Home   2026-10-22 19:56:51

←

Nieuwe regels gezinshereniging (nareis) gelden ook bij oudere aanvragen

Original article

De rechtbank Den Haag heeft vrijdag voor het eerst uitspraak gedaan over een aantal nieuwe (strengere) regels voor nareis. De bestuursrechter oordeelt dat de nieuwe regels, die op 12 juni 2026 in werking zijn getreden, ook gelden voor oudere aanvragen. Daardoor is het vooral voor mensen met subsidiaire bescherming (personen die geen asielstatus als vluchteling krijgen, maar wel bescherming nodig hebben omdat terugkeer naar hun land van herkomst voor hen een reëel risico oplevert op ernstige schade) moeilijker geworden om hun gezinsleden naar Nederland te laten komen.

In deze uitspraken gaat het om personen uit Syrië die een verblijfsvergunning als subsidiair beschermde hebben gekregen. Zij hebben een aanvraag gedaan om hun gezin naar Nederland te laten komen. De minister heeft de aanvragen afgewezen omdat niet wordt voldaan aan de nieuwe regels.

De rechtbank ziet dat de gevolgen van de nieuwe nareisregels groot kunnen zijn. Dat geldt vooral voor mensen die hun aanvraag nog volgens de oude regels hebben gedaan. Toch vindt de rechtbank dat de nieuwe regels (en het toepassen daarvan op oude aanvragen) niet in strijd zijn met hogere regels of algemene rechtsbeginselen. Hierbij weegt mee dat de wetgever veel ruimte heeft om het moment te kiezen waarop nieuwe wetgeving wordt toegepast. 

Oordeel
Dat betekent niet dat de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van deze personen zomaar mocht afwijzen. De minister moet in elke zaak alle belangen van de betrokkenen goed afwegen. In de uitspraken van vandaag oordeelt de rechtbank dat de minister dat niet goed genoeg gedaan heeft. De rechtbank draagt de minister op om binnen zes weken opnieuw op de aanvragen te beslissen.

De uitspraken van vandaag gaan niet over alle nieuwe nareisregels. De rechtbank heeft alleen gekeken naar de eisen die in deze zaken aan de orde waren.

Hoger beroep
Wanneer partijen het niet eens zijn met deze beslissing kunnen zij in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitspraak 1

Uitspraak 2