Steeds hoger stijgt het water rond Marken. Dan komt het telefoontje: de dijk lekt
„Klein is het plekje te midden der zee / Laag zijn de dijkjes en smal is de ree…”
Als Jaap Boes het volle dorpshuis binnenstapt hebben Bessie en Bap net het Marker volkslied gezongen. Het duo blikt terug op het afgelopen jaar, twee mannen verkleed als opa en oma, compleet met vlechten, witte kap en kleurrijk geborduurd schort van de traditionele Marker klederdracht. Wat afwijkt dit jaar, ziet Boes, zijn de groene kaplaarzen onder de rok en pofbroek. Vanwege het uitzonderlijk hoge water dat buiten tegen de dijken klotst.
Boes is een fitte zestiger, een geboren en getogen Marker. Op deze zesde januari 2024 komt hij net uit de snijdende kou. Hij was de dijk aan het controleren. Zodra hij de nieuwjaarsreceptie in Het Trefpunt binnenstapt, klampen bewoners hem aan. Moeten ze hun schapen van het eiland halen? Moeten ze hun spullen naar zolder brengen?
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111139/091026WEE_2033009395_12.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111106/091026WEE_2033009395_10.jpg)
Jaap Boes, geboren en getogen in Marken, weet alles over hoe het schiereiland omgaat met het water.
Foto Fenna JensmaBoes probeert ze gerust te stellen: de dijken zullen het wel houden. Al twijfelt hij daar zelf ook aan.
Terwijl anderen nog gezellig een biertje nemen, knijpt Boes’ vrouw Adinda Dorland ertussenuit. Thuis laat ze het bad vollopen – drinkwater voor als de dijk doorbreekt. Ze brengt wat eten naar boven, en een zaklamp, batterijen, warme jassen. Kritisch kijkt ze daarna de woonkamer rond. Alles wat op ooghoogte en lager hangt, foto’s, geliefde houtsnijwerken, gaat ook naar boven.
In de dagen die volgen zal Boes het water rond Marken tot recordhoogten zien stijgen. Terwijl het peil omhoog kruipt, groeit bij de Markers het gevoel dat ze er alleen voor staan. De communicatie tussen de verschillende instanties die Nederland tegen het water moeten beschermen, zoals het hoogheemraadschap, Rijkswaterstaat, de gemeente en de veiligheidsregio en de bewoners, loopt spaak.
Donderdag 4 januari 2024NAP + 30 centimeter
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05135320/091026WEE_2033009395_25.jpg)
Jaap Boes, voormalig lid van de Werkgroep Dijkversterking Marken.
Foto Fenna JensmaTwee dagen voor de nieuwjaarsreceptie leest Jaap Boes de krant in de twee-onder-een-kapwoning waar hij al 59 jaar woont. Het is kerstvakantie voor het afdelingshoofd van het ingenieursbureau van de gemeente Zaanstad. Binnenkort wil hij het na zeventien jaar daar rustiger aan gaan doen: de gemeentelijke politiek roept. Al zijn leven lang zet Boes zich in voor Marken. Een speeltuin, gedenkmonument, jongerenwoningen; je struikelt op het kleine eiland over dingen die er mede dankzij hem zijn.
Rond 16.00 uur gaat de telefoon. Het is Pieter Jan Teerhuis (36), de postcommandant van de brandweer op Marken en vroeger kind aan huis bij Boes. Of Boes de veiligheidsregio en de gemeente kan adviseren over het water dat hoog tegen de dijken staat. Als voormalig lid van de Werkgroep Dijkversterking Marken kent Boes de dijken als geen ander. Hij springt meteen op zijn fiets.
Marken heeft geleerd te leven met het water. Eeuwenlang was het een klein eiland in de Zuiderzee. Huizen werden op palen en werven gebouwd, een overstroming op z’n tijd hoorde erbij. De watersnood van 1916, waarbij zestien inwoners omkwamen, staat in het collectieve geheugen gegrift. Bordjes met: „In 1916 kwam het water tot HIER!” hangen op buitenmuren door het dorp.
