Hans Glaubitz (1947-2026), ambassadeur die niet in de mal van Buitenlandse Zaken paste
Twintig jaar geleden kwam Hans Glaubitz in de krant op een manier die hij juist had willen voorkomen. „Ambassadeur weg na homohaat”, stond er boven een artikel in NRC Handelsblad waarin het voortijdige vertrek van Glaubitz als Nederlands ambassadeur in Estland werd gemeld. Hij zat er pas een jaar maar kon niet langer tegen de verwensingen en pesterijen aan het adres van hem en zijn Cubaanse echtgenoot Raul Garcia Lau. „De maatschappij is nog lang niet toe aan twee heren, vooral niet als er eentje zwart is”, schreef hij in de periodieke nieuwsbrief aan vrienden waarin hij zijn vertrek aankondigde. Maar het was, zegt zijn halfbroer Hein, in het geheel niet de bedoeling dat de kwestie in de publiciteit zou komen. Ophef, daar was Hans niet van. Bovendien, zoals hij in zijn brief schreef, viel de Estse overheid niets te verwijten. Op officieel niveau waren hij en zijn partner steeds goed behandeld.
Het was het leven buiten de muren van de ambassade in hoofdstad Tallinn waar hij niet langer tegen kon. „Het is niet fijn om op straat regelmatig door dronken skinheads te worden uitgescholden en onophoudelijk door iedereen te worden aangegaapt alsof je zojuist uit een UFO bent gestapt”, schreef Glaubitz. Hij vroeg overplaatsing aan en werd door het ministerie van Buitenlands Zaken aangesteld als consul-generaal in het Canadese Montreal.
Een homostel in de diplomatieke dienst. Het was voor de oude garde op het departement even wennen. Er klonken argumenten als extra veiligheidsrisico, chantabel. „Buitenlandse Zaken was op dit punt een bolwerk van conservatisme”, zegt oud- en inmiddels gepensioneerd collega Richard van Rijssen. „Er waren natuurlijk wel ambassadeurs met een mannelijke partner maar die heette dan secretaris.”
Geen rolmodel
Glaubitz zelf deed er laconiek over, wilde vooral geen rolmodel zijn en deed de gefronste wenkbrauwen die hij tegenkwam af met een bon mot. Na zijn benoeming in 2001 als consul-generaal in het Braziliaanse São Paulo sprak bij op een kennismakingsreceptie leden van de Nederlandse gemeenschap toe met de woorden: „U kunt beter snel wennen aan het feit dat u de komende vier jaar te maken zult hebben met een fatsoenlijk paar dat man en man is.” Het betekende dat toen koningin Beatrix samen met Willem-Alexander en prinses Máxima in 2003 als onderdeel van haar staatsbezoek aan Brazilië de stad bezocht, Glaubitz’ partner Raul zich conform het protocol ontfermde over het kroonprinselijk stel voor het partnerprogramma.
Een homostel in de diplomatieke dienst. Het was voor de oude garde even wennen. Er klonken argumenten als extra veiligheidsrisico, chantabel
Journalist David Beresford noemde deze gebeurtenis in 2003 in een online column voor de Britse krant The Guardian. Hij kende het stel uit het Zuid-Afrikaanse Pretoria waar Glaubitz in 1997 was benoemd als cultureel attaché. In dezelfde bijdrage refereerde hij aan de koele ontvangst die Hans en Raul in Pretoria hadden gekregen. Een homostel en dan ook nog met verschillende huidskleur; dat was voor een land dat recent afscheid had genomen van de apartheidspolitiek toch wel een provocatie.
Glaubitz overleed op 5 september, kort nadat hij was getroffen door een beroerte. Een begrafenis is er niet geweest, wel een herdenkingsbijeenkomst voor vrienden en bekenden in het Amsterdamse etablissement De Jaren. Zijn lichaam schonk hij aan de wetenschap. Een lichaam dat ongetwijfeld sporen vertoonde van een soms bourgondisch leven. Want een goede maaltijd met een bijpassend glas wist hij zeker te waarderen. „Hans was een goede gastheer”, zegt zijn halfbroer Hein veelbetekenend. Oesters en kreeften werden in het buitenland van verre aangerukt, weten anderen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/02110207/091026WEE_2037157088_glaubitz4.jpg)
Circa 1973.
