Ook neanderthalers deden aan houtbewerking. Dat blijkt uit zeldzame resten die zijn gevonden in de buurt van Barcelona
Een knap gemaakte knuppel, een driepoot, speren, een soort tentstok, bakjes van bast: in de rotsoverhang van Abric Romaní bij Barcelona zijn in totaal 25 houten gebruiksvoorwerpen van neanderthalers gevonden, tussen de 62.000 en 40.000 jaar oud. Dat is bijzonder omdat houten gebruiksvoorwerpen nauwelijks worden teruggevonden, terwijl hout wel degelijk een belangrijk materiaal moet zijn geweest voor prehistorische mensen, zo schrijven Spaanse archeologen onder leiding van Palmira Saladié en Josep Vallverdu (beide van het Catalaans Instituut voor Paleoecologie en Sociale Evolutie, Tarragona) deze week in Science Advances.
Er zijn in de dikke kalklagen van Abric Romaní ook veel onbewerkte stukken brandhout gevonden, waaronder een tak van zeven meter lang, en ook veel houtsnippers, een duidelijke aanwijzing voor houtbewerking ter plaatse.
Het hout is op een bijzondere manier bewaard gebleven in de dikke lagen kalksteen (travertijn) die ontstonden door de regelmatige overstromingen met sterk kalkhoudend water. Behalve de bakjes zijn alle voorwerpen bewaard gebleven als soms zeer gedetailleerde afdrukken in holtes in de kalksteen die achterbleven nadat het ingesloten hout zelf allang verteerd was. De bakjes waren flink verbrand en verteerden daarom niet in hun gevangenschap in de kalksteen.
Andere zeldzame aanwijzingen voor het gebruik van hout in de prehistorie zijn sporen van houtbewerking op stenen werktuigen tot twee miljoen jaar oud, maar ook bijvoorbeeld 300.000 jaar oude speren uit een moeras in Duitsland, een 500.000 jaar oude houten constructie in de Zambiaanse Kalambowatervallen en 170.000 jaar oude graaf- en werpstokken uit Toscane. Maar nergens zijn de houten voorwerpen zo gevarieerd als in de vondsten in de Abric Romaní-overhang.
Opmerkelijk zijn de sporen van wat een soort driepoot moet zijn geweest van stokken tot 170 cm lang, die over de resten van een vuur heen lagen. De archeologen zien er een driepoot in, met waarschijnlijk een functie bij de voedselbereiding, aldus de archeologen. Diep in de overhang, in het meest beschutte gedeelte, ontdekten de archeologen het spoor van een 510 cm lange stok, aan een kant 6 cm doorsnee en aan het andere uiteinde 3. Op die plek werden ook resten van vijf vuren gevonden, met een centraal vuur met de andere vier in een soort boog eromheen. Verder waren daar weinig archeologische resten. Misschien vormde de plek een nachtverblijf en had de lange stok een functie in een windscherm of in een tentachtige hut.
Wat de archeologen het meest verraste was het spoor van wat een knuppel moet zijn geweest: een stuk hout met een 16 cm lang handvat (ruim 4 cm doorsnee) en een enigszins gepunt veel breder bovenstuk van ruim 16 cm en ruim 6 cm dik. Het ding vertoont allerlei kenmerken van geavanceerde bewerking, zoals een hoek van 90 graden in de overgang van het handvat naar het bovenstuk. Ook de puntige afwerking aan de top is zorgvuldig gedaan, met „een opvallend niveau van conceptuele planning en technische aandacht” zoals archeologen dat dan zeggen. De knuppel lijkt hen ook wel geschikt voor het doden van middelgrote tot grote dieren zoals herten en paarden, in een confrontatie op kleine afstand. Ook werden in de Abric sporen van speren, graafstokken en houten priemen gevonden.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.