Met de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 werd de Zuiderzee getemd. Het zoute water werd langzaam zoet, het getij was in één klap weg. Sinds 1957 verbindt een dijk Marken met het vasteland van Noord-Holland. Watersnoodrampen leken tot het verleden te behoren. Maar de angst verdween nooit helemaal.
Op deze januaridag staat het water overal in Nederland hoog. Het land is verzadigd na maandenlang veel regen: het najaar van 2023 was de op een na natste herfst sinds het begin van de KNMI-metingen in 1905. Ook het IJsselmeer bleef stijgen, net als het Markermeer. Na storm Pia van eind december en storm Henk op 2 januari zijn buitendijkse gebieden in Volendam, Monnickendam en Hoorn ondergelopen. De vrijwillige brandweer van Marken hielp met het sjouwen van zandzakken in Monnickendam. Over het schiereiland maakten de brandweerlieden zich niet druk; het water stond niet verontrustend hoog.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111009/091026WEE_2033009395_8.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111431/091026WEE_2033009395_19.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111502/091026WEE_2033009395_20.jpg)
De watersnood van 1916, waarbij zestien inwoners omkwamen, staat in Marken in het collectieve geheugen gegrift.
Foto Fenna JensmaDaar denkt het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) anders over. In een bijeenkomst deze donderdag wordt Marken het eerst genoemd. De waterstand kan hoger worden dan waar de dijken op berekend zijn. Ze zijn verbaasd dat Rijkswaterstaat geen inspecties doet en nemen contact op met Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio. Nog diezelfde middag wordt Boes gebeld.
In de Waterkamer in Lelystad komt die dag ook de LCO bij elkaar: de Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging. Voorzitter Harold van Waveren, topadviseur waterveiligheid bij Rijkswaterstaat, heeft piketdienst. Hij laat zijn team Rijkswaterstaat Noord-Holland waarschuwen om extra alert te zijn bij de dijk van Marken. Het is de enige plek waarvoor die dag wordt gebeld.
Het IJsselmeergebied is de grootste zoetwaterbuffer van Nederland, een derde van het land is ervan afhankelijk
Nederland Waterland heeft het water onder controle. Met dijken, dammen, kanalen en gemalen zetten we het water naar onze hand. In het hart van een grote, witte kantoorkolos in Lelystad bevindt zich het hoofdkwartier van het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN): de Waterkamer noemen ze het. Vanachter tientallen schermen monitoren medewerkers de waterstanden van de grote wateren van het land. Nauwgezet volgen ze hoeveel water de rivieren per seconde aanvoeren, hoeveel er bij de spuisluizen naar zee stroomt en hoeveel er gemalen wordt. Bij hoogwater, als de ‘grenswaarden’ worden overschreden, informeren en waarschuwen crisisteams de lokale waterbeheerders. Als een soort KNMI voor het water geven ze waarschuwingen af, met dezelfde kleurcodes.
Het IJsselmeergebied – het IJsselmeer, Markermeer en de randmeren – wordt de nationale regenton genoemd. Het is de grootste zoetwaterbuffer van Nederland, een derde van het land is ervan afhankelijk. Van Noord-Holland tot diep in Drenthe gebruiken waterschappen het water om hun waterwegen door te spoelen en de polders op peil te houden. Met het water beregenen boeren hun land, koelen bedrijven hun apparatuur en maakt PWN drinkwater voor de bewoners. Ook veel vogels en andere dieren zijn ervan afhankelijk: het hele gebied omvat zes Natura 2000-gebieden. Om de inhoud van de meren zo goed mogelijk te beheren, ‘draaien’ waterbeheerders ‘aan de knoppen’, zoals ze het zelf graag noemen. Ze kunnen besluiten het waterpeil preventief wat lager te zetten als er veel regen of rivieraanvoer verwacht wordt, of juist ‘opzetten’ om een droge periode te overbruggen.
Maar het water zit opgesloten tussen dijken en sluizen. Lozen naar zee kon tot voor kort alleen als de Waddenzee lager staat dan het IJsselmeer, en dat gebeurt door wind en zeespiegelstijging steeds minder vaak. Neerslag en droogte kun je wel zien aankomen, maar niet beïnvloeden.
