Roma, Sinti en woonwagenbewoners discrimineren is ‘haast genormaliseerd’ zegt de Nationale Ombudsman
Toen Ardzun Galjus vijf jaar oud was, haalde zijn moeder hem van school. De Amsterdammer werd er, vertelt hij, buitengesloten omdat hij Roma was. „Als enige mocht ik niet naar de wc. Ik mocht niet eten en niet drinken.”
Op zijn volgende basisschool was het beter, maar ook daar stak het gevoel dat leraren en klasgenoten anders naar hem keken. Op de Citotoets haalde hij havo-niveau; het advies werd vmbo-kader. „Als Roma sta je altijd 2-0 achter”, zegt de nu 40-jarige Galjus.
Het is een van de verhalen in Volk zoals jij, het rapport dat de Nationale Ombudsman maandag publiceert over discriminatie van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. De conclusie: de overheid weet al jaren dat deze groepen gebukt gaan onder vooroordelen en discriminatie, maar wezenlijke verbetering blijft uit. De aanpak is verdeeld over verschillende ministeries en gemeenten. Daardoor is voor elk afzonderlijk probleem wel iemand verantwoordelijk, maar voor het geheel is dat nauwelijks te zeggen. Volgens de ombudsman ontbreekt het bij deze instanties aan urgentie. „Deze discriminatie is haast genormaliseerd.”
Roma, Sinti en reizigers hebben niet veel gemeen, schrijft de ombudsman in het rapport. De drie minderheidsgroepen spreken andere talen, komen uit andere culturen en hebben een andere etnische achtergrond. Roma wonen bovendien, anders dan reizigers en Sinti, vaak niet in woonwagens. Meerdere geïnterviewden waarschuwen er in het rapport dan ook voor de groepen niet „op één hoop” te gooien.
Dat de ombudsman de groepen toch gezamenlijk behandelt, komt omdat hun ervaringen met discriminatie op belangrijke punten overeenkomen. Hun afkomst wordt geregeld gekoppeld aan stereotypen over criminaliteit en afwijkend gedrag. Die beeldvorming werkt vervolgens door op school en op de arbeidsmarkt. Kinderen krijgen volgens het rapport lagere schooladviezen, jongeren hebben meer moeite een stageplek te vinden en volwassenen stuiten bij sollicitaties op discriminatie.
Een van de gevolgen daarvan is dat mensen hun achtergrond proberen te verbergen. Roma en Sinti verzwijgen hun afkomst bij sollicitaties of gebruiken een andere naam. Galjus hield zelfs tegenover vrienden lange tijd voor zich dat hij Roma is. Woonwagenbewoners laten soms liever hun adres onvermeld.
Onterecht Bibob-onderzoek
De ombudsman ziet daarnaast voorbeelden van institutionele discriminatie. Die verschillen per groep, maar hebben volgens hem een gemene deler: als de overheid Roma, Sinti en woonwagenbewoners expliciet in beleid benoemt, gebeurt dat vaak vanuit het perspectief van veiligheid en handhaving. Het beleid krijgt daardoor geregeld een controlerend of repressief karakter, stelt de ombudsman vast.
Kinderen krijgen lagere schooladviezen, jongeren hebben meer moeite een stageplek te vinden en volwassenen stuiten bij sollicitaties op discriminatie
Zo moesten woonwagenbewoners die in Apeldoorn een kavel wilden kopen tot voor kort standaard een Bibob-onderzoek ondergaan. De strenge toets is bedoeld om te voorkomen dat criminele ondernemers hun hand weten te leggen op een vergunning, maar wordt in meerdere gemeenten ook op woonwagenbewoners toegepast. Deze maand heeft de gemeente dat beleid geschrapt: voortaan moet er een concrete aanleiding zijn voor zo’n onderzoek.
De ombudsman benoemt ook het zogenoemde uitsterfbeleid, dat tot 2018 werd gevoerd. Dat bestond eruit dat gemeenten nauwelijks nieuwe woonwagenstandplaatsen aanlegden en bestaande plekken verdwenen. Een belangrijke rechtvaardiging daarvoor was, volgens Rijk en gemeenten zelf, de vrees voor criminaliteit.
Al in 2017 concludeerde de Nationale Ombudsman dat het standplaatsenbeleid voor woonwagenbewoners in strijd was met de mensenrechten. Een nieuw landelijk beleidskader uit 2018 moest daar verandering in brengen. Maar acht jaar later is de vooruitgang volgens de ombudsman beperkt. Tegenover een behoefte aan zeker 4.000 nieuwe standplaatsen kwamen er in drie jaar tijd 99 bij. Dat er in 2026 zo weinig is verbeterd, noemt de ombudsman „kwalijk”.
Ook Roma krijgen volgens de ombudsman te maken met institutionele achterstelling: ongelijke behandeling bij asielaanvragen en wederom overheidsbeleid dat uitgaat van criminaliteit in de gemeenschap.
Niet meer onderzoek nodig
Meer onderzoek naar discriminatie is volgens de ombudsman niet nodig. Er ligt inmiddels genoeg. Het kabinet moet in plaats daarvan volgens de ombudsman Roma, Sinti en woonwagenbewoners nadrukkelijk betrekken bij beleid en hun positie expliciet opnemen in de landelijke aanpak van discriminatie. Ook zijn maatregelen nodig tegen discriminatie in het onderwijs en moet het Rijk meer regie nemen bij het tekort aan woonwagenstandplaatsen.
Een 67-jarige Sinti-man, die in het rapport onder de gefingeerde naam Jaco verschijnt, vat die bestuurlijke stilstand samen. „Sinti ervaren elke dag discriminatie”, zegt hij. „Maar vanuit de overheid blijft het bij rapporten, rapporten, rapporten.”
Correctie (28 september 2026 om 12.47 uur): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de achternaam van de eerste geciteerde Galius was. Dat moest Galjus zijn, dat is hierboven aangepast.Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.