Daar gaat Mollema, een van de kleurrijkste bladeren, op de vleugels van de westenwind
De westenwind blies hem naar school. Elf kilometer rechtdoor, over een kaal fietspad langs de provinciale weg tussen Zuidhorn en Groningen. Soms was de lucht strakblauw, soms loodgrijs, soms striemde de regen boven het vlakke land. Het mooist waren de dagen met schepen van wolken aan het zwerk. Eindeloze vergezichten. Nooit waaide het niet.
Echt fietsen leerde Bauke Mollema op de terugweg, denk ik. Na een lange dag stilzitten in de klas trok hij zijn oren tussen zijn schouders, maakte zich klein op een ligstuur, en boorde tegen de wind in. Zijn benen maalden, zijn hele lichaam wiegde bij elke pedaalslag van links naar rechts. Een tred die er nooit meer uitsleet.
Met een rode neus van de kou bracht hij kranten rond, nog voor hij naar school ging. Van het verdiende geld kocht hij een oude racefiets, voor lange tochten door de Ommelanden, het weidse land, veel kleurrijker en gevarieerder dan het lijkt als je goed kijkt. Harder probeerde hij te fietsen, nog harder. De wind zijn tegenstander, zijn berg voor hij de bergen ontdekte.
Met een onderbroek onder een veel te wijde koersbroek meldde hij zich bij een wielervereniging in het noorden, luidt het verhaal. Of hij wielrenner kon worden. De rest is geschiedenis. Hij werd wielrenner, twee decennia deed hij niets anders dan koersen. Hij reed drieëntwintig grote rondes. Won een etappe in de Vuelta, twee Touretappes, en deed lange tijd gooien naar het algemeen klassement.
Wat is toch de magie van draaiende pedalen, dat het je zo grijpt dat het misschien wel nooit meer stopt? De repeterende beweging is verslavend, zoveel is zeker. Hoe ver heeft Bauke Mollema gefietst? Zeventien keer de wereld rond? Tot de maan en terug? Dat is wel hoeveel hij van fietsen houdt. Anders hou je het niet zo lang vol.
Hoe beslis je wanneer je stopt als wedstrijdrenner, als het peloton twintig jaar lang je thuis is geweest? Als een boom in de zomerwind, als bladeren die dansen, zo dicht op elkaar dat ze elkaar soms raken, als je dat gewend bent: hoe laat je dat los?
Van achteruit het groepje favorieten had hij zijn oren tussen zijn schouders getrokken, hij had zich klein gemaakt. Toen hij demarreerde, reageerde niemand
Als het ergens moet, dan in de grootste wedstrijd die hij ooit won. De Ronde van Lombardije, de koers van de vallende bladeren, het afscheid van het wielerseizoen. Een monument. Bijna stiekem ging hij er vandoor toen, in 2019, achttien kilometer voor de meet. Van achteruit het groepje favorieten had hij zijn oren tussen zijn schouders getrokken, hij had zich klein gemaakt. Toen hij demarreerde, reageerde niemand.
De zon speelde tussen de kleurende bladeren, maakte vlekken op het asfalt. Ik denk niet dat hij het zag, maar hij herinnert het zich sindsdien elk jaar vanwege dat gekke fenomeen in koers: je hebt toch alles waargenomen. De gezichten van de mensen langs de kant, hun open monden in de vorm van „Bauke”, de prachtige gebouwen in Como, het rode hoedje van zijn moeder die stond te springen in de laatste bocht. Solo zegevierde hij, zijn armen wijd en het gezicht omhoog.
Zaterdag is hij daar voor het allerlaatst, in die koers vol herinneringen, en in het peloton. De zon schittert net als zeven jaar geleden in het water van het Comomeer, denk ik, als de finishlijn hem als een draadje van de boom snijdt. Daar gaat-ie, een van de kleurrijkste bladeren, op de vleugels van de westenwind.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.