme in Hollywood. De komende jaren staan er talloze films en series over fictieve en echte techdespoten op de agenda. Maar is Hollywood wel de geschikte partij om deze publieksangst te vertolken?
Rond de eeuwwisseling werden Hollywood-films nog niet eens opgenomen met digitale camera’s. In 2026 is alles anders: Big Tech heeft Hollywood niet alleen bereikt, Hollywood ís in belangrijke mate een techindustrie.
Technologiebedrijven als Apple en Netflix zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot grote filmproducenten en -distributeurs. En ook traditionele filmstudio’s belanden steeds vaker in bed met techbedrijven. Streamingdiensten zijn tegenwoordig minstens zo belangrijk als bioscopen voor filmproducenten. En met de fusie tussen de filmstudio’s Paramount en Warner Bros vergaren tech-miljardair Larry Ellison (van softwarebedrijf Oracle) en zijn zoon David een gigantisch aandeel in Hollywood. Tot overmaat van ramp: Elon Musk wordt naar verluidt gepolst als investeerder.
In dat klimaat wordt het steeds moeilijker om Silicon Valley kritisch te portretteren. Zo werd Artificial – volgens de makers een ‘Social Network on steroids‘ over OpenAI-oprichter Sam Altman – plotseling geschrapt door Amazon. Het bedrijf vond zichzelf bij nader inzien niet het juiste „thuis” voor de film. Wellicht, schreef vakblad Variety, omdat Amazon net een deal van 50 miljard dollar had gesloten met OpenAI? De film dreigde in het vagevuur te belanden: Netflix en Warner wilden ‘m naar verluidt niet overnemen. Onafhankelijke distributeur Neon kocht de film alsnog op.
Wil je in Hollywood wél een kritische film over een techbedrijf maken? Dan is het productieproces een mijnenveld. Studio Sony huurde een extern bureau in om The Social Reckoning juridisch te pantseren tegen rechtszaken van Meta. Elon Musk dreigt ondertussen met juridische stappen tegen de onthullende documentaire Musk, die „onwaarheden” over de techbaas zou verspreiden, zoals de insinuatie dat Musk de verkiezingen van 2024 beïnvloedde met zijn satellieten.
Filmmakers proberen dat te vermijden door weg te blijven van de werkelijkheid. Maar een succesvolle techsatire moet nog gemaakt worden: films als Mountainhead zijn vaak tandeloos omdat ze het óf niet bij de werkelijkheid halen, óf ten onder gaan aan hun eigen excessen.
Om Silicon Valley kritisch te portretteren moet een moderne Hollywood-studio dus ingaan tegen eigen handelsbelangen. Én zijn film juridisch laten zandstralen. Welke studio wil zich daar nog aan wagen?
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/02164436/141026CUL_2037141344_1.jpg)
Jeremy Allen White en Mikey Madison in The Social Reckoning (2026).
Het Hollywood-optimisme
Dat het vooralsnog wel kán, bewijst The Social Reckoning, die deze week uitkomt. Aaron Sorkins film is een Hollywood-portret van Facebook; een bedrijf waarbij misdadige nalatigheid ingebakken zit in de succesformule. Hij dramatiseert wat we al wisten: er is een direct verband tussen Meta en polarisatie – zie bijvoorbeeld de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021.
Mark Zuckerberg is niet meer het schurende genie van weleer. Gespeeld door Jeremy Strong is Zuckerberg een meedogenloos zakenman, die willens en wetens een giftig algoritme bouwde, en zich voor de echte wereld verschuilt in een kogelvrije kantoorruimte. Meta zwijgt de film vooralsnog wijselijk dood.
Toch knaagt er iets: The Social Reckoning krijgt een Hollywood-einde. Klokkenluider Frances Haugen trekt de bast van de boom en wijst ons op de houtrot. En dan komt er verandering: het Amerikaanse congres en het Britse parlement kunnen aan de slag. Rechtszaken dwingen Facebook tot beterschap, lezen we in een postscript. Aan het einde van de film steekt Haugen letterlijk haar vuist in de lucht. The Social Reckoning eindigt zoals een Amerikaanse klokkenluidersfilm betaamt, à la All The President’s Men en The Insider: de underdog wint, David verslaat Goliath.
Maar die ‘reckoning’ is er niet echt gekomen. Meta kreeg de laatste jaren te maken met een stortvloed aan rechtszaken. Sommige waren erg succesvol: een maand geleden werd Meta met een schikking nog gedwongen om ruim 17 miljard te betalen aan 48 Amerikaanse Staten én de belofte om zijn platforms minder verslavend te maken voor jongeren. Maar onze relatie met tech is niet veranderd, schreef The New Yorker. Techbedrijven zijn te snel, te divers, te internationaal. Overheden en rechters achtervolgen een raceauto in een paardenkoets.
„Ik kan er niks aan doen”, zegt Sorkin, gevraagd naar zijn optimisme. „Ik ben romantisch over onze instituties. Zoals The Wall Street Journal en printmedia rond de hele wereld. Ik ben ook optimistisch omdat er mensen als Frances zijn, die een enorme prijs betalen om het juiste te doen.”
En wat als instituten zoals de Amerikaanse overheid samenwerken met de techbedrijven? „Eén ding is zeker: deze instituties zijn heel user-sensitive. Het maakt uit wie ze bestuurt.”
Eerder zei Sorkin in The New York Times dat het uitgebreide juridische factcheckproces voor The Social Reckoning „ondraaglijk” was. En, voegde hij toe: „De dingen die ik niet kon zeggen of doen zijn ondraaglijk.” Van dat soort opmerkingen word je als interviewer paranoïde: reikt de lange arm van Meta ook tot in dít gesprek? Het lijkt wel zo: Sorkin is voorzichtig, stuurt het gesprek na elke vraag terug naar scènes van zijn film. Maar af en toe klinkt daarin een waarschuwing.
„Facebook is niet alleen Amerikaans: het raakt de hele wereld”, zegt Sorkin. „Zoals een van de Facebook-medewerkers zegt in de film: ‘We zijn twee keer zo groot als de grootste overheid op aarde. We zijn hier post-overheid.’ That should scare the hell out of everybody.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.