Door klimaatverandering nemen de weers- en waterextremen toe. Het wordt natter én droger. Het gaat vaker, harder en langer regenen, maar ook droogtes gaan langer duren. Nederland is niet goed genoeg voorbereid op extreme regen, langdurig of plotseling, volgens een recent rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Overheden, bedrijven en burgers zijn zich onvoldoende bewust van de gevaren van extreme regen. Nederland, schreef de OVV, is niet „waterrobuust” genoeg en de informatiedeling bij extreem natte periodes is onvoldoende.
De zwakke dijk
Boes fietst zijn straat uit. Het eiland met 1.700 inwoners is klein en overzichtelijk, stoplichten zijn er niet. Op het breedste stuk is het meer dan drie kilometer lang, aan de oostkant krap 500 meter. Hij fietst langs de gekleurde houten huizen, over de nauwe klinkerstraten en witte ophaalbruggen.
Op de parkeerplaats aan het begin van het dorp staan twee grote rode bussen van de veiligheidsregio. Rijkswaterstaat is niet aanwezig. Bewoners komen thuis en rijden over de enige toegangsweg het schiereiland op. Ze zien Boes en Jacob Zeeman (80), ook voormalig lid van de werkgroep, staan. Dit tweetal, weten ze, houdt de dijk nauwlettend in de gaten. Zoals Zeeman het zelf zegt: zij zíjn de dijk.
Het water staat in de haven van Marken nu op 30 centimeter boven NAP; 70 centimeter hoger dan normaal. Het zal nog tientallen centimeters stijgen, wordt Boes en Zeeman verteld. Met name door de wind, die nu nog uit het noordwesten komt, maar naar het oosten zal draaien. En in kracht toe zal nemen, tot windkracht vier, vijf.
Het woord ‘evacueren’ valt. De Markers schrikken. Ze maakten zich niet echt zorgen over het hoge water
In de grote, afgesloten bak water die het Markermeer is, zal het water dan naar het westen geblazen worden. Richting Marken. Die windopzet of opwaaiing, het ‘scheef’ staan van het water, kan zo tientallen centimeters zijn. En dan zijn de golven nog niet meegerekend. Die worden gemakkelijk een halve tot een hele meter hoog.
Het woord ‘evacueren’ valt. De Markers schrikken. Ze maakten zich niet echt zorgen over het hoge water – tot nu.
De mensen van de veiligheidsregio vragen Boes en Zeeman naar de zwakke plekken van de dijk. De mannen leiden het clubje naar de Zuidkade: over dat stuk dijk maken ze zich het meest zorgen. Bij de markante vuurtoren van het eiland, het Paard van Marken, gaan ze de dijk op. Ze lopen een paar honderd meter richting de Rozewerf, een van de terpen van het eiland.
In principe kunnen dijken als deze dit aan: daar zijn ze op gebouwd. Maar de zuidelijke dijk is al in 2006 afgekeurd. Op hoogte, bekleding én stabiliteit – alles waar de dijk op afgekeurd kán worden. Ook de westelijke dijk voldoet niet meer.
In 2012 richtte de eilandraad een werkgroep op, waar Boes en Zeeman lid van werden. Tien jaar lang werkten de Markers nauw samen met Rijkswaterstaat aan een nieuwe dijk, maar in 2022 presenteerde de aannemer een ander ontwerp. De werkgroep was het oneens met het nieuwe plan, waarna een impasse ontstond.
Boes vertrouwt het die kille januaridag voor geen meter. Met name bij de voorspelde wind uit het oosten vangt de Zuidkade de klappen op. De dijk is bovendien door de maandenlange regen verzadigd, waardoor hij makkelijker kan afschuiven. Boes raadt daarom aan het binnentalud, de landzijde van de dijk, met folie te bedekken. Zo kan water dat over de dijk heen slaat er soepel af stromen. Dat hebben ze in 2016, honderd jaar na de watersnoodramp, nog zo geoefend.
