Home   2026-10-22 19:56:51

←

Als je sla wilt ontwikkelen die tegen hitte kan, kunnen slakken het je behoorlijk lastig maken

Original article

Terug naar de krant

Als kind had Esther van den Bergh een eigen stukje tuin onder haar hoede. „Een vierkante meter, meer was het niet, maar ik mocht er van mijn ouders zaaien wat ik maar wilde. Ook in de schooltuin die we met de klas onderhielden hield ik ervan om dingen te laten groeien. Ik vond het zo fascinerend hoe je start met iets kleins en hoe er dan uit dat zaadje iets eetbaars tevoorschijn kan komen… En ik voelde echt de verantwoordelijkheid: dit is mijn oogst, dit is mijn opbrengst.”

Of er sla stond? „Dat kan ik me niet meer herinneren.” Toch is juist dát het gewas dat ze de afgelopen jaren veelvuldig in handen heeft gehad. In juli jongstleden promoveerde ze aan de Universiteit Utrecht op onderzoek dat ze uitvoerde binnen het LettuceKnow-consortium – een samenwerkingsverband van universiteit en bedrijven dat zich richt op het toekomstbestendig maken van sla.

Zelf bestudeerde ze het effect van licht en temperatuur op het doorschieten van sla. Of, in andere woorden: hoe kunnen we sla beter bestand maken tegen opwarming? „Hogere temperaturen zorgen voor gestreste slaplanten, die daarop zo snel mogelijk hun stengel willen verlengen om vervolgens bloemen en zaden te maken en zo de voortplanting veilig te stellen.” Een doorgeschoten slaplant krijgt vaak de vorm van een mini-kerstboom, met kleine gele bloemen erop. „En ze kunnen ook groot worden. Ik ben 1,77 meter, en sommige slaplanten in mijn onderzoek werden uiteindelijk groter dan ik. Best indrukwekkend.”

Maar dat doorschieten beïnvloedt de smaak: slabladeren worden er bitter door. „Nog wel eetbaar, maar minder lekker en dus minder goed verkoopbaar.” In principe hóéft sla niet in de open lucht te groeien: het kan ook gekweekt worden in klimaatgereguleerde kamers. „Maar een nadeel van zulke verticale landbouw is dat er weinig ruimte is en de planten dus dicht op elkaar groeien. En wat gaan ze dan doen? Hun stengel extra snel verlengen, om op zoek te gaan naar het licht… Daar schiet je dus niets mee op. Niemand eet slastengels.”

Van ijsbergsla tot eikenbladsla

Allereerst wilde Van den Bergh weten welke soorten sla het meest en het minst gevoelig zijn voor doorschieting. Op een akker in Limburg liet ze met collega’s van de Universiteit Leiden 400 slavarianten groeien, van ijsbergsla tot eikenbladsla. „Tweehonderd commerciële en tweehonderd wilde varianten. Die laatste groeien gewoon op straat, ook in Nederland, en kun je in theorie wel eten, maar ze zijn bitter en hebben stekels.” Makkelijk was het onderzoek niet: vaak werden de planten belaagd door slakken. „En sowieso groeit sla een stuk trager in het veld dan in een kas.”

Van alle planten noteerde ze hoe gauw ze doorschoten, en vervolgens onderwierp ze de snelste en de traagste varianten aan vervolgonderzoek in het lab. Dat combineerde ze met dna-onderzoek. „Ik heb moleculaire levenswetenschappen gestudeerd en ben altijd heel erg geïnteresseerd geweest in genetica. Tijdens mijn studie heb ik al stageonderzoek naar schimmels gedaan, waarbij we genen wegknipten met behulp van crispr-cas om te zien of ze dan nog paddenstoelen zouden produceren.”

