Democratisch-socialisten in de VS dagen met succes het establishment uit. Wie zijn zij?
1) Over wie hebben we het als het gaat over democratisch-socialisten?
Het is in de Amerikaanse media het verhaal van de voorverkiezingen bij de Democraten dit jaar: de linkervleugel is bezig aan een gestage opmars. Vaak worden leden van die linkervleugel bestempeld als democratisch-socialisten, maar het is niet altijd duidelijk wat zij zijn en wat zij vinden.
Allereerst zijn er de Democratic Socialists of America (DSA), een politieke organisatie die losstaat van de Democratische Partij, maar waarvan de leden veelal als Democraat meedingen bij verkiezingen. De DSA is officieel geen politieke partij.
Hoewel DSA-leden op meer plekken succes hebben geboekt, zijn er vijf bij voorverkiezingen voor het Congres als winnaars uit de bus gekomen in districten die gelden als Democratische bolwerken, onder meer in New York en Denver. Zij zullen zich voegen bij twee politici die mede namens de beweging zitting hebben in het Congres, van wie Alexandria Ocasio-Cortez veruit de bekendste is. Ook burgemeester Zohran Mamdani van New York is een boegbeeld van de DSA.
Niet alle politici die onder de democratisch-socialisten worden geschaard, behoren tot de DSA. Het bekendste voorbeeld is senator Bernie Sanders, de nestor van het Amerikaanse democratisch-socialisme. Hij heeft zich nooit bij de beweging aangesloten.
Een aantal kandidaten heeft zichzelf expliciet niet neergezet als democratisch-socialist, maar als links-progressief. In het Huis van Afgevaardigden zijn al 95 Democratische leden die zichzelf omschrijven als progressief, maar die worden niet allemaal in één adem genoemd met oprukkend links.
Dat geldt wel voor de zelfverklaarde kapitalist Abdul El-Sayed, die na een zwaarbevochten race tegen een establishmentkandidaat in swing state Michigan opgaat voor een Senaatszetel. El-Sayed liet zich tijdens zijn campagne voorstaan op steunbetuigingen van Sanders en Ocasio-Cortez.
2) Waar staat de DSA voor?
De DSA zet zich af tegen het kapitalistische systeem, waarin de ‘bezittende klasse de rest uitbuit’. Het nieuwe beleidsprogramma van de landelijke DSA-afdeling van deze zomer bevat pleidooien voor een universeel, publiek gefinancierd gezondheidszorgsysteem (‘Medicare for all’), hogere belastingen voor de (ultra)rijken, verhoging van het minimumloon, meer macht voor de vakbonden, massale investeringen in een groene economie (‘Green New Deal’), betaald ziekteverlof en gratis kinderopvang.
Het zijn veelal deze sociaal-economische standpunten waarmee DSA-kandidaten met steeds meer succes de boer op gaan. Ook links-progressieve kandidaten als El-Sayed onderschrijven ze in grote mate.
Minder aandacht besteden DSA-kandidaten aan minder populaire plannen als het verlaten van de Navo, het intrekken van de wapensteun aan Oekraïne, het opheffen van de sancties tegen Rusland en het afschaffen van de politie en gevangenissen (‘defund the police’). Voor Republikeinen, maar ook voor gematigde krachten onder de Democraten, zijn voorstellen zoals deze aanleiding om de DSA als extreem neer te zetten.
Vanuit links klinkt soms de kritiek dat de DSA enkel de scherpe randjes van het kapitalisme wil afhalen. Volgens het socialistische magazine The Jacobin gaat het beleidsprogramma veelal over ‘socialisme binnen het kapitalisme’, in plaats van hoe een post-kapitalistische samenleving eruit moet zien.
Zo heeft de DSA het wel over de noodzaak om ‘essentiële industrieën’ en ‘de grootste bedrijven’ in publieke handen te brengen, maar The Jacobin stelt dat het slechts een aanzet is voor een socialistische economie die in zijn volledigheid op collectief eigenaarschap zou moeten berusten.
3) Wat verklaart de opmars van het linkse kamp?
De tussentijdse verkiezingen bij de Democraten zijn dit jaar uitgedraaid op een felle richtingenstrijd tussen de linker- en meer gematigde vleugels van de partij. Opvallend aan de overwinningen van democratisch-socialisten is dat zij in enkele gevallen zittende, soms sterk progressieve congresleden hebben verslagen. Veelal presenteerden zij zich als anti-establishmentkandidaten, in een poging in te spelen op de woede onder belangrijke delen van de Democratische achterban over de koers van de partij.
Daarbij is één thema eruit gesprongen: de beëindiging van de onvoorwaardelijke Amerikaanse steun aan Israël. Terwijl die onder Democratische kiezers zienderogen achteruit holt, hebben democratisch-socialistische en andere linkse kandidaten dit thema tot hét speerpunt van hun campagne gemaakt. Zij koppelden dat bovendien aan de tientallen miljoenen waarmee de pro-Israëlische lobbyorganisatie Aipac hun tegenstanders steunden, als bewijs voor hun kritiek dat het establishment zijn oren te veel laat hangen naar grote donoren.
4) Maakt de linkervleugel van de Democraten in november kans bij de verkiezingen voor het Congres?
Over New York zullen ze zich op het Democratische hoofdkantoor geen zorgen maken. Anders is dat in Michigan, waar Democratische kandidaten een breed publiek moeten aanspreken om te winnen. De vrees is dat (de associatie met) ‘democratisch-socialisme’ voor veel gematigde kiezers en de traditionele achterban van de Democraten een brug te ver is.
Zelfs binnen de Democratische Partij klinkt steeds meer gemor: er gaan stemmen op om DSA-kandidaten te weren van Democratische voorverkiezingen, gematigde kopstukken nemen het woord ‘schisma’ in de mond, en sommige grote donoren stappen over naar de Republikeinen.
Het progressieve kamp stelt juist dat hun economisch-populistische boodschap een winnende boodschap kan zijn. Zij wijzen op de hunkering onder zowel Democratische als Republikeinse kiezers naar politieke verandering en de breed gedeelde zorgen over de kosten van het levensonderhoud.
Opvallend in dat opzicht is dat linkse kandidaten als El-Sayed en DSA-kopstukken als Mamdani op bepaalde thema’s besluiten hun eigen koers te varen. Zo hebben ze afstand genomen van het controversiële ‘defund the police’. Veelzeggend was de reactie van Ocasio-Cortez, die mogelijk een gooi doet naar het Witte Huis in 2028, op die omslag: ‘Woke 1.0 was crazy’.