Onderzoek: de mooie vlinders krijgen sneller een beschermde status
Europese vlindersoorten met felle kleuren en sierlijke vleugels krijgen meer wetenschappelijke aandacht en bescherming dan minder opvallende soorten, ook als die laatste ernstig bedreigd zijn. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van Europese wetenschappers, gepubliceerd in het vakblad Current Biology. Voor het onderzoek vulden 21.131 deelnemers uit 103 landen drie jaar lang een online enquête in, waarin ze meer dan 4.400 foto's van 492 Europese vlindersoorten beoordeelden op schoonheid.
Schoonheid bepaalt beschermingsstatus
Uit de beoordelingen kwam een duidelijke voorkeur naar voren: felle kleuren zoals blauw en geel, sierlijke staartjes en rustige contrasten scoren hoog bij het publiek. Bruine en compacte vlinders, zoals dikkopjes en zandoogjes, eindigen stelselmatig onderaan. Vorm- en kleurkenmerken verklaarden bijna twee derde van de verschillen in de schoonheidsscore.
Volgens de onderzoekers is deze voorkeur voor kleur en symmetrie geen toeval, maar een bekend verschijnsel uit de psychologie. Beelden die de hersenen makkelijk verwerken, ervaren mensen automatisch als aantrekkelijker. Omdat vleugelpatronen sterk genetisch bepaald zijn, volgt de schoonheidsscore de stamboom van de vlinder: hele families worden zo als aantrekkelijk of saai bestempeld.
Vlinderbescherming in Europese wetgeving
Deze voorkeur van hobbyisten voor kleurrijke soorten zoals de koninginnenpage of gehakkelde aurelia sijpelt door in het Europese natuurbeleid. Mooiere soorten zijn oververtegenwoordigd in het Verdrag van Bern uit 1979, de Europese Habitatrichtlijn uit 1992 en de bijbehorende LIFE-subsidies. Beslissingen van decennia geleden bepalen zo nog altijd welke vlinders vandaag financieel worden gesteund.
Bedreigde soorten krijgen minder aandacht
Bij de officiële Rode Lijsten van de IUCN geldt het omgekeerde beeld: de soorten die daadwerkelijk met uitsterven worden bedreigd, zijn gemiddeld minder aantrekkelijk bevonden dan andere soorten. Veel van hen zijn donkere bergvlinders die te lijden hebben onder klimaatverandering, of kleine soorten met een geïsoleerd leefgebied.
De onderzoekers waarschuwen daarnaast voor de rol van burgerwetenschap bij het in kaart brengen van vlinderpopulaties. Ongeveer 80 procent van de gegevens in grote biodiversiteitsdatabanken is afkomstig van vrijwilligers. Omdat onopvallende vlinders minder vaak worden gefotografeerd, raken risico-inschattingen vervormd.
De onderzoekers pleiten voor een omslag in de biodiversiteitspolitiek. Geld dat vooral naar de fraaiste soorten gaat, beschermt niet per definitie de natuur die het hardst nodig heeft.

Vlinders op een vlinderstruik (@Gemini-AI-impressie)