Home   2026-10-22 19:56:51

←

Toen Jon Dahl Tomasson thuiskwam bij Feyenoord: '2002 is het bewijs dat alles kan'

Original article

Het Legioen van Feyenoord klapte de handen stuk toen Jon Dahl Tomasson het veld betrad voor de eerste training van het seizoen, zo begint VI-redacteur Martijn Krabbendam zijn verhaal, maar ook in een woonkamer in Vlissingen werd een klein feestje gevierd. Daar trok Emile Miedema een goede fles wijn open. De terugkeer van de 99-voudig Deense international betekent dat de ex-zaakwaarnemer zijn voormalige cliënt in Nederland voor de burgerrechter kan dagen. Miedema beschuldigt Tomasson van contractbreuk. De Zeeuw bracht de Deen in 1994 naar SC Heerenveen en begeleidde hem daarna bij de transfers naar Newcastle United, Feyenoord en AC Milan, maar sinds Tomasson bij die laatste club een miljoenenverbintenis tekende - en zodoende destijds de beste betaalde Scandinavische voetballer aller tijden werd - hoorde hij niets meer. Miedema zelf raakte in zwaar weer toen de belastingdienst hem zwaar aansloeg voor de Milan-transfer van Tomasson. De procedure loopt nog steeds, omdat de voormalige makelaar een deel van dat geld alsnog hoopt terug te krijgen.

En als ik terug naar Nederland ging, was er voor mij maar één club

Het gaat Miedema niet eens om het geld, maar om principes. Het grootste deel van een eventuele schadevergoeding zal hij overmaken naar een goed doel. Miedema wil weten of spelers zo maar een zaakwaarnemer aan de kant kunnen schuiven. De Zeeuw is volledig afgeknapt op Tomasson, die hij eerder in VI omschrijft als een voetballer die alleen maar aan geld denkt. ‘Deze transfer is goed nieuws voor Tomasson, voor Feyenoord, maar ook voor mij. Ik heb lang gewacht waar Tomasson dit seizoen zou gaan spelen, je hebt in ieder land nu eenmaal te maken met verschillen in het rechtssysteem. Nu kan ik gewoon in mijn eigen land stappen ondernemen’, reageert Miedema, die er aan werkt om nog deze maand gerechtelijke stappen te ondernemen.

Jon Dahl Tomasson zelf wil geen woorden vuil maken aan het geschil met Miedema. ‘Daar heb ik heel weinig op te zeggen, alleen dat ik heel veel medelijden met deze man heb’, sprak de aanvallende middenvelder eerder in dit blad. ‘Vanwege de manier waarop hij zich opstelt. Maar nu zeg ik eigenlijk al te veel. Ik voel er weinig voor om hier woorden aan vuil te maken. Het is heel zielig is dat het zo ver heeft moeten komen. Wanneer ik wat zeg, zal hij weer wat zeggen en dan komt er geen einde aan. Daar heb ik absoluut geen zin in. Het enige dat ik kwijt wil is dat ik medelijden met hem heb.’ 

