Home   2026-10-22 19:56:51

←

Bauke Mollema stopt na bijna twee decennia met fietsen: ‘Ik ben geen wielergekkie’

Original article

Terug naar de krant

Bauke Mollema is vandaag binnen gebleven. Hij heeft voor rust gekozen in plaats van een trainingsritje. Een goed besluit, zegt hij terwijl hij uit het raam naar buiten kijkt, waar de regen op het parkeerterrein van zijn hotel bij het Milanese vliegveld Malpensa slaat. „Dat nodigt niet uit om even twee uur te gaan fietsen.”

En ach, het was ook niet echt nodig. Zijn collega-renners gingen het parcours verkennen van de Ronde van Lombardije – de Italiaanse najaarsklassieker die hij ooit won. De route kent hij op zijn duimpje: zaterdag staat hij voor de achttiende keer aan de start. Daarmee, vertelt Mollema glunderend, is hij straks recordhouder qua deelnames.

Il Lombardia is ook zijn laatste koers: na negentien seizoenen zit zijn wielercarrière erop. Mollema (39) geldt als de meest markante Nederlandse renner van zijn generatie: een blijmoedige Groninger die nergens van onder de indruk lijkt te zijn. Zijn stijl van fietsen – schokschouderend, slingerend, harkend – is zo herkenbaar dat wielerjournalist Thijs Zonneveld er een werkwoord voor muntte: mollemalen.

Bauke Mollema heeft nooit veel opgehad met vermogensmeters en maakt zijn eigen trainingsschema’s.

Foto Getty Images

Zijn doorbraak bij het grote publiek beleefde Mollema anderhalf decennium geleden. In de Tour de France van 2013 reed hij, na jaren van sportieve misère en pijnlijke dopingonthullingen in het Nederlandse wielrennen, samen met zijn maatje Laurens ten Dam met de beste renners mee bergop. Hij werd zesde. De ‘Tour van Bau en Lau’ bracht wielerfans in vervoering en werd symbool voor de wederopstanding van Nederland als wielerland.

Later in zijn carrière legde Mollema zich meer toe op eendagskoersen. Met succes: hij won twee Touretappes, de Clásica San Sebastián en – de mooiste zege uit zijn carrière – de Ronde van Lombardije, in 2019.

De ‘Tour van Bau en Lau’ in 2013, waarin hij zesde werd, was de doorbraak van Mollema bij het grote publiek.

Foto’s Getty Images

Winegums en bierkratten

Bauke Mollema belandde bij toeval in het wielrennen. Het verhaal is vaker verteld: op de fiets van zijn woonplaats Zuidhorn naar de middelbare school in de stad Groningen (11 kilometer heen, 11 kilometer terug) ontdekte hij lol te hebben in een flinke inspanning. „Ik had een stadsfiets met drie versnellingen. Dat ging telkens harder en harder. Op een gegeven moment had ik er een kilometertellertje op gezet, reed ik volle bak, als in een tijdrit.” Dag in dag uit probeerde hij in het kale Groningse landschap zijn persoonlijk record te verbreken, „al was ik wel afhankelijk van de wind”.

Op zijn zestiende kocht Mollema een tweedehands racefiets en sloot zich aan bij een wielervereniging, waarna hij werd opgepikt door het beloftenteam van de toenmalige Rabobankploeg. Aanvankelijk reed hij rond als een soort Alice in Wonderland, onbekend als hij was met de wielercultuur. Zo verscheen hij op de eerste trainingen van zijn club met een onderbroek onder zijn fietsbroek. „Niemand had me ooit verteld dat dat niet hoorde, ik kwam niet uit een wielerfamilie. Ik dacht gewoon: als je voetbalt, trek je ook een onderbroek aan.”

Ook bij de opleidingsploeg van Rabo was het wennen. „Dat was een professionele, goed gestructureerde ploeg. Iedereen wilde daar wielerprof worden.” In zijn eerste jaar woonde Mollema nog in een studentenhuis in Groningen: opgestapelde bierkratten in de gang, een smerige keuken, muizen. Zijn fiets tilde hij iedere dag de trap op en af. „Ik leefde nog niet zo gezond als ik zou moeten. Ik at gewoon een hele zak winegums ’s middags, of een pak koekjes. Van materiaal wist ik niets. Het was gewoon een leuke hobby.”

In de loop der jaren, vertelt Mollema, kreeg hij een steeds professionelere houding. Hij maakte zich het regime van de topsporter eigen: slapen, eten, trainen. Het studentenhuis zei hij vaarwel, na enkele jaren in Spanje belandde hij met zijn vriendin in Monaco, wegens hoogtemeters en belastingen de woonplaats van menig goedverdienende renner. Hij woont er nu ruim tien jaar, inmiddels met drie kinderen.

In 2011 won Mollema de Gerrit Schulte Trofee voor Wielrenner van het jaar.

