De eeuwige cyclus van Oranje: steeds weer nieuwe jonge spelers die komen morrelen aan de hiërarchie
Nog twee interlands en Virgil van Dijk (35) treedt als elfde speler toe tot de Club van 100, mannen met minimaal honderd interlands voor het Nederlands elftal. En dan is hij ook nog een laatbloeier, met een debuut op zijn 24ste.
Dat debuut voltrok zich in het najaar van 2015, in Kazachstan, met Danny Blind als bondscoach en een magere zege (1-2) als resultaat. De doelpunten kwamen van Wesley Sneijder, recordhouder met 134 interlands, en Gini Wijnaldum. Tim Krul stond in het doel, Klaas-Jan Huntelaar was de spits.
Van Dijk is als enige speler van toen overgebleven. Zondag zag hij, in zijn 98ste interland, een jonge spits twee doelpunten maken tegen Servië: Mexx Meerdink. Over hem zei de aanvoerder, in het avondlicht van Belgrado: ‘Hij heeft twee goede wedstrijden gespeeld. Een leuke jongen. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik niet heel veel wedstrijden van AZ heb gezien. Maar op de training ziet het er ook goed uit. Hij houdt ballen vast. Hij is kopsterk en heeft een goede drive.’
En Meerdink kan dus ook een strafschop nemen. Geen overbodige luxe bij het Nederlands elftal.
Eeuwige cyclus
De uitspraken van aanvoerder Van Dijk tekenen de eeuwige cyclus van Oranje: jongens uit de Nederlandse competitie klimmen in relatieve internationale anonimiteit op tot ze worden opgeroepen voor het Nederlands elftal – al zijn sommige toptalenten tegenwoordig al weg voordat ze hun debuut in de eredivisie hebben gemaakt.
Van Dijk zelf ging van FC Groningen naar Celtic en daarna naar Southampton, en speelt nu alweer jaren bij Liverpool. Dat is de keten: kansen grijpen en vervolgens het nationale elftal beter maken, opfrissen met nieuw elan.
Voor de jongeren is het zaak te morrelen aan de hiërarchie. Ruben van Bommel is Noa Lang, die op enkele uitzonderingen na nooit heel nadrukkelijk aanwezig was in Oranje, bij wijze van spreken al voorbijgestreefd. Zo krijgt Oranje telkens een ander aanzicht – een iets vrolijker gezicht ook, na de angstige grimas tijdens het WK.
Het duel tegen Griekenland, donderdag in voetbalgek Thessaloniki, wordt mogelijk de moeilijkste klus voor bondscoach Xavi Hernández tot nog toe. In het stadion van PAOK Saloniki kan het ouderwets spoken, als in weinig andere stadions in Europa.
De motor afstellen
Aan Xavi om de motor van Oranje opnieuw af te stellen. Het is een kwestie van oude, bruikbare onderdelen koesteren en nieuwe installeren, en tussendoor de motor een beetje opvoeren.
Vooruitkijkend naar de toekomst ziet de Spanjaard, nog maar net werkzaam in Nederland, ongetwijfeld een paradox. Wie Jong Oranje zielloos door de op papier niet al te lastige kwalificatie voor het EK ziet strompelen, denkt niet meteen aan glorieuze tijden voor het Nederlands elftal. Maar het geruststellende van Oranje is dat het gaat om de samenvoeging van oude elementen met een enkele nieuweling.
Zoals Meerdink met zijn doelpunten. Denzel Dumfries, een van de reserve-aanvoerders, had ook genoten van de aanvaller: ‘Een goede spits. Het zit ’m bij hem in de combinatie van meevoetballen en levensgevaarlijk zijn in het strafschopgebied. Hij heeft een neusje voor de goal. Het is goed dat hij zich laat zien, ook voor de concurrentiestrijd.’
Ruben van Bommel is op dit moment een uitstekende optie voor de positie van linksbuiten. En wie weet speelt ook Gjivai Zechiël nog een rol, momenteel de beste middenvelder van de eredivisie; hij stapte deze week over van Jong Oranje naar het Nederlands elftal.