Foto privéarchiefVroegere collega’s kennen hem als origineel, scherpzinnig, nieuwsgierig, een beetje nerdy, bedachtzaam, bevlogen, humoristisch. Niet als eerste om zijn mening te ventileren, veel eerder een observator. „Geen typische BZ-man met een groot ego”, aldus Marion Kappeyne die in de jaren negentig op het ministerie veel met hem samenwerkte. Of in de woorden van diplomaat Richard van Rijssen: „Hij had zijn eigen opvattingen tegenover het soms buitengewoon sjabloonachtige denken van zijn meerderen.” Glaubitz’ mantra: „We worden niet betaald om dom te zijn, maar om onze hersenen te gebruiken.”
Hij heeft zichzelf met die soevereine houding in de weg gezeten, vermoedt Van Rijssen. Benoemingen in de grote steden binnen het ongeveer honderdvijftig posten tellende diplomatieke netwerk gingen aan hem voorbij. Maar er bleef genoeg over. Zijn bijna 35-jarige loopbaan bracht hem over de hele wereld. Als ‘gewoon’ ambtenaar begon Glaubitz in de jaren zeventig in Den Haag op de Directie Economische Samenwerking van het ministerie waar hij werd belast met internationale milieuzaken.
Cuba als Hof van Eden
Dit werk had weinig te maken met de landen in Midden- en Oost-Europa waarvoor hij tijdens zijn studie geschiedenis in Leiden zo’n bijzondere belangstelling ontwikkelde. De kiem daarvoor was op klassieke wijze gelegd door een leraar Duits op het gymnasium in Rotterdam die zo begeesterd kon vertellen over de boeken van Heinrich Böll. Op de universiteit leidde deze fascinatie tot een scriptie over het Habsburgse Rijk, in het bijzonder het Oostenrijks bestuur over Galicië in Zuidoost-Polen. „Toch niet het meest opwindende onderwerp”, zegt jaarclubgenoot en vriend Geert Jan Lekkerkerker, die later nog veel reizen met Glaubitz door Oost-Europa zou maken.
Hoewel zijn interesse bij Oost-Europa lag, was in 1983 zijn eerste buitenlandse ‘plaatsing’ Cuba, waar hij kwam te werken onder de legendarische ambassadeur Coen Stork. Ook iemand die met zijn onconventionele gedrag niet in de mal van Buitenlandse Zakenpaste. Het werd het begin van een langdurige vriendschap. Glaubitz droeg zijn in 2019 uitgekomen boek Vervaagde Grenzen met daarin een even informatieve als kleurrijke beschrijving van zijn belevenissen als diplomaat, op aan de twee jaar daarvoor overleden Stork.
In dit boek noemt hij Havana de interessantste post uit zijn loopbaan. Hij ontmoette er zijn partner Raul, maar het zal ook te maken hebben gehad met zijn overgang van een in zijn woorden „krakkemikkig huisje” in de Leidse binnenstad naar een riant onderkomen in Havana met zeven badkamers, acht wc’s, zwembad, twee garages en drie man personeel. „Ik heb inderdaad iedere minuut genoten van deze Hof van Eden”, schreef Glaubitz.
De andere kant van het diplomatenbestaan leerde hij in 1996 kennen toen hij als tijdelijk zaakgelastigde in Bosnië samen met minister Jan Pronk (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) de moslimenclave Srebrenica bezocht. „Het bezoek aan de killing fields staat nog steeds op mijn netvlies als de meest aangrijpende ervaring ooit in mijn bijna 35 jaar in dienst van Buitenlandse Zaken”, noteerde hij in Vervaagde Grenzen.
Hans Glaubitz hield van schrijven en kon dat ook uitstekend. Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Van Oorschot De sigarenkoker van dr. Kordt waarin hij de betrokkenheid van twee Duitse diplomaten bij een samenzwering tegen het nazibewind minutieus beschrijft. Hij was bezig aan een nieuw boek. Dat zou vooral gaan over het leven met zijn grote liefde Raul, maar hij heeft het niet meer kunnen afmaken.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.