Datzelfde moleculaire ‘schaartje’ paste ze ook toe bij de slaplanten. „Zo konden we verschillende dna-fragmenten aanwijzen die altijd aanwezig waren bij vroeg strekkende exemplaren.” In een ander experiment werden de planten in een ‘klimaatregulatiekamer’ geplaatst. „Daarin kun je de temperatuur en de uren nagebootst daglicht reguleren. Zo konden we zien welke delen van het dna actief waren tijdens het doorschieten.” Van den Bergh ontdekte bovendien dat zowel een lichtreceptor als een plantengroeihormoon bepalend zijn voor het verlengen van de stengels bij jonge planten.

Modelplant zonder kropvorming

Veel plantenonderzoek wordt uitgevoerd met zandraket, Arabidopsis thaliana – een ‘modelplant’ die veel makkelijker is om te kweken en die óók kan doorschieten. „Over die plant is al veel meer bekend, maar de mechanismen die daar gelden zijn niet een op een te vertalen naar sla, alleen al omdat er geen kropvorming optreedt. Daarom is het echt belangrijk dat we ons op sla hebben gefocust.”

Toch leiden de bevindingen nog niet direct tot een nieuw type klimaatbestendige sla in de supermarkt, benadrukt ze. „Daar kunnen met gemak nog wel tien jaar onderzoek overheen gaan.” Het LettuceKnow-consortium is ontbonden – de NWO-financiering was op – maar de hoop is dat er in de toekomst nog wel een vervolgproject komt. Tot die tijd vindt Van den Bergh het wel prettig dat ze zich even níét met sla hoeft bezig te houden.

„Ik koop het heus nog wel voor in salades, ik kan werk en privé wat dat betreft goed gescheiden houden – al hebben mijn kamerplanten wel onder mijn onderzoek geleden, want vaak had ik na een lange dag planten bewateren in het lab weinig puf om thuis óók nog een rondje met de gieter te lopen. Maar het is niet zo dat ik een sla-fan in hart en nieren ben. Toen ik begon aan mijn promotietraject wilde ik vooral toegepast onderzoek doen, gericht op het verbeteren van de voedselzekerheid. Dat vind ik belangrijk, dat ik met mijn werk daaraan een steentje kan bijdragen. Maar het hadden voor mijn part ook tomaten, aardappels of bananen mogen zijn. Tijdens mijn promotie ben ik bevriend geraakt met een collega die promoveerde op spinazie. Het was wel fijn om af en toe met elkaar te kletsen als we ons eigen gewas even zat waren.”

Toch heeft ze meer respect gekregen voor sla: „Ik besef nu hoeveel onderzoek eraan voorafgaat voor je zo’n krop in je handen houdt. En ik heb ontzettend veel bijgeleerd – alleen al dat sla nauwer verwant is aan de paardebloem dan aan rucola. Tijdens de verdediging van mijn proefschrift heb ik ook een quiz gedaan met het publiek, waarin ik veelvoorkomende misstanden over sla voorbij liet komen. Rucola wordt weliswaar soms raketsla genoemd, maar onthoud: het is echt een kruid, géén sla.”

Wie is Esther van den Bergh?

Geboortejaar
1996
Opgegroeid in
Groningen
Woont nu
In Utrecht, op de Uithof. „Ik kom vaak in de botanische tuin, ik heb er tijdens mijn promotie ook publieksvoorlichting over sla gegeven.”
Sport
„Van alles – zwemmen, racefietsen, voetballen, hardlopen… Eerder dit jaar had ik me voor het eerst ingeschreven voor een marathon, in Apeldoorn. Die ging niet door vanwege de hitte. Toen ben ik een paar dagen later maar zelf een marathon gaan lopen. Onderweg liepen er afwisselend wat vrienden mee.”
Favoriete sla
„Voor in de salade maakt het me niet uit, ik koop vaak romainesla. Van de slaplanten uit mijn onderzoek mocht ik niet eten, maar ik kon wel van de esthetische variatie genieten: in het veld stonden er prachtige varianten, gespikkeld rood of met een eikenbladvorm.”



Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.