Maar hun adviezen worden in de wind geslagen door de veiligheidsregio, volgens Boes en Zeeman.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111314/091026WEE_2033009395_15.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111335/091026WEE_2033009395_17.jpg)
Het Paard van Marken, de bewoonde vuurtoren. Delen van het eiland zijn afgezet wegens werk aan de dijken.
Foto Fenna JensmaBurgemeester Marian van der Weele van de Gemeente Waterland, waar Marken onder valt, heeft die avond in het gemeentehuis in Monnickendam een crisisberaad met Rijkswaterstaat en de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Ze is dan al een week in touw voor de overlast in buitendijkse gebieden op het vaste land. De burgemeester dringt erop aan preventief dijkwachten in te zetten, hoewel Rijkswaterstaat dat zelf niet nodig vindt: hun waarschuwingswaarden zijn niet bereikt.
Via de website van de gemeente informeert Van der Weele bewoners over het hoge water en de dijkinspecties die Rijkswaterstaat toch gaat doen: „We begrijpen de ongerustheid over het zuidelijke dijkvak. De dijk in dit gebied is afgekeurd en we zijn ons bewust dat er mogelijk problemen kunnen ontstaan door dit hoge waterpeil.” De Eilandraad van Marken verspreidt het bericht zelf onder de bewoners.
Vrijdag 5 januariNAP +32 centimeter
Noord-Holland krijgt voor het eerst code geel van het Watermanagementcentrum Nederland. Rond het middaguur fietst Boes naar de dijk aan de noordwestkant van het eiland voor een inspectie. Vanwege de windrichting en de staat van de dijk vindt hij het daar minder kritiek. Even later krijgt hij een telefoontje van een bewoner: de dijk lekt. Op de Zuidkade, iets zuidelijker dan het stuk dat Boes en Zeeman de middag ervoor hadden aangewezen.
Bij wie kunnen ze dit melden? De aannemer, Rijkswaterstaat en gemeente wijzen naar elkaar. Iemand van de Gemeente Waterland komt poolshoogte nemen. De Markers hekelen het gebrek aan initiatief van Rijkswaterstaat, dat zegt de situatie in de gaten te houden en die middag een inspectieronde loopt.
De communicatie verloopt rommelig. De dijk van Marken is van Rijkswaterstaat, de andere dijken in de omgeving van het Hoogheemraadschap. Die laatste is verantwoordelijk zodra het water over of door de Marker dijk stroomt, de boezem in. De veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland en de gemeente Waterland zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de bewoners en de communicatie. Onderling hebben ze veel contact, maar wie vervolgens wat met die informatie moet doen, is onduidelijk.
De veiligheidsregio en gemeente aarzelen met het uitroepen van een zogeheten GRIP: Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. Dan is er officieel iets aan de hand en komen brandweer, ambulance en bij grotere incidenten ook het crisisteam van de veiligheidsregio in actie. Maar volgens Rijkswaterstaat is de situatie onder controle: hun grenswaarden worden niet overschreden. Geen crisis is geen GRIP, dus komt niemand echt in actie.
Er liggen stapels protocollen klaar, maar nu blijkt het toch deels een kwestie van improviseren.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111127/091026WEE_2033009395_11.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05110714/091026WEE_2033009395_2.jpg)
Langs de oever staat meetapparatuur ten behoeve van de versterking van de dijken rondom Marken.
Foto Fenna JensmaZaterdag 6 januariNAP +38 centimeter
Het WMCN geeft weer code geel uit voor de sector Noord-Holland en Marken. Het water blijft stijgen en het blijft „angstvallig stil” vanuit de officiële instanties, zegt brandweercommandant Teerhuis. Dus belt hij zelf wat mensen op. Zijn werk bij de beroepsbrandweer van Amsterdam zegt hij af. Maar zolang er geen GRIP is, kan de brandweer van Marken eigenlijk officieel niet in actie komen, zegt Teerhuis.
