Industriebeleid betekent investeren in vrijheid
Vorige week presenteerde het kabinet na aandringen van Peter Wennink en Jelle Prins een nieuwe poging tot industriebeleid. Volgens Eelco Heinen moet een van de onderdelen, de Nationale Investeringsinstelling, een kwestie worden van ‘ZuidAs meets TU Delft’ en voor een directeur werd gezocht bij de ‘slimme boys van financiën’.
Wat is er toch met mensen, vooral mannen, die over innovatie praten? Ze geven me hetzelfde gevoel als experts in financiële markten of geopolitiek. Hun werk ziet er heel gewichtig uit maar in werkelijkheid is het een kwestie van gokken en speculeren. Neem de taalmodellen die nu alles overnemen: dat de – op het eerste gezicht – domme tactiek van ‘voorspel het volgende woord’ cruciaal zou zijn voor deze sprong in AI, zagen weinigen aankomen.
Noch de Zuidas, noch de TU Delft staan bekend om hun historisch besef, dus het is nuttig om juist nu wat Nederlandse innovatie- en techniekgeschiedenis terug te lezen. Hoe een belangrijke voorloper van de lithografiemachines van ASML voortkwam uit het vermaarde Philips NatLab. Net als andere kapitaalkrachtige bedrijven en organisaties, zoals het Amerikaanse leger en telecommonopolist AT&T, had ook Philips een proeftuin waar slimme mensen spannende dingen konden uitproberen zonder al teveel rapportageverplichtingen, doelstellingen, hoepelspringen. Met drie ingrediënten: vrijheid, vrijheid en vrijheid.
„Op een goede dag in 1966 besloot [de Nederlandse scheikundige Else] Kooi eens iets geks te proberen.” Zo begint één van de anekdotes in het boek over dit lab van Van Gerven en Raaijmakers. Na een boel mislukkingen slaagt Kooi erin om transistors op een siliciumchip beter te ordenen. Het resultaat is de Locos-technologie, één van de meest lucratieve patenten van Philips ooit.
De rol van overheidsgeld is in de Nederlandse innovatiegeschiedenis vrijwel altijd op de achtergrond aanwezig. In het boek Focus beschrijft NRC-journalist Marc Hijink dat in de begintijd van ASML de helft van het onderzoeksgeld uit Nederlandse en Europese subsidies komt. Maar er mislukt ook veel. Het grote Europese Unidata consortium uit de jaren 70 stopt na ruzie en gedoe. En dan is er het Mega-project uit de jaren 80: de zwaar gesubsidieerde samenwerking tussen Siemens en Philips om de opgelopen achterstand van de Europese halfgeleidermarkt op de Japanners in te halen. In Nijmegen verrijst een machtige chipfabriek, maar de markt blijkt grillig. Philips lekt geld en heeft niet het uithoudingsvermogen om de sprint vol te houden. NRC verklaart eind jaren 80 het Megaproject tot een flop. Kamerleden eisen uitleg voor deze mislukte overheidssubsidie.
Goed industriebeleid is niet gaaf, het is ondankbaar werk. Lang op de achtergrond, en vaak een mislukking
Maar was het een flop? De geschiedenis oordeelt anders. Dankzij de bij Philips ontwikkelde technologie verrijst in Taiwan bij TSMC een eerste fabricagelijn met als hofleverancier: ASML. Beide de grote overwinnaars in de chipmarkt, beide mede mogelijk gemaakt door Mega.
Dat is óók het verhaal van innovatiebeleid. Het levert vrijwel nooit op wat het moet opleveren. Vergeet de Key Performance Indicators, vergeet je mijlpalen en je tijdslijnen. Internet was zowel bij CERN als bij ARPA bijvangst van mensen die computers sneller wilden laten delen en communiceren. Het Mega-project moest Philips tot belangrijkste chipfabrikant maken, maar maakte in plaats daarvan ASML bijna een halve eeuw later ’s werelds belangrijkste leverancier van lithografiemachines.
Nederland heeft geen tekort aan innovaties. De belangrijkste programmeertaal van de wereld is hier ontwikkeld, Python. Een van de meest verkochte geneesmiddelen in de wereld, Keytruda, is door onderzoek bij Organon tot stand gekomen. Het waren van die slimme financiële boys die het keer op keer niet op waarde wisten te schatten.
Dat zijn de lessen die de geschiedenis ons leert: goed industriebeleid is niet gaaf, het is ondankbaar werk. Lang op de achtergrond, en vaak een mislukking. Maar uit omgevallen bomen groeien de mooiste bedrijven. De meest beloftevolle innovaties moeten tien keer uit de prullenbak worden gehaald, en slim investeren door de overheid is eerder strandjutten na de tsunami dan op de golf surfen. Na de boom en bust van nieuwe technologie, als die het minst populair is en de markt zich terugtrekt, de parels redden.
Goed investeren is niet al te veel mijlpalen stellen of proberen de toekomst te voorspellen, maar het waarderen van happy accidents, geduld hebben en op de lelijke eendjes letten, want die veranderen uiteindelijk de wereld.
En realiseer je dat we geen Amerikanen zijn. Er lopen geen hordes investeringscowboys rond, en ons leger is godzijdank niet de belangrijkste organisatie in dit land. Stop met het gave coltruiengedrag en dat ‘move fast and break things’. Een Nederlandse ontdekker is ook iemand die met de bammetjes in zijn broodtrommel naar een plek fietst waar er ruimte en geduld is om gewoon iets geks te proberen samen met andere vindingrijke techneuten. Laat die slimme boys alsjeblieft een toontje lager zingen want ze hebben een lange track record van het verpatsen van de kroonjuwelen en het onderwaarderen van de belangrijkste ontdekkingen.
Maar investeer vooral. Het resulteert vrijwel nooit in dat wat je verwachtte. En ook niet wanneer. Maar uiteindelijk levert het wel iets op.
Correctie (1 oktober 2026 om 19.45 uur): In een eerdere versie van deze column werd de naam van een agentschap genoemd, bedoeld werd de Nationale Investeringsinstelling. Dat is hierboven aangepast.Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.