Op deze ‘inspiratieschool’ leren andere scholen hoe je beter taalonderwijs geeft. Zelfs de toiletten werden omgedoopt tot ‘leesplees’
Op een speciale manier kondigt Adriaan Schoenmaker aan dat het weer tijd is voor de mondelinge presentaties. De docent maatschappijleer neemt plaats voor de klas en begint te rappen. „Je bent een sjembek dat zeurt, maar je weet niet watskeburt. Watskeburt?” De leerlingen van 5 havo haken in: „Watskeburt?”
Elke les laat Schoenmaker twee of drie leerlingen een ‘Watskeburt-presentatie’ geven over een nieuwsbericht. De bedoeling is dat ze eerst vertellen waar het over gaat, daarna bijbehorende moeilijke begrippen uitleggen en vervolgens daarover debatteren met de klas.
De les sluit aan bij de nieuwe kerndoelen voor Nederlands, die beschrijven welke kennis en vaardigheden leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten opdoen. Voorheen lag de nadruk op technische vaardigheden, zoals spelling en grammatica, nu meer op communicatie. Leerlingen leren taal het beste als ze niet alleen naar de docent luisteren en teksten lezen, maar ook wanneer ze schrijven en praten, zo is de gedachte. Daarnaast is taalonderwijs niet meer de exclusieve taak van de docent Nederlands. Scholen moeten het ook integreren in andere vakken, zoals maatschappijleer.
Een leerling legt uit wat ‘grondrechten’ inhouden. En ze vraagt haar klasgenoten of ze ‘discriminatie’ en ‘vrijheid van meningsuiting’ kunnen definiëren
De middelbare school van Schoenmaker, CSG Comenius Mariënburg in Leeuwarden, loopt voorop met dit ‘taalgericht vakonderwijs’. De school is, met zestien andere, door de landelijke Kennistafel Effectief Leesonderwijs aangewezen als ‘inspiratieschool’.
Presenteren voor een volle klas is spannend, weet Schoenmaker. Maar hij probeert een veilige sfeer te creëren, waarin iedere leerling het woord durft te nemen. Yael (17), die vandaag als eerste een presentatie moet geven, zag daar tegenop, maar ze heeft zich grondig voorbereid. Haar nieuws gaat over de presentatoren van het online programma Roddelpraat, die worden vervolgd voor het vernederen en seksistisch bejegenen van twee vrouwen. De leerling legt uit wat ‘grondrechten’ inhouden en wat die te maken hebben met deze rechtszaak. Daarna vraagt ze of haar klasgenoten termen als ‘discriminatie’ en ‘vrijheid van meningsuiting’ kunnen definiëren. Ze leggen de begrippen uit in hun eigen woorden.
Tot slot legt Yael de klas een stelling voor: ‘De grenzen van satire moeten op het internet strenger worden aangepakt.’ Sommige leerlingen vinden de vervolging terecht, andere vinden dat de vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen. De docent stelt vragen, zodat de leerlingen hun mening goed verwoorden en onderbouwen. „Je mag vinden wat je vindt, als je het maar met respect vertelt”, zegt Schoenmaker.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07154643/081026BIN_2036955884_leesonderwijs1.jpg)
Docent maatschappijleer Adriaan Schoenmaker kondigt de ‘Watskeburt-presentatie’ aan van leerling Yael (17).
foto Alexandre MoreelsSlechte resultaten
Scholen moeten aan de slag met de kerndoelen: uiterlijk in 2031 moeten ze hun taal- en leesonderwijs hebben aangepast. Met als extra motivatie de lage scores van de leesonderzoeken, zoals het recente PISA-onderzoek, waarbij bleek dat bijna 40 procent van de Nederlandse vijftienjarigen onvoldoende geletterd van school dreigt te komen.
Op een ochtend in oktober bezoeken elf afgevaardigden van andere middelbare scholen Leeuwarden. Ze zijn taaldocent, coördinator taalbeleid, schoolleider of mediathecaris. De bijeenkomst wordt gehouden in de mediatheek, die op CSG Comenius ‘Leeslab’ heet. De ruimte is gevuld met boeken en leeshoeken. Via schermen kan de catalogus worden geraadpleegd. Achter de balie zitten drie medewerkers klaar om te helpen.
Carolien Barneveld, taalcoördinator en docent Nederlands, vertelt aan de groep hoe ze CSG Comenius vijf jaar geleden aantrof: „De school was net door de Inspectie als ‘zeer zwak’ beoordeeld. Tijdens mijn sollicitatie werd mij gevraagd hoe ik ze van dit stempel af kon helpen.” Met hulp van de Inspectie werd een plan opgesteld, om leerlingen meer aan het lezen te krijgen en beter zicht te krijgen op hun taalontwikkeling en mogelijke achterstanden.
Barneveld schreef onlangs een nieuwe versie. „Een van onze belangrijkste doelen is lezen zicht- en hoorbaar maken”, zegt ze. Overal in het gebouw werden daartoe teksten aangebracht die prikkelen tot lezen, blijkt wanneer de gasten worden rondgeleid. Bij een van de trappen werden de treden bekleed met citaten uit boeken, bij een andere trap zien ze eruit als boekruggen. Op een muur hangt een ‘Bookflix’-affiche, met foto’s van kaften in plaats van filmposters.
