Jeugdtheater in de herfstvakantie: poepetende kinderen en een groot kiekeboespel
Kinderen die poep eten
Kijk-cij-fers! Dat is waar het allemaal om draait! Als het aan omroepbaas John ligt, tenminste. Met gebalde vuist staat het personage te bulderen in zijn bordkartonnen kantoor, een verdieping boven de kartonnen tv-set waar talkshowhosts Marco en Liesbeth (Patrick Duijtshoff en Judith van den Berg) hun stinkende best doen de kartonnen kijkcijfermeter een graadje omhoog te krikken. Het doet er niet toe of het interessant is, roept de baas vanachter zijn kartonnen snor, het hoeft niet eens wáár te zijn. Als het maar kijkers oplevert.
Bij de hand genomen door publieksbegeleider Frieda (een heel lieve rol door Imke Smit) ondervindt het jonge publiek in Alle kinderen stinken aan den lijve hoe makkelijk nepnieuws zich verspreidt, en hoe moeilijk het is om je ertegen te verweren. De crisis die hier in het leven wordt geroepen om kijkers aan de buis te kluisteren: alle kinderen stinken. Naar poep. Hoezo? Ze éten poep. Allemaal.
Het protest in de zaal is weldadig. Deze kinderen laten zich niet framen. Ook niet als ze al poep-etend worden vastgelegd. Zij weten allang: niet alles wat volwassenen zeggen, is waar.
Halverwege zakt de voorstelling wat in. Woordgrapjes zijn soms wat dubieus. Het verzonnen nieuws over de stank een ‘stinkstofprobleem’ noemen bijvoorbeeld. En wordt via die leugenachtige AI-wetenschapper nou wantrouwen jegens wetenschappers aangemoedigd?
Nou ja, zelf nadenken is in ieder geval het devies. En boze bazen, die moeten weg. Eén ding is zeker: de jingle van deze tv-show blijft de rest van de vakantie door je hoofd galmen.
Shira Keller
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/09115551/111026CUL_2037195381_dragend.jpg)
Een beeld uit jeugddansvoorstelling Uit de doeken.
Foto Loet KoremanDrie dansers die dollen met doeken
Verschijnen en verdwijnen. Verzuipen en weer bovenkomen. Inwikkelen en uitrollen. De nieuwe voorstelling van jeugddansgezelschap De Stilte, Uit de doeken, is een groot spel met een enorme lap stof die allerlei vormen kan aannemen: tent, golvende zee, dekentje. Choreografen Gertien Bergstra en Femke Somerwil creëerden voor een 4-pluspubliek een soort groot kiekeboespel, waarin de drie dansers (Evi de Boeck, Pilvi Kuronen en Gianmarco Stefanelli) de ludieke mogelijkheden van de doeken beproeven. Nummer één: jezelf erachter verstoppen, helemaal of gedeeltelijk. Als De Boeck het bal opent, begint het doek achter haar geheimzinnig te bewegen: daar zit iemand, of iets, achter!
Je kunt er natuurlijk ook onder, of in. De danstaal blijft simpel, met grote, heldere bewegingen en zwenkingen en gerollebol over de vloer. Soms draagt Stefanelli de vrouwen op zijn schouder of zwiert hen rond op de ritmische muziek.
Het aardigst is het deel waarin de doeken in verschillende blauwtinten van links naar rechts over het toneel golven, waardoor het lijkt of de dansers hun hoofd boven water proberen te houden in een woeste zee. Of hun bovenlichamen tot bogen vormen, als vliegende vissen boven het water. Het schimmenspel van Kuronen en De Boeck in hun tentje zou veel scherper kunnen, maar hun abrupt uit de tentopening gestoken hoofden wekken telkens de lachlust van het jonge publiek.
Wat dit alles met de, zeker voor vierplussers, lichtelijk hoogdravende programmatekst te maken heeft – „Kun je nog trouw blijven aan wie je bent in een wereld waar iedereen en alles om aandacht vraagt? Of raak je ervan in de knoop?” – wordt niet echt uit de doeken gedaan, maar dat zal het jonge publiek een zorg zijn. Met kreetjes en nu en dan een borrelende lach getuigen zij van hun waardering. Trouw aan zichzelf. Dus toch.
Francine van der Wiel
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.