Kabinet wil kleinere spaarders ontzien in nieuwe vermogensplan
Het kabinet is bereid de geplande verhoging van de vermogensbelasting voor kleinere spaarders en beleggers aan te passen. Minister Steven Heinen van Financiën zei dat donderdag tijdens de tweede dag van de Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer. Hij erkende dat de voorgestelde ondergrens voor belastingheffing veel meer mensen raakt dan bedoeld en dat hij die impact heeft onderschat.
De regering wilde vanaf 2028 extra geld vrijmaken voor een nieuwe winstbelasting op beleggingen in box 3. Daarvoor was voorgesteld om de vrijstelling te verlagen, zodat mensen al belasting gaan betalen als ze meer dan 1000 euro rendement per jaar halen uit spaargeld en beleggingen. Volgens Heinen was die grens gekozen zodat een stel met tot ongeveer 100.000 euro spaargeld buiten schot zou blijven, maar in de praktijk zouden ook veel kleinere spaarders voor het eerst belasting gaan betalen.
Het plan stuitte woensdag op brede weerstand in de Kamer, zowel bij linkse als rechtse oppositiepartijen. Ook binnen de coalitie klonk stevige kritiek, waardoor het kabinet niet zeker was van een meerderheid voor de begroting en de box 3-plannen. Heinen zei nu dat hij "bereid is tot een andere grens", maar waarschuwde dat er dan elders in het belastingstelsel geld gevonden moet worden, terwijl er volgens hem "niet heel veel knoppen zijn om aan te draaien".
Naast de langetermijnplannen vanaf 2028 ligt ook een tijdelijke verhoging van de vermogensbelasting voor volgend jaar onder een vergrootglas. In 2025 zou de vrijstelling dalen van bijna 60.000 euro naar ongeveer 31.000 euro en gaat het belastingtarief op vermogen omhoog. De minister wil ook naar deze stap opnieuw kijken en daarover met de Kamer in gesprek. Uiterlijk over twee weken, wanneer het Belastingplan wordt behandeld, moet er duidelijkheid zijn over eventuele aanpassingen.
In het debat kwam ook de geplande bezuiniging op de sociale zekerheid aan de orde. Heinen herhaalde dat het kabinet rekent op een sociaal akkoord tussen werkgevers en vakbonden, dat volgens hem meer moet opleveren dan de voorgenomen korting. Door hervormingen zouden de uitgaven aan uitkeringen als WW en WIA moeten dalen, waardoor er minder bezuinigd hoeft te worden bij ministeries.
Blijft zo’n akkoord uit of levert het minder op dan gehoopt, dan worden alsnog de uitgaven van departementen verlaagd. In de doorrekeningen die dinsdag bekend werden, komt het ministerie van Onderwijs dan het zwaarst in beeld, met een mogelijke besparing van 1,2 miljard euro. Onderwijsminister Letschert zei daarover dat er geen coalitieafspraak ligt om op onderwijs te snijden. Heinen noemt de ingeboekte besparing "technisch" en stelt dat die niet doorgaat als de sociale partners hun afspraken nakomen: "Dan is het een non-discussie."