Home   2026-08-03 17:31:33

Toen Michel van Egmond de 'slechtste NAC-speler ooit' interviewde

Original article

Door zijn uitstekende mentaliteit en lange haar groeide Den Haan eind jaren tachtig uit tot een publiekslieveling bij NAC Breda. Van zijn techniek moest de middenvelder het minder hebben. In de nazomer van 2012 wijdde Michel van Egmond zijn rubriek Balverliefd aan Den Haan. 'Ik zweer het je: ik kon letterlijk nog geen tien keer hooghouden toen ik een contract tekende, zó slecht was ik.'

Het is tijdens de presentatie van het ruim vijf kilo wegende jubileumboek 100 jaar NAC, dat Gerard den Haan aan de andere kant van de lijn zijn keel schraapt. Terwijl op het podium technisch directeur Jeffrey van As toegeeft dat hij nog even had getwijfeld of hij en de club deze heuglijke dag wel zouden halen, zegt Den Haan dat hij 'dood- en doodziek' is. 'Ach, man. Ik vind het verschrikkelijk dat ik er niet bij kan zijn. Ik baal echt als een stekker. Maar ja, ik moet werken.' Als je goed luistert kun je het frituurvet op de achtergrond horen sissen. Gerard den Haan, een van de grootste culthelden uit de geschiedenis van NAC, is al jarenlang geen voetballer meer, maar patatbakker.

In het stadion schuifelen de clubcoryfeeën even later langs een tijdelijke fototentoonstelling. Het is een mooi gezicht. Je kunt er Kees Kuijs in verbazing naar zichzelf zien kijken en Bertus Quaars en oud-doelman Peter van de Merwe. Frans Bouwmeester dribbelt hier ergens rond en de rijzige gestalte van de onvermijdelijke Jacques Visschers is uiteraard ook al waargenomen. Aan de muren is de geschiedenis van NAC samengevat in tientallen prachtige afbeeldingen. Je ziet Kees Rijvers in 1948 in Tsjechoslowakije voorzichtig balancerend op een boomstam een riviertje oversteken en Peter Remie in zijn onderbroek en met een kerstmuts op zijn hoofd in 1993 de promotie naar de Eredivisie vieren. Daartussen hangen nog tientallen foto's van andere grote NAC'ers op het hoogtepunt van hun roem. De meesten van hen speelden honderden wedstrijden voor de club, maakten samen ontelbaar veel doelpunten en zijn dan ook allemaal prominent vertegenwoordigd in het boek. Maar er zijn ook zes volle pagina's ingeruimd voor Gerard den Haan. En dat is niet omdat hij de beste voetballer uit de clubgeschiedenis is.