Foto ANP

Toch bleef Mollema altijd eigengereid en onverstoorbaar. In zijn eerste jaren bij de Raboploeg stond hij erom bekend dat hij overal in slaap kon vallen. In Monaco waren zijn vrouw en hij aanvankelijk de enigen die zich per fiets door de stad verplaatsten, met kinderzitjes en al („we werden wel eens aangehouden door de politie, of het wel veilig was”). ’s Zomers gaat het gezin op vakantie naar de camping in Frankrijk. Op de foto voor dit interview wilde hij niet: te veel gedoe. „Gebruik maar een wielerfoto uit het archief.”

In het wielrennen heeft Mollema altijd zijn eigen plan getrokken, wars van trends en peer pressure. Een groot deel van zijn carrière koerste hij zonder fietscomputer – hét scharnierpunt van het moderne wielrennen, waarin trainingsblokken en wattages (gemeten kracht op de trappers) een sleutelrol spelen. Tijdens trainingen had hij er wel eentje op zijn stuur, maar daar keek hij amper op. Niet nodig, vond Mollema. „In koers hadden we toch oortjes, waarmee we met de ploegleiding communiceerden? Of ik vroeg aan andere renners hoe ver het nog was. In de training kan ik mezelf goed doseren en pacen. Ik luister gewoon naar m’n lichaam.”

Is de focus in het huidige wielrennen op data te ver doorgeschoten?

„Ja, zeker bij de jongere generatie. Die zijn echt geobsedeerd door de wattages op dat kastje. Ik hoorde van de week het verhaal van een ploeggenoot die was gevallen: hij ging in een afdaling met 70 kilometer per uur een sprint doen, omdat het moest van zijn fietscomputer. Helemaal in de kreukels. Dan denk je toch: wacht even tot het vlak is, en doe dan je sprint.”

Gaat er iets verloren aan het wielrennen als je alleen naar dat kastje kijkt?

„Ja, maar dat hebben die jonge mannen niet door. Die kennen niets anders. Ze rijden al vanaf hun vijftiende, of jonger, met een vermogensmeter. Ik denk dat veel van die mannen niet zouden weten wat ze moeten doen als je die computer verbiedt. Als je vraagt: hoe ging het vandaag, dan zeggen niet ‘goed’ of ‘slecht’ maar ‘ik heb 320 watt gemiddeld gereden’. Leuk, maar hoeveelste ben je ermee geworden?”

De zege in de Ronde van Lombardije in 2019 was de grootste overwinning in de loopbaan van Mollema.

Foto Getty Images

Plezier in het fietsen

Mollema’s laatste zege dateert alweer van vier jaar geleden, maar de afgelopen seizoenen reed hij onverstoorbaar door. Hij wilde „sowieso doorgaan zo lang als het goed gaat”. En op zijn vijfendertigste bood zijn ploeg, het Duits-Amerikaanse Lidl-Trek, hem nog een nieuw contract aan voor vier jaar. „Ik dacht: waarom niet? Ik heb altijd plezier in het fietsen gehouden.”

Wel werd Mollema na 2023 niet meer geselecteerd om grote rondes rijden. Gepasseerd worden voor de Tour de France, dat deed de eerste keer wel pijn. Waar hij het meeste van baalde, was de Giro d’Italia die vorig jaar aan zijn neus voorbij ging. „Het stond in de planning, ik had er alles aan gedaan qua training. Toch werd ik er op het laatste moment afgehaald door de ploeg.” Het leidde, voor het eerst in zijn carrière, tot een serieuze motivatiedip. „Toen heb ik wel overwogen om eerder te stoppen. Gelukkig kwam toen het WK in Rwanda, daar ben ik vol voor gaan trainen.” In Kigali was Mollema in topvorm: hij werd 21e en haalde als enige Nederlander de finish, op een loodzwaar parcours. Na afloop stond hij de pers te woord op badslippers, een grote zak chips in zijn hand.

Mollema was de enige Nederlander bij de mannen die de WK wielrennen in Rwanda (2025) uitreed.

Foto Getty Images

 „Wat ik de laatste jaren merkte: ik heb doelen nodig om mezelf te motiveren. Als ik straks gestopt ben, weet ik niet hoeveel ik nog ga fietsen. Ik ga wel wat koffierondjes doen, voor de gezelligheid. Maar ja, als ik geen doelen meer heb?”

Zijn er zaken waarvan jij de afgelopen jaren hebt gezegd: dat doe ik niet?

„O ja, heel veel. Daar heeft de ploeg me ook vrij in gelaten. Het wielrennen is tegenwoordig heel gecontroleerd. Renners wegen hun eten af tot op de gram. Bij sommige ploegen moet je iedere dag vragenlijsten invullen. Daar ben ik allemaal niet in meegegaan. Ik heb de laatste jaren ook gewoon m’n eigen trainingsschema’s geschreven.”