Volgens dijkbeheerder Rijkswaterstaat is er nog altijd geen reden tot zorg, maar de Markers zelf zien het water elke dag iets hoger tegen hun dijk klotsen. Veel bezorgde bewoners bellen de vrijwillige brandweer. Teerhuis slaapt er slecht van. Mensen brengen hun spullen naar boven en auto’s en paarden naar het vasteland. Iemand vertrekt met vrouw en kinderen naar schoonfamilie aan de wal.
Ze moeten iets doen, besluiten Teerhuis en Dennis Boes (35), zoon van Jaap Boes, om de bewoners en zichzelf gerust te stellen. Bij een dijkdoorbraak hebben ze zo’n zes uur de tijd voordat Marken onder water staat. Maar die uren heb je alleen als je wéét dat de dijk is doorgebroken. Als niemand dat ’s nachts controleert, zien ze het pas de volgende ochtend.
De twee roepen de bevelvoerders van de brandweer en de schippers van de reddingsdienst bij elkaar. Los van de veiligheidsregio en Rijkswaterstaat nemen ze het calamiteitenplan door, dat speciaal voor Marken klaarligt omdat de dijk niet aan de norm voldoet. Bij de huisarts vragen ze de lijst met hulpbehoevende personen op, ze vragen opvanglocaties zich voor te bereiden en maken een lijst van spullen die nodig zijn om het drie dagen uit te houden in het commandocentrum. Een aggregaat met voldoende diesel om stroom te hebben, water, eten. Wie kan, werkt voorlopig thuis.
Aan het eind van de ochtend wordt Boes gebeld door een bewoner: de sluis bij de haven lekt. Ook ontstaat een kleine sinkhole op de kade. Boes fietst erheen. Het water staat tot aan de kade. Normaal staat het er ruim onder. Nog niet ernstig, schat Boes in, de lekkende sluis, maar dat kan het wel worden. Er borrelt water door het houtwerk naar binnen. Ook de sluisdeur lekt flink, Boes hoort het stromen.
En de kleine sinkhole blijkt toch niet zo klein: de mannen trappen de straatstenen over een lengte van een paar meter zo in. Hoewel de dijk van Rijkswaterstaat is, blijkt het sluisje ín de dijk na wat belletjes van het Hoogheemraadschap. Die rukken uit voor een inspectie, de gemeente zet het gapende gat in de kade af met dranghekken. Dan hoort Boes dat golven het zand wegspoelen bij het proefvak van de Zuiddijk, waar de aannemer een stukje nieuwe dijk test. Boes dringt er bij de gemeente op aan dat Rijkswaterstaat in actie komt. Die laat die avond zandzakken plaatsen op de dijk.
’s Avonds komen de vrijwilligers van de brandweer en de KNRM samen in het boothuis in de haven. Ze besluiten zelf dijkwachten te gaan lopen: elk uur loopt een groep van drie de dijk af, van de vuurtoren tot de toegangsweg naar het eiland.
Ondertussen stroomt dorpshuis Het Trefpunt vol voor de nieuwjaarsreceptie. Na een laatste rondje in het donker sluit Boes ook aan. Zeeman en hij voelen zich zo’n beetje persoonlijk verantwoordelijk voor de Marker dijken en hebben afgesproken „de boel niet op de kast te jagen”. Maar voor zijn vrouw spreekt Boes’ gezicht boekdelen. Daarbij ziet ze zelf hoe griezelig hoog het water tegen de dijk staat. Ze bereidt zich voor op het ergste.
Rond een uur of elf ’s avonds loopt een groepje vrijwillige dijkwachters de professionals van Rijkswaterstaat tegen het lijf op de dijk. Die zijn toch nachtelijke rondes gaan lopen, want hun grenswaarden zijn bereikt, melden ze de Markers. Er is een keet geplaatst bij de vuurtoren, Teerhuis rijdt erheen en wordt bijgepraat over hoogtes en peilen. De rest van de vrijwillige wachters voor die nacht belt hij af.