Te snel afgeschreven
En af en toe vindt de monteur van de machine een onderdeel dat eerder misschien net iets te vlot is afgedankt of afgeschreven. Xavi poetst Joey Veerman op, omdat hij, als voormalig spelbepaler, beseft dat de opbouw van het spel cruciaal is. Frenkie de Jong is geblesseerd en Veerman kan als weinig anderen zogenoemde liniedoorbrekende passes geven. Dus stond Veerman te glimmen na het duel in Servië (1-2), waarin hij de magneet was voor bal en medespelers.
Veerman: ‘Ik probeer altijd naar voren te spelen en mensen te bedienen die voor mij staan. Deze bondscoach geeft mij vertrouwen. En de verdedigende linie zoekt mij in de opbouw. Dat is fijn, dat ik vertrouwen voel, dat ze weten dat ze de bal bij mij kwijt kunnen. Dan is het aan mij om er iets goeds mee te doen. De bondscoach heeft een idee hoe ik moet voetballen op die positie, en dan is het makkelijk dat hij daar zelf ook heeft gespeeld.’
Veerman doet het graag en kan het: een bal tussen de linies spelen, dankzij zijn traptechniek snel van kant wisselen of een slim balletje achter de laatste lijn droppen, zoals bij de winnende treffer in Servië: Veerman, Til, Meerdink, goal.
Winnen is het adagium
Een deels nieuw Oranje dus, met een andere bondscoach en andere ideeën. Met oudere en nieuwe spelers, met een herintreder als Joey Veerman. Met een hoge graad van ernst, ook over de Nations League, de competitie die hoe dan ook aan aanzien heeft gewonnen.
Winnen is het adagium. Van Dijk: ‘Er zijn geen oefenwedstrijden meer. We doen er gewoon alles aan om te winnen. De Nations League geeft toch een speciaal gevoel, en er zijn goede tegenstanders.’
Wat misschien meespeelt is dat Oranje in 2019 de eerste finale van de Nations League bereikte, en daardoor goede herinneringen bewaart aan de competitie.
Een paar wijzigingen
Xavi zal donderdag weer wat wijzigingen aanbrengen in de opstelling, maar vermoedelijk niet te veel, ook omdat Griekenland net even te goed is en Xavi wel wil winnen. Als Van Bommel fit genoeg is, zal hij voor het eerst beginnen, nu Cody Gakpo geblesseerd is afgehaakt.
Jurriën Timber zal normaliter Jan Paul van Hecke vervangen, die de training van woensdag met lichamelijk ongemak verliet. Ook omdat Van Dijk en Timber een duo vormen dat nog weinig heeft samengespeeld, mede door de lange afwezigheid van Timber, terwijl er door menigeen verlangend naar is uitgekeken.
Door alle aandacht voor Xavi, Van Bommel, Meerdink en Veerman krijgt Crysencio Summerville momenteel misschien wat te weinig lof. Hij was al de Nederlandse verrassing op het WK, dus de nieuwigheid is er wellicht al een beetje af. Nu is hij vaste waarde en sprankelt hij op de rechtervleugel.
Andere tijden
Het zijn dus andere tijden, met meer druk naar voren, zoals dat dan heet: meer spel op de helft van de tegenstanders en minder zielloze balletjes breed. Het elftal krijgt meer kansen. Meer schoten, meer balbezit.
Van Dijk: ‘We creëren veel. We zijn nog een beetje zoekende, maar er is intensiteit. We proberen volle bak druk te zetten, negentig minuten lang. Als we de bal hebben, proberen we die het werk te laten doen. Dat ‘zoekende zijn’ bestaat uit communicatie, over het moment van druk zetten en andere details die beter kunnen, beter moeten, om meer te domineren. Het afmaken van kansen hoort daar ook bij.’
Hier spreekt een aanvoerder. Binnenkort is hij de elfde man in de Club van 100, elf jaar na zijn debuut in Kazachstan.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie