Eigenzinnige meesterkok Wiel Rekko (1965-2026) vond het gepriegel met pincetjes en de Michelin-regels maar dikdoenerij
Als chef-kok was het voor Wiel Rekko klip-en-klaar: de keuken was zíjn domein. ‘Er is één Napoleon’, doceerde hij vorig jaar in De Limburger, bij het afscheid van zijn vak. ‘De rest is het leger.’ Als klanten de hoofdprijs betaalden, kon je niet gaan lopen prutsen, vond hij, al vergat hij niet dat er soms ook gelachen moest worden. Zo stuurde hij ooit een stagiair naar de parkeerplaats om de kreeften uit te laten. ‘Ik zie hem daar nog staan met die kreeften aan een touwtje.’
Rekko was eigenaar van het Maastrichtse restaurant Manjefiek en tv-kok bij de regionale zender L1. In 1994 behaalde hij de prestigieuze titel van SVH Meesterkok, destijds als jongste van Nederland. Daarnaast was hij uitvinder: hij bedacht onder meer een semiautomatische oesteropener en kreeg daar patent op.
Rekko stamde uit een echte horecafamilie. Zijn opa bezat de Rekko-limonadefabriek, zijn ouders runden restaurant De Smederij aan de rand van Maastricht. Zelf begon hij op de lts, maar de directeur van die school dacht dat hij op de bakkersopleiding meer op zijn plek zou zijn. Dat klopte.
Een doorbraak was de eerste prijs die hij won voor het lekkerste maanzaadbroodje. Zijn zus Esmeralda: ‘Die prijs stelde op zich niet zo heel veel voor, maar voor hem was het cruciaal. ‘Pap, mam, ik heb gewonnen!’, riep hij. Het was het moment waarop hij besefte dat hij ook buiten het zwembad diploma’s kon halen.’
Buitenlandse avonturen
Als leerling-kok ging Rekko in de leer bij gerenommeerde zaken als Pirandello, Kasteel Wittem, De Scholteshof en Hotel Pulitzer. En na een reeks buitenlandse avonturen in Franse en Italiaanse keukens kreeg hij eind vorige eeuw de kans om De Smederij van zijn ouders over te nemen, die hij omdoopte tot Manjefiek.
Vriend en collega Frans Savelkoul zag hem ‘virtuoos’ beginnen. ‘Hij was een absolute trendsetter, met name op het gebied van de Italiaanse keuken.’ Savelkoul rekende hem destijds tot de honderd beste koks van Nederland. Maar met het verstrijken van de tijd zag hij ook iets anders gebeuren bij zijn vriend: hij ontwikkelde een zekere weerzin tegen die continue vernieuwingen in de gastronomie. ‘Ik denk dat de evolutie in de keuken hem parten heeft gespeeld.’
In het interview met De Limburger, vorig jaar, kon Rekko zijn ergernis over een fenomeen als fine dining nauwelijks verhullen. Waar hij zelf streefde naar vijf componenten op een bord, zag hij er bij collega’s soms vijftig. ‘Dat is eten met een pincet. Het lijkt wel Madurodam. We zijn echt doorgeslagen. In je buik wordt toch alles vermengd.’
Zijn eigenzinnigheid droeg er volgens zijn zus aan bij dat hij, ondanks de erkenning van vakgenoten, nooit doorstootte naar de absolute top in zijn vakgebied. ‘Hij wilde zich niet conformeren aan de regeltjes van Michelin. Hij ging liever iets leuks doen met zijn dochter of op pad met zijn wandelclub dan dat hij ergens zijn gezicht liet zien om hogerop te komen.’
Kooklessen en catering
Moe van allerlei ‘social deals’ en kortingsacties besloot hij in 2017 zijn Bib Gourmand, een onderscheiding voor een goede prijs-kwaliteitverhouding, in te leveren en verlegde hij zijn activiteiten naar kooklessen en catering, tot hij vorig jaar ook daarmee stopte. Voor de komende jaren wilde hij het weiland achter het restaurant gaan gebruiken voor bijeenkomsten, zoals feesten en uitvaarten. De plannen lagen al ter goedkeuring bij de gemeente.
Hij was toen al ongeneeslijk ziek. Zelf hield Rekko de moed erin en sloot hij elk berichtje over zijn gezondheid af met een emoticon van twee champagneglazen. Maar dat bleek te optimistisch gedacht. Op 2 september overleed hij, 61 jaar oud.