De aanvallende middenvelder concentreert zich liever op zijn terugkeer bij Feyenoord, wat een bewuste keuze is geweest. ‘Eind vorig jaar sprak ik met mijn vrouwtje’, zegt hij. ‘Wat gingen we doen? Ik was op een punt in mijn carrière aanbeland dat ik naar de toekomst moest kijken. Ik had het wel gezien met de hectiek, na jaren bij AC Milan, VfB Stuttgart en Villarreal. Ik ben net vader geworden van een kleintje, het was tijd voor iets nieuws. Op dat moment besloot ik dat het Nederland moest worden. Ik heb me hier altijd thuis gevoeld, eerst bij SC Heerenveen en later in Rotterdam. Nederland lijkt in heel veel op Denemarken, in alles eigenlijk. De overeenkomst in mentaliteit tussen beide landen is zelfs veel groter dan die tussen Denemarken en Zweden, dat toch ook in Scandinavië ligt. En als ik terug naar Nederland ging, was er voor mij maar één club. Eind februari hebben we contact opgenomen met Feyenoord en de interesse was gelukkig wederzijds.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Hij komt binnen bij een club in verandering. Feyenoord wil in denken en doen de omslag maken naar een echte topclub. De nieuwe trainer Gertjan Verbeek voerde daarvoor een ingrijpende verbouwing door: de kleedkamers zijn groter, het krachthonk is nieuw, terwijl de coach ook de beschikking heeft over een laboratorium, zodat hij zijn spelers op ieder geschikt moment kan testen. ‘Tijden veranderen, het voetbal verandert’, weet Tomasson. ‘Om mee te kunnen doen op het hoogste niveau, moest Feyenoord wel veranderen. Vandaar dat ik niet verbaasd opkeek van de verbouwing in De Kuip. Het kon niet anders. Toen ik hier wegging in 2002 zag alles er anders uit. Nu is het allemaal veel professioneler. De kleedkamer en de bijbehorende faciliteiten hebben nu veel meer weg van een topclub. Dat heb ik bij AC Milan wel gezien. Maar wat opviel dat de sfeer bij Feyenoord niet anders is. Het is nog steeds een fijne club in een mooie stad. Toen ik mijn contract had getekend, ben ik met mijn vriendin de auto ingestapt en door Rotterdam gaan rijden, langs de voor mij belangrijke dingen. Zo leerde mijn vriendin de stad ook een beetje kennen, want toen ik hier zes jaar geleden vertrok, ging ik nog niet met haar om. Terwijl ik mijn auto door Rotterdam stuurde, was het gevoel meteen weer vertrouwd. Ik wil niet zeggen dat ik thuis kom, dat is een Leo-uitdrukking, maar als ik eerlijk ben voelde het zo wél een beetje.’

Je komt thuis bij een club die je in 2002 met problemen verliet. Je was boos over premies, die je bruto kreeg uitbetaald in plaats van netto. Daarop besloot je bewust je transfervrij status af te wachten, waardoor je voor niets vertrok naar AC Milan. Dat kostte Feyenoord zo’n vijftien miljoen euro. Nu keer je terug alsof er niets is gebeurd.

‘Wat gebeurd is, ís gebeurd. Ik ben niet rancuneus en Feyenoord ook niet. Het gaat altijd om de club. Die is groter dan alles en iedereen bij elkaar. Het gevoel dat ik toen had, had helemaal niets te maken met de club Feyenoord.’

Als Jorien van den Herik nog voorzitter was geweest, zou je hier nu niet hebben gezeten.

‘Dat denk ik wel. Waarom niet? Mensen hebben verschillende ideeën en gedachten. Dat is ook goed, want anders zou het maar een saaie wereld zijn. Maar na een paar jaar is alles toch vergeten? Dan telt alleen nog de toekomst van de club. En ik wil daar weer deel van uit maken.’

Feyenoord krijgt een betere speler terug dan degene die in 2002 vertrok

Bij Feyenoord heb je je beste tijd gehad als voetballer.

‘Ik heb overal een goede tijd gehad, behalve misschien bij VfB Stuttgart. Na Feyenoord vertrok ik naar AC Milan. Daar was mijn eerste jaar goed. Ik heb toen veel gespeeld in de Champions League en de Coppa Italia. In de competitie wat minder. Maar zo is de filosofie van die club. AC Milan heeft zo’n grote selectie, dat ze vaak met verschillende elftallen voetballen. Een jaar later speelde ik bijvoorbeeld weer veel vaker in de competitie en minder in de Champions League. Maar als je elke competitie meeneemt in je oordeel, heb ik erg veel gescoord. Ook al omdat ik veel als spits speelde.’

Je kreeg voor het eerst te maken met een roulatiesysteem. Is dat moeilijk voor een voetballer?

‘Niet voor mij, want ik kwam toch wel aan mijn wedstrijden, gemiddeld zo’n 26 keer per jaar. Ik wist vooraf hoe de situatie bij Milan zou zijn, dus stelde ik me er op in. Dat maakt het gemakkelijker.’

Van Feyenoord naar AC Milan, kom je dan terecht in een andere wereld?

‘Dat zeker. Qua professionaliteit is het denk ik een ongenaakbare club. Milan was z’n tijd vooruit. Je leest nu heel veel over individuele training, of linies die samen trainen. Bij Milan deden ze al niet anders. En als je erover nadenkt, is het volkomen logisch. Een aanvaller heeft toch een andere training nodig dan een verdediger? Daarnaast kreeg je een eigen programma voor je fysiek, want ook op dat vlak zit ieder mens anders in elkaar. Ik ben in Milaan ook veel fitter geworden, die benadering is bijna wetenschappelijk. En voor de rest heb ik geleerd dat alles in het teken moet staan van winnen. Niets anders is belangrijker, zeker niet in Italië. De mentaliteit is zo dat ze liever winnen met 1-0 dan met 4-3. Want dan heb je ook nog de nul gehouden. Voetbal is het belangrijkste in het leven van Italianen. Niet de vrouw of de kinderen, nee, het voetbal. Niet alleen bij de topclubs. Ook een voetballer van een degradatiekandidaat staat onder druk, omdat iedereen verwacht dat je wint. Als we bij Milan niet wonnen, was het dagen crisis. Gelukkig wonnen we veel: de titel en de Champions League. Dan is het leven gemakkelijker, al tellen de jaren dubbel.’

VfB Stuttgart werd geen succes. Waarom niet?

‘Er is daar te veel gebeurd, waarover ik niet wil uitweiden. Geen commentaar, te moeilijk om goed uit te leggen. In een carrière maak je leuke en minder leuke dingen mee. Stuttgart was minder leuk. Ik heb dat geaccepteerd en er een streep onder gezet. Terugkijken op negatieve ervaringen levert niets op. Ik zie er maar het positieve van in. Als persoon ben ik er wel sterker geworden. Iedere ervaring, positief en negatief, vormt je als mens. Die groei is ook wat waard. Het voetbal in Nederland en Spanje sprak me ook meer aan dan dat in Duitsland. Nederlanders en Spanjaarden spelen op techniek. Duitsers lopen. Ik zeg niet dat het voetbal in de Bundesliga sléchter is, wel ánders. De trainingen zijn er ook anders. Er is veel aandacht voor het loopwerk. Lauflagen, loopkampen, trainen zonder bal. Als liefhebber had ik daar wat moeite mee. Hard trainen is iets anders dan lopen. Bij Feyenoord trainen we nu ook zwaar, maar wel alles met de bal. Dan vind ik het niet erg veel te doen.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Jon Dahl Tomasson krijgt een heldenontvangst als hij terugkeert in De Kuip.

Na Stuttgart vertrok je naar Villarreal, waardoor je in de beste competities ter wereld hebt gespeeld: de Premier League, de Serie A, de Bundesliga en de Primera Division. Wat was de moeilijkste?

‘Toch de Primera Division, technisch de beste competitie in Europa. Er is geen ploeg die niet goed is, je kunt van iedereen verliezen. Spanjaarden zijn in mijn optiek de Brazilianen van Europa. Het is geen toeval dat de Spaanse ploeg Europees kampioen is geworden. Ze hebben gewoon de beste spelers. Marcos Senna was mijn ploeggenoot bij Villarreal. Hij heeft op het EK de wereld verbaasd, maar ik wist al hoe goed hij was. De middenvelders van Spanje zijn qua lengte niet groot, maar allemaal baas over de bal. Ze raken nooit in paniek, draaien makkelijk weg. Dat is natuurlijke aanleg. Dat spel ligt diep verankerd in het Spaanse voetbal. . Ze tikken. Als wij met Villarreal tegen, bijvoorbeeld, Getafe speelden, konden we makkelijk verliezen, terwijl we veel hoger stonden op de ranglijst. Ik heb er een fijne tijd gehad, minder hectisch dan in Milan en Stuttgart. Je moest wel winnen, aar ook weer niet ten koste van alles. Bij Milan was de sfeer verziekt als je verloor, in Villarreal kon je gewoon over straat. Er was geen druk. Daarom zal Villarreal nooit echt top worden. Er zitten slimme en verstandige mensen achter, maar daarvoor is de club niet groot genoeg en de stad te klein.  Maar ze leverden wel even drie internationals aan het Spaanse elftal: Senna, Capdevilla en Santi Carzola.’

Wie is de beste speler met wie je hebt samengespeeld?

‘Ik heb met heel veel toppers gespeeld, maar Andrea Pirlo was de beste. Balvast, altijd zoeken naar de pass en heel slim bewegend. Hij was fysiek niet zo sterk, maar zó slim. Hij bewoog gewoon met zijn schouder naar links en passeerde dan rechtsom. En hij gaf alles op maat. Een topspeler. De beste spits was Andriy Shevchenko. Zijn eerste jaar bij Milan was niet best, maar daarna ging hij scoren. Sterk, snel en dodelijk voor de goal.’

In welk opzicht ben je in het buitenland een betere voetballer geworden?

‘Het is moeilijk een onderdeel te noemen, want ik denk dat ik over de hele linie een betere speler ben geworden. Dat kan ook niet anders als je in de beste competities ter wereld hebt gespeeld en in de Champions League. Een groot verschil is wel dat ik wat multifunctioneler ben geworden. Toen ik Feyenoord verliet was ik een aanvallende middenvelder. Een nummer 10 die pendelde tussen de diepe spits en het middenveld. In het buitenland ben ik ook gebruikt als spits. Dat vereiste een andere manier van voetballen. En als persoon ben ik gegroeid. Ik heb andere landen leren kennen, nieuwe culturen. Daar wordt ieder mens wijzer van. Feyenoord krijgt daardoor een betere speler terug dan degene die in 2002 vertrok.’

Waarom kan het huidige Feyenoord geen prijzen gaan winnen?

Zo’n speler kan Feyenoord goed gebruiken. De bekerwinnaar van vorig seizoen wil komend jaar in de competitie aansluiting vinden bij de top, na vijf magere jaren, waarin het zich niet een keer wist te plaatsen voor de voorronde Champions League. Daardoor raakten Ajax en PSV uit zicht en concurreert Feyenoord tegenwoordig met FC Twente, SC Heerenveen en FC Groningen. Tomasson weet het. ‘Feyenoord heb ik gevolg via internet’, zegt hij. ‘Ik bekeek elke dag de website van de club en las de Nederlandse kranten. Op die manier kreeg ik wel een redelijk goed beeld van wat er allemaal speelde bij Feyenoord. Mijn idee van het Feyenoord van de laatste jaren is dat de club te graag wilde meedoen om de prijzen. Zo is het altijd geweest. Bij Feyenoord zijn de verwachtingen hoog. Ik ben blij voor de club dat ze vorig seizoen de KNVB-beker hebben gewonnen, want de zesde plaats op de ranglijst is niet goed. Onwaardig voor een club zoals Feyenoord.’

Het laatste kampioenschap van Feyenoord dateert alweer van 1999. Jij maakte het mee en weet dus wat ervoor nodig is.

‘Een elftal dat voor elkaar door het vuur gat en de mentaliteit kan opbrengen te wíllen winnen ten koste van álles. Dat laatste is het belangrijkste. Het elftal dat in 1999 kampioen werd, bestond uit winnaars: Bosvelt, Van Gastel, Van Wonderen, Paauwe, Julio Cruz. Met zulke spelers word je kampioen en ik denk dat Feyenoord er nu weer een aantal van heeft lopen.’

Is het slim terug te keren bij een club waar je succesvol bent geweest? De supporters herinneren je nu nog als de Tomasson van het kampioenschap en de UEFA Cup?

‘Dan hoop ik dat ze me later herinneren als de speler die nóg een prijs won. Ik zie het niet als een probleem. Waarom kan het huidige Feyenoord geen prijzen gaan winnen?’

Je bent bij Feyenoord herenigd Gertjan Verbeek, met wie je eerder werkte bij SC Heerenveen. Hoe was het weerzien?

‘Toen ik bij SC Heerenveen kwam, was Gertjan net gestopt als voetballer. Een van mijn eerste trainingen kreeg ik van hem. De club wilde me een keer zien en na een half uur wist Gertjan genoeg. Hij adviseerde me te houden. Ik heb de carrière van Verbeek ook gevolgd. Hij heeft zich na zijn eerste periode in Friesland uitstekend ontwikkeld en bij Heerenveen de laatste jaren vakwerk afgeleverd. Vorig jaar scoorde die club 88 keer. Niet normaal. Maar daarin herken je wel de hand van een trainer. Verbeek is dus geen coach die lekker achterover gaat zitten afwachten. Hij wil aanvallen en doelpunten maken. Dat past bij mij. Ik heb veel aan Heerenveen te danken en het doet me goed te zien dat die club nog steeds zo goed bezig is. Ze verkopen ieder jaar hun beste spelers en wor