Zondag 7 januariNAP +42 centimeter
De wind draait naar het noordoosten en trekt aan, de golven worden hoger. In de haven van Marken tikt het water op de peilschaal 42 centimeter boven NAP aan, nog maar net onder de houten steiger. De situatie is volgens Rijkswaterstaat nog steeds „stabiel en onder controle”. Ze liepen afgelopen nacht vier rondes over de dijk.
’s Middags kan er voor het eerst vanaf het Markermeer gespuid worden naar het Noordzeekanaal, door de Oranjesluizen. Door het grote verschil in waterpeil kon dat eerder niet: dan zou Amsterdam onderlopen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05110900/091026WEE_2033009395_5.jpg)
Markermeer.
Foto Fenna JensmaMaandag 8 januariNAP +45 centimeter
De wind trekt aan en draait meer naar het oosten. Het stuwt het water hoger op tegen de zwakke Zuidkade. Het WMCN schaalt voor Noord-Holland en Marken op naar code oranje. De kerstvakantie is voorbij; Boes besluit thuis te werken om in de buurt te kunnen zijn. Met het stijgende water neemt ook zijn bezorgdheid toe. Als hij om half één nog niets gehoord heeft van Rijkswaterstaat, neemt hij contact op met de omgevingsmanager, maar die heeft ook geen update. Boes stapt weer op zijn fiets om de informatie dan maar zelf te halen in de keet bij de vuurtoren.
Volgens de coördinator van de dijkwachten van Rijkswaterstaat is alles onder controle. Toch fietst Boes zelf nog langs de twee grote zwakke plekken: de sluis bij de haven en de Zuidkade. Het lijkt vooralsnog goed te gaan.
Terwijl het water langzaam zakt in de rest van het land, houdt Marken zijn adem in. De waterstanden op de rivieren zakken, dus stroomt er minder water het IJsselmeer in. Ook kan er eindelijk gespuid worden naar de Waddenzee. Het IJsselmeerpeil zakt met vijf tot tien centimeter per dag. Het water in het Markermeer daalt langzamer; de Oranjesluizen helpen maar mondjesmaat. Vanaf de middag kan er ook gespuid worden naar het IJsselmeer en gaat het harder.
Dinsdag 9 januariNAP +38 centimeter
Eindelijk daalt het water. Boes werkt nog een dag thuis, voor alle zekerheid. De wind draait naar het noorden, het water slaat niet meer tegen de Zuidkade. De kleurcode gaat terug naar geel. Iets voor half vier laat Rijkswaterstaat weten dat ze die avond gaan afschalen. Ze hebben in totaal twintig inspectierondes gelopen.
De onverwachts draaiende wind heeft Marken gered, zegt Boes. Maar, zegt Zeeman, het was kantje boord: „Rijkswaterstaat heeft gewoon stront- en strontmazzel gehad. Want het had faliekant misgegaan.”
Pas half maart is het peil op de meren weer normaal.
Najaar 2025De terugblik
Twee jaar later. Boes en Zeeman zitten bij Boes aan de keukentafel. Een debacle, noemt Zeeman het met stemverheffing. Het ergste vindt Boes dat er niet van geleerd is. Natuurgeweld, dat overkomt je. Met een goed plan bied je dat het hoofd. Maar de Markers hebben zichzelf moeten redden, zegt hij. Nederland is goed georganiseerd, met het hoogheemraadschap, Rijkswaterstaat, de gemeente en de veiligheidsregio. Maar gebeurt er iets wat die organisaties tegelijk raakt, zegt Boes, dan piept en kraakt het systeem.
Rijkswaterstaat benadrukt dat Marken niet in gevaar is geweest. „Op verzoek van de veiligheidsregio hebben we besloten uit voorzorg dijkwachten in te zetten en zo de gevoelens van onveiligheid weg te nemen.” Rijkswaterstaat bestrijdt dat de grenswaarden waren bereikt.
Sinds het hoogwater komen Rijkswaterstaat, veiligheidsregio’s, gemeentes en waterschappen in de regio Markermeer wel jaarlijks voor het stormseizoen bij elkaar in Lelystad, om vooruit te kijken.
