De meeste techbazen houden niet zo van mensen: gemankeerde machines, niet efficiënt
De mens ligt op zijn rug. Letterlijk ook: tijdens het eerste en voorlopig enige treffen in een zogenoemd kooigevecht moest de mens het afleggen tegen de machine. Het is zo’n beetje de minst interessante wedstrijd die je kunt bedenken tussen mens en machine. Een hijskraan kan ook meer tillen, een vliegtuig beter vliegen, een duikboot dieper duiken.
Het zijn andere gebieden waarover we ons zorgen maken en waarop de mens in de verdrukking dreigt te komen. Deze week sprak ik met een wiskundige en computerwetenschapper naar aanleiding van het nieuws dat de modellen van OpenAI maar liefst 372 computerproblemen hebben weten op te lossen.
Het is de hoogste wiskundeonderscheiding waard, jubelde een Amerikaanse hoogleraar wiskunde. Maar deze Steven Kelk denkt er heel anders over. Zeker, het is allemaal superindrukwekkend, vond hij ook. Een jaar geleden had hij niet kunnen bedenken dat het zover zou komen.
Kelk klonk zelfs somber. ‘Ik krijg hier een totaal gevoel van leegte van’, vertelde hij. Wiskunde draait voor hem om mensen die samen een weerbarstige zoektocht ondernemen. Soms loopt de route dood, soms blijkt juist het zijpad tot heel nieuwe inzichten te leiden.
In de door de grote AI-labs gedomineerde nieuwe wereld van de wiskunde doen die wegen er niet meer toe. Het is één korte en krachtige sprint naar het eindresultaat. Vooruitgang? Ja, de wiskunde heeft in één klap een sprong van tien of zelfs twintig jaar gemaakt. Maar misschien vooral ook ‘nee’: dit zou weleens de illusie van vooruitgang kunnen zijn.
Let wel, Kelk is computerwetenschapper. Hij werkt al zijn hele leven met computers. Fantastisch om bepaalde taken uit te besteden ook. Maar cognitieve taken? Die nou net niet. Want wat blijft er dan over voor de mens?
Niet zo veel, als we niet oppassen. Chatbots kunnen betere relaties onderhouden, betere LinkedIn-posts schrijven en sneller liedjes maken, als we de optimisten geloven. Zelfs het opvoeden van onze kinderen kunnen we in de toekomst maar beter overlaten aan AI, betoogt de Zweedse filosoof Nick Bostrom.
Net als de meeste techbazen houdt Bostrom niet zo van mensen. Mensen zijn niet efficiënt, vinden ze, beperkt en vooral sterfelijk. Tegenwoordig gaat het vaak over het gevaar van antropomorfiseren, het toedichten van menselijke eigenschappen aan machines.
Misschien nog wel gevaarlijker is wat de Amerikaanse mediacriticus Douglas Rushkoff ‘mechanomorfisme’ noemt – het toeschrijven van machine-eigenschappen aan mensen. Wij zijn dan niet veel meer dan gemankeerde informatieverwerkende machines. Rushkoff pleit voor het omarmen van menselijke waarden als sociaal en fysiek contact, ambiguïteit en empathie.
Dat was in 2019, toen zijn boek Team Human uitkwam. Zeven jaar later is de mens nog verder in de verdrukking gekomen. Het zal mensen als Bostrom of Elon Musk een worst wezen. Musk droomde deze week op X hardop van een posthumane toekomst vol superieure synthetische superintelligentie te midden van de sterren.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusinterviewNick Bostrom
Bestsellerfilosoof: ‘We kunnen straks alles doen wat we willen: een opgeloste wereld, waarin geen problemen meer bestaan’
- v-plusInterviewDouglas Rushkoff
Schrijver en mediatheoreticus Douglas Rushkoff: ‘Techbedrijven belonen voor het volgen van voorgeschreven paden’
- v-plus
'Dat de mens wordt overvleugeld door machines vind ik een poëtisch idee'