„Ik vind het gezellig in een ploeg, hoor. Lachen met de andere renners in de teambus – dat ga ik ook wel missen. Maar qua voorbereiding doe ik graag m’n eigen ding. Dan heb ik iets in m’n hoofd, kan ik koppig zijn. Als iedereen de dag voor de koers een uur wil trainen en ik wil twee uur, dan doe ik dat. Soms is het een beetje een eenheidsworst, aapt iedereen elkaar na. Ik blijf bij mezelf.”

Mollema won twee Touretappes, in 2017 (Le-Puy-en-Velay) en 2021 (Quillan).

Foto Getty Images

Je nam tijdens grote rondes altijd een grote stapel boeken mee. Niet echt gebruikelijk in de wielerwereld, toch?

„Ja, tijdens de Tour de France las ik wel vier à vijf boeken. Het liefst een goede roman, of een thrillertje. Af en toe een biografie. Geen sportboeken. Na het avondeten las ik soms wel een paar uur achter elkaar. De beste kamergenoten waren degenen die snel in slaap vielen. Dan gooide ik mijn trui over het leeslampje en las ik soms nog tot één uur ’s nachts door.”

Waarom deed je dat?

„Even niet aan de koers denken. De wedstrijd zelf duurt maar vier of vijf uur per dag. Je hebt heel veel uren over. Ik vond het wel lekker om niet altijd met wielrennen bezig te zijn. En de hele dag op je telefoon zitten is niet goed voor je.”

Zitten je jongere ploeggenoten wel de hele dag op hun telefoon?

„Ik heb ploeggenoten van negentien, twintig jaar. Sommigen van die gasten gaan zelfs tijdens een training nog even scrollen. Laatst stopten we voor een stoplicht, opende iemand even snel Instagram. Echt bizar.”

Voel je afstand tussen jou en de jonge renners?

„Ja. De jonge renners van nu zijn heel anders dan tien jaar geleden. Omdat het wielrennen zoveel professioneler is geworden, komen de meer autistische types bovendrijven. Je moet al zóveel trainen op jonge leeftijd om een beetje mee te komen. Bij de junioren [onder de achttien jaar] doen ze al hoogtestages. En in mijn tijd deden renners veel makkelijker een drankje. Dat is helemaal verdwenen. Een paar dagen geleden had ik zin in een wijntje. Er was nog één ander iemand die dat ook had: een oudere ploeggenoot.”

Ergens klinkt dat een beetje vreugdeloos.

„Het is bij de jonge jongens volgens mij wel minder gezellig dan vroeger. Wielerploegen zitten er veel meer bovenop, proberen alles te controleren. Ze zijn bezig om een paar jaar lang alles uit die jongens te halen, in plaats van aan de lange termijn te denken. ”

„Alle teams zitten achter jonge talenten aan van 16 of zelfs 15 jaar oud. Die jongens hebben de ploegen voor het uitkiezen en worden dan ook dik betaald. En dan denken ze dat ze heel wat zijn, terwijl ze soms nog niet één profkoers hebben gereden.”

Had de Bauke Mollema van achttien nu nog een contract gekregen?

„Misschien wel niet. Ik begon pas op mijn achttiende. Toen kon ik nog niet eens in een peloton rijden.”

Denk je dat de jonge generatie wielrenners net zo’n lange carrière zal hebben als jij?

„Dat denk ik niet. Ik hoefde in mijn eerste paar jaar als prof nog niet zo veel opofferingen te doen als die mannen nu. Gaan ze het leuk blijven vinden of gaan ze afhaken? Als je vier keer per jaar op hoogtestage moet, als ploegen zo blijven pushen, denk ik dat het straks eerder klaar is. Lichamelijk kan je een lange carrière hebben, maar mentaal wordt het dan moeilijk.”

Mollema is niet van plan in het wielrennen actief te blijven.

Foto Getty Images

Wielergekkies

Mollema kijkt nog eens naar buiten, waar de regen nog altijd met bakken uit de hemel komt. Gelukkig, zegt hij, is de weersvoorspelling voor zaterdag goed: geen verregende afscheidskoers voor hem. Hij heeft op de avond van Il Lombardia een restaurant afgehuurd in Como om zijn wielerpensioen te vieren met familie, vrienden en ploeggenoten. Hetzelfde restaurant waar hij in 2019 zijn overwinning vierde.

Plannen voor zijn leven na het wielrennen heeft Mollema nog niet, zegt hij. Eerst maar eens een paar maanden met een lege agenda. Eén ding is wel zeker: ze gaan hem in de wielerwereld niet terugzien als ploegleider. „Ploegleiders zijn net zo veel van huis als renners. Daar heb ik voorlopig geen zin in.”

Denk je dat je zonder wielrennen kan?

„Ik denk het wel. Sommige renners zijn echt wielergekkies. Ze volgen alle koersen, weten alles van materiaal. Zo ben ik niet. Ik kijk wel eens wielrennen op televisie, maar ik heb nooit naar al die kleine wedstrijden gekeken. Ik ben ook niet iemand die alles weet van de wielerhistorie. Biografieën van Merckx ofzo, dat vind ik gewoon niet boeiend. Dan lees ik liever een roman.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.