De burgemeester van Waterland heeft er spijt van dat ze geen GRIP uitgeroepen heeft. „Dan hadden we meer gecoördineerd te werk kunnen gaan.” De zogeheten keten van alarmering is inmiddels aangescherpt, aldus de burgemeester, en de gemeente wil inwoners voortaan eerder waarschuwen bij dreigend hoogwater. In april 2026 publiceerde de gemeente een aangescherpte versie van het coördinatieplan Waterveiligheid Marken.
Volgens Iwan Schaap van de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland kan de communicatie naar burgers beter. „Zeker het technisch informeren mag wel met meer liefde en empathie voor de mensen.” De veiligheidsregio zal zich in de toekomst „actiever” opstellen, ook als er formeel geen crisis is.
Wereldklasse
Het Nederlandse waterbeheer is „van wereldklasse”, zegt Van Waveren van Rijkswaterstaat. „Maar we moeten wel alert blijven. De kans dat het misgaat is niet nul.” Van de 3.500 kilometer aan primaire keringen voldoet 1.400 kilometer niet aan de nieuwste norm. Die stukken dijk worden vóór 2050 verstevigd.
Vorige week, op 1 oktober 2026, ging het stormseizoen voor de waterbeheerders weer van start. Ook openden die dag de nieuwe spuisluizen en een nieuw gemaal in de Afsluitdijk. Zes immense pompen kunnen nu – vier jaar later dan initieel gepland – ook tegen een te hoge Waddenzee in water wegpompen uit het IJsselmeer. Next-level watermanagement, onder het nieuwe motto: „spuien als het kan, pompen als het moet”. Hiermee kunnen ze in weer en wind de waterstand met 2 centimeter per dag verlagen. Rijkswaterstaat schat dat over minder dan twintig jaar, in 2045, alweer meer capaciteit nodig zal zijn.
Nederland is goed in staat om acute, kortdurende en overzichtelijke crises het hoofd te bieden. Dan weten alle partijen wat ze moeten doen en is er genoeg mankracht en materieel. Maar is een crisis complexer, langdurig of grootschalig, dan is de capaciteit niet altijd toereikend, zegt Marije Bakker, onderzoeker crisisbeheersing bij het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Ook ontstaat er dan sneller een tekort aan materieel, zoals noodpompen en aggregaten. Bovendien kun je simpelweg niet voor elk mogelijk rampscenario een plan hebben klaarliggen.
Het NIPV evalueerde de crisisbeheersing van Rijkswaterstaat bij de overstromingen in Limburg in 2021. Bakker: „Daar zagen we ook dat Rijkswaterstaat, Waterschap Limburg en de veiligheidsregio vooral bezig waren met hun eigen taken en belangen, die niet altijd goed aansloten bij die van de andere organisaties.” Wat niet helpt, is dat Nederland is onderverdeeld in 21 verschillende waterschappen en 25 veiligheidsregio’s – die dus niet allemaal overlappen.
Daarbij heeft iedere organisatie zijn eigen aandachtspunten, die voor de ander onduidelijk of verwarrend kunnen zijn. „Het waterschap was vooral bezig met de voorspellingen van de afvoer en de waterstand van de Maas, terwijl de veiligheidsregio’s wilden weten of gebieden wel of niet gingen overstromen en of ze mensen moesten evacueren,” zegt Bakker. In Limburg is inmiddels een speciaal team opgericht met mensen van de drie organisaties, dat bij hoogwaterdreiging „één compleet verhaal kan vertellen”.
En met klimaatverandering nemen die complexe crises toe: hoogwater of droogte is bijvoorbeeld vaak op meerdere plaatsen tegelijk. Of het hoge water op het Markermeer door klimaatverandering kwam, is niet zo zwart-wit te zeggen, aldus Van Waveren. „Maar de kans dat dit soort dingen gebeuren neemt gewoon toe. Als je kijkt naar regen: sinds 1950 valt er al 20 procent meer neerslag, in de piekbuien nog meer. We zitten er al middenin.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/05111526/091026WEE_2033009395_23.jpg)
Dijk gezien vanuit de auto van Jaap Boes.
Foto Fenna JensmaMaak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.