Wat het sektarisme van links kan leren van de kraakbeweging
De discussie of de linkse politiek zich moet laten leiden door de klassieke klassenstrijd of door intersectionaliteit (het idee dat maatschappelijke onrechtvaardigheid veroorzaakt wordt door verschillende met elkaar samenhangende factoren zoals geslacht, etniciteit, seksuele geaardheid en klasse, red.) laaide deze zomer op. Vorige week culmineerde deze discussie in een debat tussen oud-politica Sylvana Simons en journalist Bob Scholte van het mediaplatform Left Laser.
Wat dreigt is een sektarisch debat en richtingenstrijd tussen groepen die hun gelijk claimen en de ander delegitimeren, terwijl progressieve krachten in Nederland vooral behoefte hebben aan een verbindend verhaal dat verschillende mensen verenigt in de strijd tegen oprukkend onrecht – variërend van klimaat en sociale ongelijkheid tot aan het opkomende fascisme.
Dit debat is niet nieuw. In de kraakbeweging van de jaren tachtig, waar wij beiden uit voortkomen, werd deze discussie ook gevoerd. We willen daarom graag een aantal lessen naar voren brengen die we in die periode hebben geleerd en waarmee het huidige debat geholpen kan zijn.
Strijdpunten
Een eerste thema is de inclusiviteit van strijdpunten. De kraakbeweging begon eind jaren zeventig als een one-issue-beweging tegen de woningnood. In de tachtiger jaren kwamen daar steeds meer onderwerpen bij: anti-apartheid, feminisme, klimaat, onderdrukte groepen in Midden- en Zuid-Amerika, antimilitarisme, homostrijd (zo heette dat toen), antifascisme, antiracisme en uiteraard ook klassenstrijd.
We streefden naar een ideologie die al deze strijdpunten omarmde. Tegenwoordig zou je dat intersectionaliteit kunnen noemen. Maar hoe legitiem die strijdpunten en hun samenhang ook waren en zijn, de ervaringen uit die tijd leerden ons ook dat onze inclusieve ideologie veel progressieve mensen van ons vervreemdden, bijvoorbeeld de mensen die wel wilden strijden tegen apartheid in Zuid-Afrika, maar niet als bonus ook nog aan kapitalismekritiek wilden doen, of de klassenstrijd wilden omarmen.
Dit risico op vervreemding speelt ook vandaag de dag, bijvoorbeeld als tijdens klimaatdemonstraties tegelijkertijd geijverd wordt voor de Palestijnse zaak. Hoe legitiem deze individuele strijdpunten ook zijn, de eerste les die wij leerden is dat het vermengen van thema’s contraproductief werkt, en dat het beter is om klimaatacties, Rode Lijn-demonstraties en antimilitaristische demo’s naast elkaar te laten bestaan.
Niet iedereen die zich zorgen maakt om het klimaat denkt hetzelfde over Israël of de Navo, of andersom. Door deze strijdpunten naast elkaar te laten bestaan in plaats van te vermengen, kunnen mensen zich op thema’s verenigen zonder direct het totaalpakket te hoeven omarmen, of buitengesloten hoeven te worden omdat ze niet elk dossier even belangrijk achten. Zo’n inzet zou ook een uitweg kunnen bieden in het huidige debat, want waarom niet accepteren dat intersectionaliteit en klasse strijdpunten zijn die naast elkaar kunnen bestaan?
Verschillende visies
Een tweede thema is de acceptatie van verschillende overtuigingen over de grondslagen van onze problemen. In de jaren tachtig zagen we een sterke samenhang tussen de diverse strijdpunten, maar we hadden verschillende visies op de grondslag daarvan. De ene helft van de beweging vond die grondslag in het imperialisme (de neiging van staten, instituties, bedrijven en mensen om hun politieke en culturele macht over anderen uit te breiden), terwijl de andere helft die grondslag vond in het patriarchaat (de historische neiging van diezelfde staten, instituties, bedrijven en mensen om het mannelijk geslacht en het (witte) mannelijke denken als maatstaf voor de maatschappelijke orde te zien).
