Home   2026-10-22 19:56:51

←

Uitgeprocedeerde Syriërs zaaien geweld, maar Nederland kan niet uitzetten

Original article

Arnhem staat opnieuw in de schijnwerpers na een geweldsuitbarsting tussen twee groepen jonge Syriërs dinsdagavond in het centrum van de stad. Bij de confrontatie, waaraan in totaal zo’n vijftien Syriërs deelnamen, raakte één persoon zwaargewond door een steekpartij. De politie hield acht jonge mannen aan, tussen de 17 en 20 jaar, afkomstig uit verschillende plaatsen in Nederland, onder meer Amsterdam, Amersfoort en Nijmegen.

De Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch reageerde fel op het incident. Hij spreekt van "criminelen die hier niets te zoeken hebben" en wijst erop dat het in deze zaken gaat om zwaardere misdrijven dan diefstal of luidruchtig gedrag. Arnhem kampt al langer met een groep van naar schatting honderd Syrische jongeren die voor overlast zorgt. Ook in steden als Utrecht en Den Bosch waren eerder problemen met vergelijkbare groepen.

Niet alleen in de steden speelt dit. Ook in het openbaar vervoer melden medewerkers toenemende agressie en geweld door uitgeprocedeerde jonge asielzoekers en zogenoemde veiligelanders, zoals mensen uit landen als Marokko. Vakbondsvoorzitter Wim Eilert van spoorbond VVMC zegt dat een aanzienlijk deel van de ruim 5.000 meldingen van agressie en geweld tegen NS-personeel dit jaar aan deze groepen wordt toegeschreven. Volgens hem gaat het onder meer mis op de lijn Emmen–Zwolle, rond Utrecht Centraal, in Goes, Budel en Den Helder.

Veel van de betrokken Syriërs hebben nauwelijks kans op een verblijfsvergunning sinds de val van het Assad-regime in 2024, waardoor de situatie in Syrië volgens Nederland is verbeterd. Veel asielaanvragen worden afgewezen, terwijl jonge Syriërs toch naar Nederland komen in de hoop later hun familie te kunnen laten overkomen. Zij blijven na een afwijzing vaak in het land, soms zonder vaste verblijfplaats en zonder perspectief, wat volgens betrokkenen kan bijdragen aan criminaliteit en overlast.

Uitzetten blijkt in de praktijk echter bijna onmogelijk. Voor gedwongen terugkeer is medewerking van het land van herkomst nodig, maar met Syrië zijn nog geen afspraken over gedwongen terugkeer, ook niet voor mensen met strafbaar gedrag. Vreemdelingenbewaring mag alleen als er zicht is op terugkeer, en dat ontbreekt bij Syriërs vrijwel altijd. Vrijwillig vertrek wordt wel gestimuleerd met hulp bij reis en herstart, zoals een ticket en geld voor studie, maar slechts een kleine groep maakt daar gebruik van.

In Den Haag en Brussel wordt gewerkt aan strengere regels. Volgens hoogleraar sociologie Arjen Leerkes (Erasmus Universiteit) komt er wetgeving die het opnieuw makkelijker maakt om iemand vast te zetten in het belang van de openbare orde, ook als uitzetting nog niet concreet is. Daarnaast wil het ministerie van Justitie en Veiligheid het ‘frustreren van terugkeer’ strafbaar maken, met mogelijk een celstraf van drie maanden of een boete van 5.500 euro. Intussen probeert Nederland via diplomatieke contacten, zoals een recent bezoek van ministers Tom Berendsen en Bart van den Brink aan Damascus, afspraken te maken met het nieuwe Syrische regime, maar snelle veranderingen worden niet verwacht. Leerkes pleit daarom voor tijdelijke opvang en begeleiding voor uitgeprocedeerde Syriërs, om nieuwe problemen zoveel mogelijk te voorkomen.