Nederland toont diplomatieke zwakte met non-respons op Israël
De Israëlische minister Gideon Sa’ar van Buitenlandse Zaken kondigde op zondagavond 27 september aan dat Israël de accreditatie van de Nederlandse diplomaten in Ramallah binnen een week zou intrekken. De dag erna werd ik platgebeld door journalisten die van me wilden weten: is dit een diplomatieke big deal?
Berber van der Woude is oud-diplomaat en voorzitter van The Rights Forum.
Groot was het zeker. Maar dat was op geen enkele manier aan de Nederlandse reactie af te lezen. Minister Tom Berendsen (CDA) van Buitenlandse Zaken verklaarde slechts dat het Israëlische besluit „onnodig” was en hij ontbood de Israëlische ambassadeur op het ministerie in Den Haag.
De afgelopen jaren heeft Nederland twee keer eerder de Israëlische ambassadeur op het matje geroepen. In april 2025, nadat het Israëlische leger vijftien duidelijk als zodanig herkenbare medische hulpverleners had geëxecuteerd in Gaza. En in mei 2026, toen het Israëlische leger een aantal Nederlandse staatsburgers had ontvoerd uit internationale wateren om ze vervolgens onder toeziend oog van de Israëlische minister van Binnenlandse Veiligheid op camera te onderwerpen aan onmenselijke behandeling en marteling.
Verder dan het uiten van zorg en het foeigesprek met de Israëlische ambassadeur komen we blijkbaar niet
Laat mij eerst ingaan op de maatregel, waarmee Nederland Israël kennelijk zo hard tegen de haren in heeft gestreken. Het instellen van het invoerverbod op producten uit de illegale nederzettingen is wat mij betreft niet primair een sanctiemaatregel richting Israël. Handelsbeperkingen betreffen namelijk het inperken van legale handelsstromen.
Als mij bij het station een overduidelijk gestolen fiets voor een tientje wordt aangeboden en ik besluit hem te kopen, maak ik mij schuldig aan een vorm van heling. Dat is strafbaar, geredeneerd vanuit het idee dat het bestrijden van diefstal onmogelijk is als je gestolen goederen legaal kunt verkopen en kopen.
Met het importverbod op goederen uit de illegale nederzettingen maakt Nederland een einde aan een schending die het zélf begaat door uit criminaliteit gewonnen goederen wit te wassen voor de Nederlandse en Europese markt. Want dat is wat handel met de nederzettingen in feite is: de criminele herkomst verbergen van wat hier in de winkels komt te liggen. Het was de hoogste tijd dat Nederland zich op dit punt aan de wet ging houden.
Maar Israël begaat dagelijks veel meer misdrijven waar Nederland geen enkele consequentie aan verbindt. Door grove oorlogsmisdaden hooguit af te doen met het op het matje roepen van de ambassadeur, geeft Nederland Israël de straffeloosheid die het nodig heeft om door te gaan met etnische zuivering, apartheid en volkenmoord.
Verder dan het uitdrukken van zorg en het foei-gesprek met de Israëlische ambassadeur komen we blijkbaar niet. Als het om Israël gaat, is de Nederlandse diplomatieke escalatieladder een keukentrapje met twee treden dat we telkens opnieuw bestijgen.
Minachting voor diplomaten
Dan over de diplomaten. Al ruim vóór 7 oktober 2023 heeft elke Nederlandse diplomaat die in Ramallah werkte wel een ervaring gehad van uitgescholden, bekogeld of bespuugd worden door kolonisten. Vaak staan Israëlische soldaten erbij en kijken ze ernaar. In 2020 bezocht ik met een groep Europese diplomaten het door kolonisten bezette oude centrum van de Palestijnse stad Al-Khalil (Hebron). Een kolonist riep ons in het Engels toe dat, ‘als we zo van die Arabische honden hielden, we ons in onze steden maar door hen moesten laten verkrachten’. Verderop stond een Israëlische soldaat te grijnzen.
Israël heeft het nooit erg nauw genomen met zijn plicht onder de Weense Verdragen, om diplomaten in het gebied dat het controleert veilige bewegingsvrijheid te bieden. En zoals dat gaat met elke schending die je laat bestaan: de schender gaat telkens een stap verder. In mei 2025 werd een internationale diplomatieke delegatie, waar ook een Nederlandse diplomate deel van was, bij Jenin onder vuur genomen door het Israëlische leger. In augustus van datzelfde jaar werd een diplomatiek konvooi, waar ook de Nederlandse ambassadeur in Ramallah in zat, bij Nablus door kolonisten bekogeld met stenen, in het bijzijn van het Israëlische leger. Beide keren nam Nederland geen zichtbare maatregel om Israël ter verantwoording te roepen.
En nu trekt Israël de accreditatie in van de Nederlandse diplomaten in Ramallah – een van de zwaarst denkbare diplomatieke maatregelen. Het obligate gesprekje met de Israëlische ambassadeur, als gevolg van deze ‘onnodige’ reactie, voerde minister Berendsen overigens niet eens zelf; hij delegeerde het aan een ambtenaar.
Reciprociteit (wederkerigheid) is een belangrijk principe in de diplomatieke praktijk. Het betekent: trekt een gastland om oneigenlijke redenen de accreditatie van onze diplomaten in, dan trekken wij op onze beurt de accreditatie in van een vergelijkbaar aantal van hun diplomaten. Het verbaast me dat de disproportionaliteit van de Nederlandse reacties niet beter is opgepakt door de media.
Nederlandse houding verandert niet
Als Nederland zichzelf en zijn diplomatie serieus zou nemen, zou het Israël dus vertellen dat er acht Israëlische diplomaten welkom zijn om hun werkzaamheden voort te zetten, maar dan wel op een toeristenvisum en zonder enige diplomatieke status.
Door zich te beperken tot de huidige reactie laat Nederland twee dingen zien. Allereerst dat Nederland bij het eerste beetje Israëlische druk bereid is de handen af te trekken van de diplomatieke relatie met de Palestijnen. Gecombineerd met de halsstarrige weigering de Palestijnse staat te erkennen, laat Nederland precies zien hoeveel de Palestijnse toekomst onze regering waard is: niets.
Ten tweede is de Israëlische maatregel voor Israël een stresstest voor de relatie met Nederland. En Nederland toont hoe onveranderlijk die is. Het staat alles toe wat Israël ook maar wenst te doen – of dat nu het plegen van misdaden is of het moedwillig onder druk zetten van de diplomatieke relatie. Om onnavolgbare redenen is dát in de ogen van het kabinet-Jetten het Nederlandse belang.
Ik ben oud-medewerker van de Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah. Medewerkers van die vertegenwoordiging dienen in goede tijden als levend bewijs van de redelijkheid van het Nederlandse beleid; een beleid van ‘uitstekende relaties met beide kanten’. Maar in slechte tijden worden zij met het grootste gemak geofferd. Ik maak mij grote zorgen over de Palestijnse medewerkers, met wie ik jaren heb gewerkt en van wie ik weet dat ze essentieel zijn. Ik hoop dat het ministerie van Buitenlandse Zaken goed voor ze zal zorgen.
Toen Nederland het importverbod instelde, koesterde ik een beetje hoop dat dit het begin zou zijn van een stevigere houding ten aanzien van de Israëlische schendingen. Die hoop heeft een flinke deuk gekregen. Zelfs na drie jaar gelivestreamde genocide, is van een nieuwe koers nog allerminst sprake.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.
:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/25161755/opiauteur-WOUDE-Berber-vdr.jpg)