Home   2026-10-22 19:56:51

←

Toen Mönchengladbach zijn Bomber uit de Betuwe koesterde

Original article

Van Lent zag het levenslicht in Nederland, maar speelde zijn hele professionele loopbaan in Duitsland. Zeker rond de eeuwwisseling zag de kijker van Sportschau de spits veelvuldig scoren. Van Lent, die lange tijd onder contract had gestaan bij Werder Bremen, trok in 1999 naar Borussia Mönchengladbach. Daar speelde de toen 32-jarige aanvaller nog steeds toen Iwan van Duren hem opzocht in 2003.

Der Mythos ist wieder zurück. De billboards in het voetbalmaffe Mönchengladbach schreeuwen het uit. We schrijven de mooie zomer van 2001, de equipe van Borussia Mönchengladbach wordt gehuldigd door meer dan honderdduizend mensen op de Grote Markt. Stralend middelpunt van de feestvreugde is Arie van Lent. Hij verliet een voetballeven geleden Opheusden als spits van de plaatselijke vierdeklasser en is nu aanvalsleider van het vermaarde en getergde voetbalinstituut vlak over de grens. Achttien maanden na de promotie hangen de zwart-wit-portretten van illustere clubsterren zoals Berti Vogts, Hennes Weisweiler en Jupp Heynckes metersgroot achter een waas van regendruppels aan de grauwe, betonnen pijlers die het houten dak van het Bökelbergstadion ondersteunen. De gezichten markeren de geschiedenis van de club, die in de jaren zestig en zeventig uitgroeide tot lieveling van Europa. Met fris en dartel spel verdiende de ploeg de bijnaam Die Fohlen, ofwel De Veulens. Twee UEFA Cups en vijf landstitels onderstrepen de gouden jaren zeventig.

Anno 2003 rest slechts de zoete herinnering. De geur van Bockwurst en de grote glazen bier zijn gebleven, net zoals de karakteristieke tribunes die nog steeds moeiteloos vollopen. Maar om de landstitel strijdt Gladbach allang niet meer. De veulens zijn vervangen door elf werkpaarden, die ploegen in de onderste regionen. De sterren van nu zijn slechts huisschilders vergeleken met de kunstzinnige artiesten die hier geschiedenis schreven. Neem nu spits Arie van Lent, het kalende oermens uit de Betuwe, jarenlang dolend in de marge van het Duitse voetbal maar inmiddels uitgegroeid tot de Bomber vom Bökelberg. Zal zíjn portret ooit de pijlers van het stadion sieren? Tussen coryfeeën zoals Günter Netzer, Allan Simonsen en Rainer Bonhof? Zeer onwaarschijnlijk.