Vrouwenvoetbal wil maar niet aanslaan
Het Nederlandse vrouwenvoetbal staat onder druk nu budgetten krimpen, talenten jong vertrekken en de Eredivisie opnieuw is aangepast. Terwijl de Oranjevrouwen deze week in play-offs tegen Hongarije vechten voor een WK-ticket voor 2027 in Braziliƫ, groeit de zorg dat Nederland de aansluiting met de Europese top verliest. Oud-bondscoach Sarina Wiegman en andere betrokkenen waarschuwen dat de basis onder de sport wankel is.
Wiegman noemde de levensvatbaarheid van het vrouwenvoetbal eerder dit jaar "fragiel" en ziet dat Nederland na de Europese titel van 2017 de voorsprong is kwijtgeraakt. Volgens haar verdwijnen bij Eredivisie-clubs te snel de budgetten, waardoor teams om de paar jaar opnieuw moeten beginnen. Zij pleit voor stabiel beleid op de lange termijn, in plaats van korte projecten die na enkele seizoenen worden afgebroken.
Het voorbeeld van FC Utrecht illustreert die onzekerheid. De club besloot afgelopen seizoen te bezuinigen op het vrouwenelftal, waardoor negen speelsters geen nieuw contract kregen en er nu met een grotendeels jong team in de Eredivisie wordt gespeeld. Oud-international Leonne Stentler vindt dat geen bewuste keuze voor talentontwikkeling, maar een verarming van de competitie, die volgens haar "veel te jong" is geworden.
Terwijl in Nederland wordt geschoven met format en budgetten, investeren andere landen stevig door, met Engeland voorop. De Women's Super League trekt grote sponsors en investeerders aan, terwijl in Nederland geen meerjarenplan klaarstond toen Oranje in 2017 Europees kampioen werd. Het KNVB-plan om van de Eredivisie een Europese topcompetitie te maken is vooralsnog niet uitgekomen: geen enkele Nederlandse club staat in de Champions League en de beste speelsters en talenten spelen vooral in het buitenland.
Ook huidige bondscoach Veurink en internationals zien het verschil met landen als Engeland. Isa Kardinaal, nu actief bij London City Lionesses, spreekt van "doodzonde" dat Nederlandse clubs een stap terug doen, terwijl elders wordt doorgegroeid. Jill Roord is bij FC Twente tevreden over het beleid daar, maar vindt dat vooral kleinere clubs achterblijven in aandacht en waardering voor hun vrouwenteams.
De snelle uittocht van jonge talenten versterkt de zorgen. Veurink wijst erop dat Nederland juist een sterk opleidingsland is en dat een vroege transfer naar topclubs als Barcelona of Chelsea niet altijd de beste stap is. Tegelijkertijd zijn speelsters als Kardinaal en de jonge internationals Renee van Asten, Sophie Proost en Liv Pennock al vroeg vertrokken, omdat de Eredivisie volgens Stentler "niet interessant genoeg" meer is.
Toch zien betrokkenen ook lichtpunten. De inkrimping van de Vrouwen Eredivisie van twaalf naar tien clubs moet de onderlinge kwaliteit verhogen en voor meer topwedstrijden zorgen. Daarnaast kan WK-deelname van de Oranjevrouwen de aandacht en het publiek weer een impuls geven, nu de kijkcijfers en stadionbezoek teruglopen. Stentler waarschuwt dat het "heel kwetsbaar" aanvoelt en verwacht dat KNVB en kleinere clubs deze keer echt moeten profiteren als Oranje zich plaatst.