Terwijl wij het erover eens waren dat het kapitalisme onze gezamenlijke tegenstander was, vond de ene groep dat het kapitalisme onderdeel uitmaakte van het imperialisme en de andere dat het kapitalisme en het imperialisme onderdeel waren van het patriarchaat. Zo waren we in de jaren tachtig ook verwikkeld in een interne discussie over de ideologische grondslagen van onze strijd tegen bijvoorbeeld apartheid, terwijl die discussie veel progressieve mensen van ons vervreemdde. Tegenwoordig zouden we dit ook onder de noemer van intersectionaliteit plaatsen.
Moet de les niet zijn dat we, zeker nu de wereld in brand staat, een theoretisch pluralisme moeten omarmen waardoor verschillende progressieve krachten zich kunnen inzetten voor zaken die hun het meest aan het hart liggen? Een aanval op het wokisme van de intersectionelen door de zogeheten tankies van het communisme helpt daar niet bij, het verdeelt slechts.
Die verscheidenheid in visie is een gegeven. Ook wij, de auteurs van dit opiniestuk, streden in de kraakbeweging als geliefden zij aan zij voor de rechten van diverse gemarginaliseerde groepen. We zijn inmiddels 25 jaar getrouwd. Je kunt aan de keukentafel twisten of intersectionaliteit of klasse de leidraad moet vormen voor linkse politiek en toch een goed huwelijk hebben. En zo kan het ook in het groot.
Vervreemding
Een derde thema betreft de legitimatie van geweld. In de kraakbeweging van de jaren tachtig gingen protesten vaak gepaard met geweld tegen goederen en de politie. We hielden soms geen rekening met doelgroepen, achterbannen en de effectiviteit van onze acties. Dat geweld was achteraf gezien niet zo effectief, en ook dat vervreemdde mensen van ons, en leidde rond 1990 ertoe dat de kraakbeweging was gemarginaliseerd en gecriminaliseerd door de publieke opinie en de politiek.
Het huidige Extinction Rebellion doet dit wat dat betreft een stuk beter, ondanks de pogingen van politiek en bedrijfsleven om ook hun acties te criminaliseren.
Dit brengt ons bij een vierde en laatste thema: de aandacht voor collectivistische praktijken. In de kraakbeweging van de jaren tachtig stond niet alleen protest centraal, maar ook de ontwikkeling van een alternatieve economie en een cultuur van collectieven waarin mensen samenwerkten in een netwerk van boekhandels, cafés, drukkerijen en restaurants.
Hoe groot de ideologische verschillen ook waren, in collectieve praktijken vonden mensen elkaar. Dus niet op het niveau van het denken, maar op het niveau van het handelen. Terwijl het debat op links de afgelopen maanden vooral ging over het bereiken van achtergestelde groepen in de samenleving om hen te overtuigen van de noodzaak van linkse strijd, zou de les van de kraakbeweging zijn dat we ons misschien minder moeten richten op ideologische verschillen, maar meer op onze praktische verbondenheid.
Zohran Mamdani
Een mooi voorbeeld daarvan is de New Yorkse burgemeester Zohran Mamdani, die je een intersectionele socialist zou kunnen noemen. Hij zet zich in voor gratis stadsbussen, bevriezing van huurlasten, betaalbare woningen, gratis kinderopvang, een hoger minimumloon, maar ook voor steun aan lhbtiq+-rechten en Palestina. In dit soort praktijken vinden wokies en tankies elkaar.
Het boek Kraakmeisje dat Petra afgelopen donderdag presenteerde en waarin de lessen van de kraakbeweging staan, besluit dan ook met wijze woorden van de amateurbioloog, geoloog en anarchist Peter Kropotkin: ‘Natuurlijke selectie zoekt voortdurend naar manieren om concurrentie zoveel mogelijk te vermijden. Dat is de leuze die we horen uit de wildernis, het bos, de rivier en de oceaan. Verenig je daarom. Help elkaar.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- podcastmet groenteman in de kast
Left Laser-journalist Bob Scholte: ‘Ik neem boomers echt heel veel kwalijk’
- v-plusOpinieJarl van der Ploeg
Sla er vooral een geschiedenisboek op na: precies zo ontstond honderd jaar geleden het fascisme
- v-plusNieuws
Left Laser-voorman Bob Scholte mag het Kamergebouw niet als journalist betreden
- v-plusProfiel
‘Boos’ bestaat tien jaar. Hoe groeide het programma uit van dwarse puber tot volwassen speler in de journalistiek?