Alles was al mooi egaal, alleen één steen stak nog akelig omhoog
Op het plein voor de supermarkt stampte een stratenmaker de pas gelegde stenen plat met zo’n zware, schuddende machine. Alles was al mooi egaal, alleen één steen stak nog akelig omhoog. Hoe vaak hij er ook overheen ging met de machine, hij kreeg die rotsteen niet plat.
Toen ik terugkwam uit de supermarkt, waren de mannen klaar voor vertrek. Om het probleem op te lossen, hadden eerst alle stenen eruit gemoeten, een boomwortel had moeten worden afgezaagd en alles opnieuw gelegd en geëgaliseerd. En dat gingen ze, vermoedelijk vanwege tijd en geld, niet doen.
Vergeefs klopte een man nog wat met een hamer op de opstandige steen. Je kon hem horen denken toen hij langzaam overeind kwam en nog even met een schuin oog naar de steen bleef kijken. Hierover ging iemand binnen afzienbare tijd geweldig op zijn plaat. Hopelijk was het geen kwetsbaar persoon. Of iemand met de handen in de zakken.