Home   2026-10-22 19:56:51

←

Vrouw krijgt taakstraf voor belaging ex-partner met pedoposters

Original article

Een vrouw uit Den Haag, in dit artikel Sandra genoemd, is door de politierechter veroordeeld voor belaging van haar ex-partner Sjoerd en diens nieuwe partner April. Ze had in de buurt posters opgehangen waarop ze Sjoerd een pedo noemde, nadat een van hun dochters had verteld dat hij haar zou hebben misbruikt. De rechter deed vrijdag uitspraak in de zaak en had tijdens de zitting moeite met Sandra's verklaring voor haar actie.

Aanleiding voor de belaging
Sandra is begin veertig en was meer dan twintig jaar samen met Sjoerd. Ze hebben drie kinderen. Een paar jaar geleden liep de relatie stuk, en Sjoerd trok kort daarna in bij zijn nieuwe partner April. Volgens Sjoerd veranderde Sandra daarna in wat hij een stalkende nachtmerrie noemt.

Sandra ziet het andersom: volgens haar begon Sjoerd haar lastig te vallen door steeds aan de deur te komen en beloftes aan de kinderen niet na te komen, waardoor ze regelmatig met huilende kinderen bleef zitten. Ze erkent dat ze hem daarover opbelde, maar stelt dat dit niet honderden keren of midden in de nacht gebeurde. De rechter merkte op dat Sandra het eerder had uitgemaakt, maar dat Sjoerd zich daar niet bij kon neerleggen, waarna er volgens hem veel incidenten volgden waarbij Sjoerd Sandra als schuldige aanwees. Sandra houdt vol dat het andersom ligt en dat Sjoerd dit al de hele relatie deed.

Pedoposters en vernielingen
Op een dag vertelde een van de dochters dat Sjoerd aan haar had gezeten. Vanaf dat moment liep de situatie volgens het politiedossier uit de hand. Sandra schilderde met witkalk het woord 'pedo' op de auto van Sjoerd en hing posters met dezelfde beschuldiging op in de buurt. Ze verklaarde zich te hebben laten meeslepen door een idee van de overbuurman en zei haar actie inmiddels te betreuren.

De rechter merkte op dat door de posters niet alleen Sjoerd, maar ook de dochter van Sandra werd blootgesteld aan de beschuldiging, en noemde dat moeilijk te begrijpen voor een moeder. Naast de bekladding werd de auto van Sjoerd meerdere keren bekrast en werden de banden een paar keer lek gestoken. Sandra bekende alleen de bekladding, omdat van de andere incidenten geen beelden of getuigen waren; de rest ontkende ze.

De posters werden door justitie en de rechter meegewogen als onderdeel van de belaging, ongeacht de vraag of de onderliggende beschuldiging van misbruik klopt. Het publiekelijk verspreiden van een niet-bewezen, belastende beschuldiging kan in het Nederlandse recht daarnaast ook los worden beoordeeld als smaad of laster, gericht op de eer en goede naam van de beschuldigde. In deze zaak is Sandra echter uitsluitend vervolgd en veroordeeld voor belaging; van een aparte vervolging voor smaad is in het dossier geen sprake.

Reeks incidenten en escalatie
Volgens het politiedossier belde iemand de werkgever van April met de bewering dat April op haar werk drugs zou gebruiken. Sandra ontkent dat zij dat telefoontje heeft gepleegd. Ook kwam ze haar ex tegen in het verkeer, wat ze een toevallige ontmoeting noemt: ze was onderweg naar Rotterdam en stond ineens naast Sjoerd bij een stoplicht, wat haar volgens eigen zeggen erg overrompelde, waarna ze snel aan de kant ging staan.

De rechter reageerde met verbazing, omdat die ontmoeting plaatsvond in een woonwijk in Schiedam, vlak bij Sjoerds werk, terwijl Sandra op weg zou zijn naar Rotterdam. Sandra verklaarde dat ze geen ervaren automobilist was en gewoon de TomTom had gevolgd, en dat ze niet wist dat Sjoerd daar werkte. In totaal telt het politiedossier ongeveer honderd incidenten, waarvan Sandra de meeste ontkende of als toeval bestempelde.