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI

De geboorte van een Feyenoord-legende in 2002.

den maar niet slechter. Nu vertrekt Miralem Sulejmani weer voor zestien miljoen naar Ajax. Wat dat betreft is SC Heerenveen een voorbeeld voor iedere club. Ze hebben een fantastische scouting die goede spelers haalt. Die ontwikkelen zich bij de club tot toppers en Heerenveen verkoopt ze met dikke winst. Zo hoort het te gaan, al kun je dat niet vergelijken met het beleid van een topclub. Bij Feyenoord móet iedere nieuwe speler er gelijk staan. In Heerenveen krijg je toch wat meer de tijd je te ontwikkelen. Dát is het grote verschil.’

Jouw grootste kwaliteit is je loopvermogen. Je kunt het opbrengen bij te sluiten bij de spits, maar ook je verdedigende werk te doen op de controlerende middenvelder van de tegenstander. Nu ben je 31 jaar. Word dat minder?

‘Een marathonloper wordt toch ook beter naarmate hij ouder wordt? Dat geldt ook voor mij. Je leert je krachten beter verdelen. Bovendien ben ik fysiek altijd sterk geweest. Ik heb een ander lichaam dan een grote speler. Ik ben wat kleiner en peziger. Mijn lichaam kan het dus nog steeds goed aan, al draait alles om mentaliteit. Je moet het kunnen opbrengen arbeid te verrichten. Die mentaliteit heb ik altijd gehad. Ik ben heel mijn leven verstandig geweest. Af en toe moet je gek doen, anders wordt het leven saai en voorspelbaar. Ik drink een biertje op zijn tijd, als het kan. Voor de rest let ik op mijn lichaam. Even afkloppen, maar behalve een schouderblessure vijf jaar geleden, die me drie maanden kostte, ben ik nooit zwaar geblesseerd geweest.’

De UEFA Cup met Feyenoord is het mooiste. Omdat niemand dacht dat wij die konden winnen en we dat toch hebben gedaan

Met Roy Makaay, Giovanni van Bronckhorst, Henk Timmer, Theo Lucius, Denny Landzaat en jijzelf heeft Feyenoord zes basisspelers van boven de dertig, terwijl Tim de Cler en Kevin Hofland 29 jaar zijn. Heeft Feyenoord niet een oud elftal?

‘Wat is oud? Met AC Milan wonnen we de Champions League met een elftal dat volgens mij nog ouder was. In Nederland ben je te jong of te oud, het is nooit goed. Bovendien loopt er genoeg jong talent bij Feyenoord. Die kunnen weer van ons leren. We moeten elkaar helpen beter te worden. Dat is goed voor die jongens en dus voor de club.’

Terug bij Feyenoord zul je wellicht een aanvalskoppel gaan vormen met Roy Makaay. Zijn jullie complementair?

‘Makaay is veel meer dan ik een killer. Hij leeft voor zijn doelpunten en heeft in elke competitie waarin hij speelde heel veel gescoord. We zijn allebei spelers die veel bewegen en dus moeilijk te verdedigen. Om ruimte te creëren móet je veel in beweging zijn. Dat hoeft niet altijd lang te zijn, het kan ook kort. Kijk naar de beste ploegen van het EK, Spanje en Nederland. Die waren ook steeds in beweging.’

Je hebt kampioenschappen gevierd in Nederland, Italië en Duitsland. Met AC Milan won je de Champions League, met Feyenoord de UEFA Cup. Wat is je dierbarste herinnering?

‘De UEFA Cup met Feyenoord. Omdat niemand dacht dat wij die konden winnen en we dat toch hebben gedaan. De finale tegen Borussia Dortmund was bovendien mijn afscheidswedstrijd. Een finale in De Kuip, mooier kon niet. De UEFA Cup betekende mijn eerste Europese prijs. Ik heb er nog steeds geweldige herinneringen aan. Het was een bewijs dat alles kan in het voetbal, als je er maar in gelooft. Laat dat een voorbeeld zijn voor het nieuwe Feyenoord.’