„Zo kunnen leerlingen zien welke boeken nieuw zijn in de mediatheek, wat eraan komt en wat nu populair is”, legt mediathecaris Sytske de Jager uit. Ze schat dat de school, met 1.100 leerlingen, beschikt over zo’n veertigduizend boeken. Die staan ook in vaklokalen. Er wordt veel gelezen in de klas, de school heeft boekenclubs, leesprojecten en gastlessen van schrijvers. De rondleiding eindigt in de toiletten. „Dit zijn onze leesplees”, zegt De Jager. Op de binnenkant van de hokjes hangen fragmenten uit romans.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07154711/081026BIN_2036955884_leesonderwijs2.jpg)
Een trap in CSG Comenius Mariënburg is zo beplakt dat die op een stapel boeken lijkt.
Foto Alexandre Moreels/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07154810/081026BIN_2036955884_leesonderwijs5.jpg)
Op deze poster van ‘Bookflix’ kunnen leerlingen zien welke boeken er nieuw zijn in het Leeslab, welke eraan komen, wat populair is en welke boeken de mediathecarissen aanbevelen.
Foto Alexandre Moreels/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/07154744/081026BIN_2036955884_leesonderwijs4.jpg)
De mediatheek van CSG Comenius Mariënburg heet ‘Leeslab’.
Foto Alexandre MoreelsRijke teksten
Terug in het Leeslab neemt Barneveld weer het woord, om te vertellen over het taalgericht vakonderwijs. „Er moet in de les veel gepraat worden, er moet veel geschreven worden, dat geeft de docent ook een beeld van de taalvaardigheid van een leerling”, zegt ze. „Als docent kun je vragen stellen, zodat leerlingen hardop moeten denken. Het leerproces wordt daardoor zichtbaar en hoorbaar voor docenten.”
Daarnaast wil de school dat er op den duur bij elk vak ‘rijke teksten’ worden gebruikt. Barneveld legt uit wat daarmee wordt bedoeld: „Authentieke literaire of zakelijke teksten, dus geen oefenteksten die speciaal voor het onderwijs zijn gemaakt.” Zulke teksten moeten de woordenschat van leerlingen uitbreiden, nieuwe kennis bevatten, motiveren om verder te lezen en zorgen voor reflectie en interactie in de klas. „Als docent moet je zulke teksten niet mijden, maar leerlingen helpen ze te lezen”, zegt Barneveld.
Een doel is dat leerlingen zich leren uitdrukken in de vaktaal die hoort bij een vakgebied
Een ander doel is dat leerlingen zich leren uitdrukken in de vaktaal die hoort bij een vakgebied. Bij geschiedenis kan de docent bijvoorbeeld uitleggen wat een historische analyse is en hoe je die schrijft, bij scheikunde moeten leerlingen termen kennen als ‘petrischaaltje’ en ‘maatkolf’. Ook is het belangrijk dat leerlingen weten wat er verwacht wordt als ze bij een toets iets moeten ‘benoemen’, ‘beschrijven’ of ‘beargumenteren’. Omdat niet elke leerling die termen kent, heeft de school een woordenlijst gemaakt.
Is het niet moeilijk om tieners, die zich soms snel generen, in de klas aan het praten te krijgen, willen de bezoekende docenten weten. „Wij husselen alle leerlingen door elkaar, jongens, meiden, bij elke les zitten ze op een andere plek”, zegt Barneveld. „Het idee is dat we subgroepjes doorbreken en dat ze elkaar allemaal leren kennen. We merken dat de veiligheid in klassen daardoor groter is.”
‘Kleine aanpassing van je didactiek’
De bezoekende docenten vinden haar verhaal inspirerend, maar vragen zich wel af hoe ze hun collega’s kunnen doordringen van het nut van taalgericht vakonderwijs. Sommige vakdocenten zijn onzeker over hun eigen taalvaardigheid, weten ze. En als de leerresultaten op school al goed zijn, kan het moeilijk zijn het lerarenteam te overtuigen van de noodzaak om iets te veranderen.
„Dit vraagt om professionalisering van jullie collega’s”, zegt Barneveld. Op CSG Comenius Mariënburg zijn ook nog niet alle vakdocenten ermee aan de slag gegaan. De docenten van geschiedenis, maatschappijleer en aardrijkskunde proberen het als eerste uit, met hulp van de docenten Nederlands. Ze gaan kijken bij elkaars lessen, om van elkaar te leren en feedback te geven. „We moeten het niet al te groot maken”, zegt Barneveld. „Een kleine aanpassing van je didactiek kan er al voor zorgen dat leerlingen meer aan het woord komen in de les. Dat hoeft niet heel veel voorbereiding te kosten.”
Of het taalbeleid op CSG Comenius Mariënburg al leidt tot betere leerresultaten, kan Barneveld nog niet zeggen. „We zijn nog niet zo lang aan de slag met het taalgericht vakonderwijs”, zegt ze, „maar we hebben er veel vertrouwen in dat dit gaat helpen.” Ook de Inspectie van het Onderwijs is tevreden: de school heeft sinds 2023 weer een positieve beoordeling.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.