Reclassering en eis officier van justitie
De reclassering bezocht Sandra en schatte de kans op herhaling hoog in. Het advies was om een contact- en locatieverbod met Sjoerd en April op te leggen en dit te controleren met een enkelband. Sandra kon zich vinden in het verbod, maar niet in de enkelband, omdat ze dat naar voor het jongste kind zou vinden. De rechter wierp tegen dat het voor de jongste ook naar was dat er posters over zijn vader in de buurt hingen; Sandra stelde dat de jongen dat niet had meegekregen.

Op de opmerking dat Sandra selectief leek in wat ze naar vond, veranderde ze van onderwerp en vertelde ze dat ze met een coach werkte aan hulp, ook voor het aankomende trauma van de zedenzaak. Op de vraag van de rechter hoe ze tegenover een taakstraf stond, zei Sandra dat dit lastig in te passen was; een celstraf noemde ze onmogelijk vanwege de kinderen.

De officier van justitie sprak van langdurige, stelselmatige belaging en somde op: uren wachten bij het werk van April, langzaam langs het huis van Sjoerd rijden, de vernielingen, de telefoontjes en uiteindelijk de posters in de buurt. Volgens de officier wees dit patroon op een plan, geen opwelling. Hij eiste een taakstraf van 120 uur met een reeks voorwaarden, waaronder het contact- en locatieverbod met enkelband en een maand voorwaardelijke celstraf.

Verdediging: gebrek aan bewijs
Sandra's advocaat vroeg om een lagere straf en wees erop dat er voor veel van de telefoongesprekken en vernielingen geen bewijs was. Ze verzocht de rechter de omstandigheden mee te wegen: Sandra zou ten einde raad, boos en onmachtig zijn geweest en niet hebben geweten hoe ze met de situatie moest omgaan, waarbij ze uit emotie als moeder zou hebben gehandeld.

Belaging: intensiteit belangrijker dan aantal
De rechter oordeelde dat er voor bijna alle feiten bewijs was, met uitzondering van de beschadigingen aan de auto. Ze merkte op dat Sandra alleen bekende wat op beeld stond of waarvoor getuigen waren, en noemde het ongeloofwaardig dat ze bij de overige incidenten toevallig aanwezig zou zijn geweest. Volgens de rechter was niet het exacte aantal incidenten het belangrijkst, maar de intensiteit ervan, die ze ongekend noemde.

De rechter stelde vast dat Sandra op alle vlakken het leven van haar ex-partner moeilijk heeft gemaakt: door naar zijn werk te gaan, zijn relatie te bemoeilijken en hem in de buurt te schande te zetten. Dit gebeurde overdag en 's nachts, langdurig, zowel voor als na het bekend worden van de beschuldiging van misbruik en zowel voor als na de stopgesprekken, aldus de rechter.

Taakstraf en contactverbod
De rechter zag ook de woede en onmacht bij Sandra en achtte langdurige hulp noodzakelijk. Omdat een taakstraf lastig in te passen was in haar leven, halveerde de rechter de eis van de officier van justitie tot zestig uur. Daarnaast kreeg Sandra een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand: bij een volgende overtreding moet ze die maand alsnog uitzitten. De proeftijd werd verlengd van twee naar drie jaar, omdat Sandra volgens de rechter tot nu toe niet in staat is gebleken haar gedrag te veranderen.

Alle door de officier geƫiste voorwaarden werden opgelegd, waaronder het contact- en locatieverbod. De rechter benadrukte dat dit verbod direct uitvoerbaar is en dus onmiddellijk ingaat.

Schadevergoeding
Sjoerd ontving daarnaast een schadevergoeding van enkele honderden euro's voor het geleden leed. De rechter motiveerde dit met de vaststelling dat Sandra zich jarenlang op alle vlakken met Sjoerd had bemoeid, wat volgens haar zo'n duidelijke inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer vormde dat daar weinig onderbouwing voor nodig was. Sjoerd zou volgens de rechter hebben aangegeven dat hij en April eronder gebukt gaan en nauwelijks meer naar buiten durven.

De namen Sandra, Sjoerd en April zijn gefingeerd.

Wetboek van Strafrecht (@Gemini-AI-impressie)
Wetboek van Strafrecht (@Gemini-AI-impressie)