Nederlandse bodemonderzoeker begraaft duizenden onderbroeken en wint humoristische Ig Nobelprijs
Uit het juryrapport van de Ig Nobelprijs: u wint de humoristisch bedoelde wetenschapsonderscheiding ‘voor het begraven van duizend paren identieke onderbroeken’. Dat moet u toch even uitleggen.
‘We wilden het brede publiek op een grappige, inspirerende manier interesseren voor de bodem. Want voor de meeste mensen is de bodem toch: vies, donker, ver weg. Terwijl de bodem vol leven zit en 95 procent van ons eten voortbrengt. Zo kwamen we uiteindelijk op die onderbroeken uit, als indicator voor bodemkwaliteit. We wilden dat zoveel mogelijk mensen zouden meedoen.’
Mensen konden een pakket krijgen met daarin onder meer twee onderbroeken om te begraven. Na één respectievelijk twee maanden kon je zien: hoe zijn ze vergaan?
‘We hebben uiteraard katoenen onderbroeken gebruikt, die afgebroken kunnen worden door bacteriën, schimmels, bodemdiertjes. Daarna werden de resten naar ons teruggestuurd, samen met een zakje met een bodemmonster. Dat konden we dan in het lab analyseren en vergelijken met de onderbroek.’
Wat zag u?
‘Eigenlijk wat we al verwachtten: de verschillen in hoe snel een onderbroek vergaat zijn markant en hangen sterk af van het type bodemgebruik. Het afbraakproces gaat veel sneller in tuinen dan bijvoorbeeld in een grasveld of op een andere plek waar weinig in de bodem gebeurt. Ook viel ons op dat in sommige moestuinen veel te veel wordt gemest. Dat is ook weer niet goed, planten gaan daarvan echt niet sneller groeien.’
Stel, ik wil dit thuis ook proberen. Waar moet ik dan op letten?
‘Je zou dan in je tuin één of twee onderbroeken kunnen begraven. Maar je hebt ook vergelijkingsmateriaal nodig. Dus begraaf er ook een op een industrieterrein of een andere plek waar je verwacht dat de bodem slecht is. Op die manier krijg je een aardige indicatie voor hoe actief de bodem in je tuin is. En je kunt dit natuurlijk ook samen met de buurman doen, of bijvoorbeeld een zeiltje boven een stuk grond hangen, om te zien wat het effect van droogte is.’
Van de 2.200 onderbroeken die u uitdeelde, kreeg u er 1.752 terug, schrijft u in uw wetenschappelijke publicatie over het experiment. Liggen de overige 448 onderbroeken nog ergens onder de grond?
‘Een reden dat we onderbroeken hebben gebruikt en niet bijvoorbeeld sokken, is dat je een onderbroek, vanwege dat elastiek aan de bovenkant, makkelijker in één stuk kunt terugvinden. Maar ik denk dat er vast een aantal onderbroeken in de grond is blijven zitten. Die zijn nu helemaal vergaan.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie